14 jaar geleden

Jonge mensen in de Bijbel (19)

Jongeman uit Egypte

1 Samuël 30

Voordracht 7c (slot)

In dienst van een nieuwe meester

De jonge Egyptenaar, bemoedigd door de genade van David, maakte schoon schip met betrekking tot zijn zonden.

“Wij waren ingevallen tegen het zuiden … en wij hebben Ziklag met vuur verbrand” (vers 14). Eigenlijk zei hij: “Ik weet wie u bent, u bent degene tegen wie ik gezondigd heb. Maar ik weet dat er genoeg genade in uw hart is om alles te vergeven, hoewel ik meegehopen heb uw stad in brand te steken”. De mens die zijn zonden belijdt krijgt altijd zegen van God. De mens die zijn eigen ware toestand, waarin hij zich bevindt, erkent, ontvangt onveranderlijk zegen van God. Dat ook jij je zonden belijdt, en wanneer je tot nu toe een mens van de wereld was en het vlees en de duivel diende, verwissel nu je meester! God geeft je nu een goede gelegenheid.

“Toen zeide David tot hem: Zoudt gij mij wel heen afleiden tot deze bende?” (vers 15a). Hij zei als het ware: “Wil je een nieuwe meester?” Dat is het voorstel van God nu. Jonge vriend, wil je een nieuwe meester? Onbekeerde, jij die nog niet gered bent, wil je een nieuwe meester? Het is een heel mooi antwoord wat David hier krijgt. “Hij dan zeide: Zweer mij bij God, dat gij mij niet zult doden, en dat gij mij niet zult overleveren in de hand van mijn heer! Zo zal ik u tot deze bende afleiden” (vers 15b). Hij wilde zeker zijn van zijn eigen redding en van zijn volledige en definitieve bevrijding uit de slavernij die zijn geest zo verwond had. “Zoudt gij mij wel heen afleiden tot deze bende”. Dit is ook het woord van Christus nu voor jou. Wil je je bekeren en dan met de Heer Jezus als je nieuwe meester teruggaan naar je oude vrienden? De Heer bewerkte op zondagavond om tien uur in mij een omkeer (bekering), en wat deed ik toen? Ik ging regelrecht naar mijn onderkomen in het noorden van Londen, waar een jonge man was met wie ik samenwoonde. Hij was deze avond ook bij de verkondiging van het evangelie, maar aan het eind van de prediking ging hij naar huis, terwijl ik bleef en mij bekeerde.

Toen ik thuis kwam, zat hij voor het haardvuur en tranen liepen hem over de wangen. Hij was hevig verontrust vanwege zijn zonden en bang om zich te bekeren. Ik zei: “Wel, Tom, hoe is het met je?” Hij draaide zich om en zei: “Ik zie hoe het nu met jou is. Ik kan het aan je gezicht zien”. “God zij dank!”, antwoordde ik. “Ik ben gered, ik geloof in Jezus en Hij heeft mij gered”. En wat deed ik toen? Ik probeerde mijn vriend bij Jezus te brengen en binnen vierentwintig uur had ik de vreugde hem te zien aan de voeten van de Heiland en aan de kant van de Heer. Er is niets heerlijkers en meer gezegend dan om eerst zelf tot de Heiland te komen en daarna anderen bij Hem te brengen.

“Zoudt gij mij wel heen afleiden tot deze bende?”, zegt de Heer Jezus Christus nu tegen jou. “Wil je vanaf nu bij mij behoren?”, is de vraag. “Zweer mij bij God, dat gij mij niet zult doden, en dat gij mij niet zult overleveren in de hand van mijn heer! Zo zal ik u tot deze bende afleiden”, zei de Egyptenaar (vers 15b). Nu hij zeker was van zijn redding, wilde hij graag zijn nieuwe meester dienen. Zo is het nu met iedere verloste ziel. Maar je hoeft niet te twijfelen aan de goede bedoelingen van de Heer. Hij wil niet jouw dood! Christus zou jou doden? De Zoon des mensen is niet gekomen om zielen van mensen te verderven, maar te behouden (zie Lukas 9:56). Hij kwam om te zegenen. De Zoon van God kwam om in genade jou het leven te schenken. Jou doden? Wie zou er over dromen deze vraag vandaag aan Hem te stellen? En toch is het nu in vele harten zo. Wat zegt de Heer tegen al zulke twijfelende zielen? “Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit Mijn hand” (Johannes 10:27-28). Het geloof vertrouwt de Heer Jezus en volgt Hem dan of, zoals in ons geval, begint Hem te dienen. Wanneer je nu de Heer Jezus aanneemt, is er een band met de gezegende Heiland die nooit meer verbroken kan worden. Met je bekering begint voor jou een nieuw leven, een nieuwe geschiedenis en een nieuwe dienst. God redt je waar je ook bent, en je begint een nieuwe start aan de zijde van Christus. Misschien zeg je: “Ik wil het evangelie geloven. Ik heb er al vele malen over nagedacht. Ik ben al zes of zeven maal op deze bijeenkomsten geweest, maar vandaag? Vanavond?” Ja, maar waarom dan niet vanavond? Wie van jullie zegt: “Ik zal u tot deze bende afleiden”? Wie van jullie wil van nu af aan de Heer toebehoren?

De jonge Egyptenaar bracht David naar beneden bij zijn oude vrienden. En hoe troffen zij hen aan? Zij vonden hen “etende, en drinkende, en dansende” (vers 16). Dat is nu precies wat de mensen van de wereld vandaag doen, “eten, drinken en dansen”. Ze vergeten het verleden en bekommeren zich niet om de toekomst. Zij negeren hun zonde en hopen dat er geen oordeel zal zijn, maar het oordeel komt. We gebeurt er dan? “En David sloeg hen van de schemering tot aan de avond van hun andere dag; en er ontkwam niet een man van hen, behalve vierhonderd jonge mannen, die op kamelen reden en vluchtten” (vers 17). Enkelen van hen, vierhonderd jonge mannen, ontkwamen, maar op de dag wanneer de Heer komt om te oordelen, zullen er geen kamelen voor jou zijn om te kunnen vluchtten. Er zal dan geen enