15 jaar geleden

Kleine Christenen (3)

Strijd jij voor of tegen je geloofsgenoten? Door naam te willen maken in Christelijke wereld wordt er wel gestreden, maar helaas niet in gebed. De strijd wordt beslecht in polemieken en in discussies; wie maar het beste met zijn woorden overweg kan, overwint. Epafras is voor ons een inspirend voorbeeld. Kijk maar eens naar hem. Hij is dan misschien …

Frisse Wateren

Door naam te willen maken in Christelijke wordt er wel gestreden, maar helaas niet in gebed. De strijd wordt beslecht in polemieken en in discussies; wie maar het beste met zijn woorden overweg kan, overwint. Epafras is voor ons een inspirend voorbeeld. Kijk maar eens naar hem. Hij is dan misschien in onze ogen een ‘kleine’ Christen, maar voor God een “reus” in het gebed.

Kolosse 4 vers 12: “U groet Epafras, die één van u is, een slaaf van Christus , die altijd voor u strijdt in de gebeden dat u mag vaststaan, volmaakt en ten volle verzekerd in [de] hele wil van God. Want ik getuig van hem, dat hij veel moeite doet voor u en voor hen in Laodicá en hen in Hiërapolis”.

Epafras

Nog een andere “Kleine Christen” die met de grote apostel Paulus samenwerkte, was Epafras. Hoewel de Kolossers de ?genade van God in waarheid? van Epafras geleerd hadden (Kol. 1:6-7), stelt Paulus in Kolosse 4 niet diens verkondigings-dienst op de voorgrond, maar zijn gebeden. Epafras was een groot gebedsman. Kolosse 4 vers 12-13 bericht ons dat hij in de gebeden streed voor zijn geloofsgenoten. Hoe vaak strijden wij in het gebed voor onze geloofsgenoten? Wij moeten erkennen dat onze gebeden al te vaak egocentrisch zijn – onze problemen, onze noden, onze wensen. Wanneer zijn wij de laatste maal in onze persoonlijke gebeden zo ver gegaan, dat wij voor de geestelijk groei van onze broeders en zusters die wij kennen, gebeden hebben? Hebben wij ooit in gebeden voor andere gelovigen ?gestreden? – misschien zelfs onder tranen? In gebed voor anderen te strijden, is een zeer belangrijk deel van de Christelijke dienst, en het is iets wat wij allemaal doen kunnen, onafhankelijk van onze natuurlijke talenten of geestelijke gaven.

Epafras wordt ook in Filemon vers 23 genoemd. Hier noemt Paulus hem “mijn medegevangene”. Dat is zeer interessant. Toen Pauls zijn brief aan Filemon schreef (evenals ook zijn brieven aan de Efeziërs, de Filippiërs en de Kolossers, die bekend staan als de vier gevangenisbrieven), was hij in Rome en stond onder huisarrest. Dat betekende dat hij vrij was om in zijn eigen gehuurde huis te wonen, maar hij was altijd aan Romeinse soldaten geketend. Onder deze zware omstandigheden schreef Paulus brieven en verbreidde het evangelie, terwijl hij op zijn rechtszaak voor de keizer wachtte (Hand. 28:30-31). Het feit dat Paulus Epafras zijn ‘medegevangene’ noemt, toont dat Epafras zich waarschijnlijk vrijwillig onderwierp aan de gevangenschap, om de apostel in deze situatie te ondersteunen. Misschien deden hij en Aristarchus (een andere ‘kleine’ Christen die in Kolosse 4 vers 10 ‘mijn medegevangene’ genoemd wordt) het eenvoudige en schreven, naast andere dingen, voor Paulus als zijn secretarissen. In ieder schijnt het zo te zijn dat Epafras vrijwillig zijn vrijheid opgaf om Paulus te ondersteunen. Zou jij dat doen: je vrijheid opgeven om een andere Christen in zijn dienst te helpen? Of vind je dat je liever egoïstisch bent en dat je zelf in Christelijke kringen naam zou moeten maken? Misschien heeft God je ertoe geroepen een ondersteunende rol in een of andere Christelijke dienst te spelen – achter de coulissen, maar zeer belangrijk.

Het Woord van God toont ons dat ‘kleine’ Christenen niet minderwaardig of onbetekenend zijn. Alle Christenen zijn potentiële ‘reuzen’ in het Christelijk geloof en dienst, voorzover het God betreft!

David R. Reid, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW