8 maanden geleden

Jozef – een wonderbaar voorbeeld van de Heer Jezus

Genesis 37

De grote zorg van God is, dat Zijn Zoon eer en glorie toegekend wordt. Daarom vindt men bij een nader onderzoek, dat het Woord van God van de eerste tot de laatste bladzijde vol staat met verwijzingen naar de Zoon van God. Ja, “vanaf Mozes en vanaf alle profeten” (verg. Luk. 24:27) staan er dingen over Hem.

Sommige voorvallen wijzen duidelijk op de Heer Jezus, als we bijvoorbeeld denken aan het offer van Izak in Genesis 22. Daarnaast zijn er ook personen die in bepaalde situaties of gedurende een lange periode van hun leven op een bijzondere manier een beeld mochten zijn van Christus. De Heilige Schrift zelf geeft ons het recht om vergelijkingen te trekken tussen personen uit het Oude Testament en de Heer Jezus (zie b.v. vergelijkingen tussen Mozes, Aäron of Melchizédek en de Heer Jezus in de Brief aan de Hebreeën).

Maar onder alle geloofsmannen in het Oude Testament zijn er maar weinigen die zo duidelijk en zo mooi op Christus wijzen als Jozef. In het volgende zullen wij proberen de wezenlijke overeenkomsten tussen Jozef en de Heer Jezus te belichten.

Voor zover ik weet wordt er niet één zonde over Jozef gemeld, hoewel hij niet zondeloos was en ook de diepten van het geloof heeft meegemaakt. Maar bij God wordt niets verdoezeld. Zelfs in het geval van grote geloofshelden, zoals bijvoorbeeld David, stelt God onverbiddelijk de overtredingen aan de kaak. Bij Jozef vinden we zoiets niet, en daarom mag hij vooral verwijzen naar Hem Die werkelijk zonder zonde was, Die geen zonde deed en geen zonde kende. De Heer Jezus was in waarheid de “gewijde onder zijn broers,” zoals Jozef tweemaal wordt genoemd (Gen. 49:26; 33:16). Hij was de Heilige, de Volmaakte, de Reine.

Jakob had Jozef lief omdat hij hem zo na aan het hart lag. Zo was ook de Heer Jezus de Zoon van de liefde van de Vader. Reeds vóór de grondlegging van de wereld was Hij de vreugde van God, en toen Hij op aarde was heeft de Vader vele malen getuigd, dat dit Zijn geliefde Zoon was. Vooral omdat Hij het hart van de Vader kende en al Zijn gedachten en raadgevingen wilde uitvoeren, ja vooral omdat Hij Zijn leven wilde afleggen, had de Vader Hem lief.

Maar Jakob had ook het welzijn van zijn broers op het oog, en hij stuurde Jozef naar hen toe. God zond Zijn geliefde Zoon niet alleen naar de wereld, maar ook naar Zijn broeders, Zijn volk Israël, Zijn wijngaard, om voor Zijn welzijn te zorgen, om vrucht te verzamelen. En met dezelfde bereidwilligheid waarmee Jozef zijn vader antwoordde: “Zie, hier ben ik” (Gen. 37:13), zei ook de Zoon van God: “Zie, Ik kom” (Hebr. 10:7,9).

Dan vinden we Jozef ronddwalend op het veld (Gen. 37:15). Hoezeer doet hij ons denken aan de Heer Jezus, die als een eenzame vreemdeling Zijn weg ging. Hij zocht Zijn broeders, de “verloren schapen van het huis van Israël.” Maar Hij moest vaststellen, dat zij nog verder van hun Vader waren afgedwaald. Wat leed de Heer Jezus onder het feit, dat Zijn schepselen en juist de Zijnen zich zo ver van God hadden verwijderd. Maar dat weerhield Hem er niet van hen te volgen totdat Hij hen vond. Ja, als de goede Herder gaat Hij ook vandaag nog achter de verloren schapen aan totdat Hij ze vindt.

Jozef kwam naar zijn broers vanwege de liefde van zijn vader. Maar juist daarom haatten ze hem. Hij kwam op voor de eer van de vader en getuigde tegen zijn broers, toen zij kwaad spraken over de vader. Zo oogstte ook de Zoon van God haat voor Zijn liefde. Hij getuigde van de wereld, dat haar werken boos waren, en dat leverde Hem de haat van de wereld op. Hij leed eronder, dat Zijn God en Vader in de wereld veracht werd. “De smaadheden van hen die U smaden, zijn op mij gevallen” (zie Rom. 15:3; Ps. 69:10). moest Hij weeklagen. Daarom zien we Hem steeds weer opkomen voor de eer van God, vooral in de laatste verhoren voor de kruisiging, waar Hij alleen Zijn mond opendeed als het om de eer van God ging.

Maar Jozef kwam ook naar zijn broers met de wettelijke aanspraak om op een dag koning over hen te zijn. God had hem via dromen duidelijk gemaakt dat hij op een dag over zijn broers zou regeren. Zijn broers reageerden eerst met afwijzing (“Wil je dan soms over ons regeren?” – Gen. 37:8), daarna met jaloezie en ten derde met minachting (“meesterdromer”). Ook de Heer Jezus kwam tot Zijn volk als een rechtmatige koning. In Zijn persoon werden grote delen van de messiaanse profetie vervuld, dat was Zijn legitimatie. Maar ook Hij moest – en nog duidelijker dan Jozef – de afwijzing van Zijn broeders ervaren: “Wij willen niet dat deze over ons regeert,” – “Weg met Hem,” – “Wij hebben geen koning …” (Luk. 19:14; Luk. 23:18; Joh. 19:16). Ook werd hij geconfronteerd met jaloezie, want Pilatus wist “dat zij Hem uit afgunst hadden overgeleverd” (Matth. 27:18). Alle minachting voor Zijn aanspraak op de heerschappij komt tot uitdrukking toen zij Hem uit spot de doornenkroon opzetten, de scharlaken mantel aantrokken en voor Hem op hun knieën vielen met een ongekende ironie: “Gegroet, koning der Joden” (Matth. 27:29).En ook het opschrift op Zijn kruis moet worden opgevat als een bespotting en verachting van Zijn koningschap.

Het lange veelkleurig gewaad die Jozef van zijn vader kreeg, die anders alleen edelen droegen, bevat ook prachtige verwijzingen naar Christus. In het Woord van God is kleding vaak een symbool van wat men aan de buitenkant van een persoon ziet, dat wil zeggen van zijn belijdenis of getuigenis. Zo was het ook met de Heer Jezus. Hij sprak de woorden en deed de werken die de Vader Hem gegeven had, en het waren deze die van Hem getuigden, dat de Vader Hem gezonden had. Zij bewezen, dat Hij de Zoon van God was, gekomen uit de hemel. Ja, Hij werd door God aan de mensen bewezen door machtige daden en wonderen en tekenen, die God door Hem in het midden van de mensen deed. Later namen de broers van  Jozef hem zijn veelkleurig gewaad af. Zo zouden ook de vijanden van de Heer Jezus het liefst die daden ongedaan hebben willen maken waaruit bleek, dat Hij de Zoon van God was. Denk bijvoorbeeld aan hoe de Farizeeën de opgestane Lazarus opnieuw wilden doden of hoe de soldaten werden omgekocht om de opstanding door leugens te verbergen.

Wat een reactie op de zoekende liefde van Jozef, die was uitgegaan om naar het welzijn van de broers om te zien. “… beraamden zij een listig plan tegen hem om hem te doden” (Gen. 37:18). Ze kleedden hem uit en wierpen hem in een put, en gingen toen zitten eten, hoewel ze zijn zielenangst kenden, zoals we lezen in hoofdstuk 42 vers 21. Ook de Heer Jezus kwam om “te zoeken en zalig te maken wat verloren is” (Luk. 19:10), maar Zijn ‘Heilandsliefde’ werd beantwoord met de bittere haat van mensen, die Hem vanaf het begin van Zijn openbaar optreden probeerden te doden. Ook Hij werd uiteindelijk van Zijn kleren ontdaan en er werden kuilen gegraven voor Zijn ziel. Terwijl de Heiland ontkleed in doodsangst aan het kruis leed, stond de menigte rond het kruis in ongekende ongevoeligheid en zelfingenomenheid toe te kijken hoe de soldaten om Zijn kleding lootten (zie Joh. 19:23-24). Hoe koud kan het menselijk hart zijn! Voelen wij ons niet soms ook zo? Maakt het lijden van de Heer nog indruk op ons? Raakt het nog steeds ons hart als we denken aan Zijn angst en pijn? Hoe vaak is het ons niet overkomen dat juist als wij bijeenkomen om aan Zijn lijden en sterven te denken, onze gedachten afdwalen en een of andere ongeestelijke zaak bezig zijn. Zouden wij niet willen behoren tot hen die niet “treuren over de wonden van Jozef” (zie Gen. 37:34-35).

Ik wil wijzen op een kleine nuance in het voorbeeld van Jozef, maar wel een die een groot verschil maakt tussen hem en de Heer Jezus. Nadat de broers Jozef in de put hadden gegooid, lezen we het gedenkwaardige naschrift: “De put nu was leeg, er stond geen water in.” Hier moet het voorbeeld van Jozef achterblijven bij dat wat onze Heer trof, want de kuil waarin de Heer Jezus door God werd gelegd, was niet leeg. Nee, er zat modder in, de modder van onze zonden, waarin Hij moest wegzinken. En er zat ook water in, zelfs waterdiepten en een overstromende vloed. Alle baren en golven, zelfs de bulderende stortbuien van Gods oordeel over de zonde moesten over Hem heen gaan en Hem naar beneden drukken. Voor Jozef was het te allen tijde: “De Heer was met hem.” Maar voor de Heer Jezus, Die altijd in volledige overeenstemming en liefdevolle gemeenschap met Zijn Vader had geleefd, en van Wie ook meermalen wordt gezegd dat God met Hem was en de Vader bij Hem, kwam er een moment dat God Zich van Hem afkeerde om Hem te slaan voor uw en mijn zonden. Daarin is Hij uniek, niemand kon het doen, en niemand kan Hem daarin volgen. Wat betreft het lijden door mensenhanden, velen werden zoals Hij, inclusief Jozef. Maar wat betreft het lijden van de hand van God, het verzoenend lijden, moeten alle anderen achterblijven, die immers zelf dit verzoeningswerk nodig hebben.

In de rest van de geschiedenis van Jozef vinden we nog enkele verwijzingen naar de Heer Jezus, waarvan we er een paar kort willen aanstippen. Hij werd door zijn broers verkocht voor 20 zilverstukken. Hij werd veroordeeld door het valse getuigenis van de vrouw van Potifar. Hij kreeg een plaats in de gevangenis tussen twee boosdoeners. Maar hij werd bevrijd uit de gevangenis en verheven tot de rechterhand van Farao. Hij werd heerser over het hele land, hij kreeg een vrouw als beloning en tenslotte kwam de hele aarde onder de invloed van zijn zegen. Prachtig heenwijzing naar onze Heer! Verraden door Zijn vriend voor 30 zilverlingen, werd de Heer Jezus ondanks een vals getuigenis veroordeeld en aan het kruis genageld tussen twee boosdoeners. Ook Zijn graf werd bij de goddelozen gesteld (Jes. 53:9), maar God waakte erover dat Hij in Zijn dood bij een rijke was. Maar Hij bleef niet in het graf, maar werd opgewekt uit de doden en opgenomen in de heerlijkheid van God. Daar zit Hij nu aan de rechterhand van God. God heeft Hem een Naam gegeven die boven elke naam staat. Voor deze naam zal ooit elke knie zich moeten buigen. Maar als Hoofd over allen is Hij gegeven aan de gemeente, Zijn bruid (Ef. 1:22), die met Hem de bruiloft zal vieren en eeuwig aan Zijn zijde zal zijn. Zijn bruid is Hem gegeven als vrucht voor de arbeid van Zijn ziel. De eenzame en dolende Vreemdeling zal dan omringd worden door een ontelbare schare van verlosten die Hem eeuwige lof en aanbidding zullen brengen. En de hele aarde zal onder de heilzame invloed van Zijn heerschappij komen, totdat Hij alles in overeenstemming heeft gebracht met Zijn God en Vader en God uiteindelijk alles in allen zal zijn (1 Kor. 15:27-28).

Iedereen die naar Egypte kwam om brood te halen, kreeg van de Farao te horen: “Ga naar Jozef en doe wat hij u zegt!” (Gen. 41:55). Dit geldt vandaag de dag nog steeds. Wie wil delen in de zegen die de Heer Jezus te geven heeft, moet eerst tot Hem gaan, dat wil zeggen zich bekeren. Maar dan moet men ook doen wat Hij zegt. In die tijd moesten de Egyptenaren het vijfde deel van hun opbrengst aan Jozef geven, in sommige gevallen moesten ze ook hun vee, hun akkers en zelfs zichzelf verkopen om aan brood te komen.

Laten we ook aan de Heer geven wat Hem toekomt: onze gehoorzaamheid, onze beste liefde, ons bezit, ons leven, zelfs onszelf, en we zullen kunnen delen in al de volheid van Zijn zegeningen. Hij zal de vensters van de hemel voor ons openen en overvloedige zegeningen over ons uitstorten.

En tenslotte richtte Jozef een andere wens tot zijn broers: “Vertel mijn vader over mijn eer” (Gen. 45:13). En opnieuw mogen we dit op onszelf toepassen. De Vader zoekt aanbidders, en wat kan Hem meer behagen dan wanneer wij Hem vertellen van de heerlijkheden van Zijn Zoon. Dit zijn de offers van lof en dankzegging waarin God een welbehagen heeft, een welriekende reuk voor Hem. Van Jozef wordt gezegd, dat hij mooi was. Maar wat is zijn natuurlijke schoonheid in vergelijking met Hem die schoner is dan de zonen der mensen, in Wie alles lieflijk is? Moge dit artikel, en in het algemeen de studie van Zijn wonderbaarlijke en alles overtreffende Persoon, ons opnieuw aanzetten tot bewondering voor onze Heer, die ons zo liefhad dat Hij al dit lijden op Zich nam, en Zich uiteindelijk voor ons heeft overgegeven om ons te redden, ons welzijn te zoeken en kinderen en aanbidders bij Zijn Vader te brengen.

Dit sluit de cirkel. De Vader houdt van de Zoon en wil dat Hij geëerd wordt. Daarom liet Hij het verhaal van Jozef opschrijven met precies deze details, om ons een voorbeeld van Zijn Zoon te tonen. En de Zoon houdt van de Vader en wil dat wij de Vader aanbidden. Prachtige gemeenschap en liefde waarin wij zijn opgenomen!

 

Marco Leßmann; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 10.11.2011.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW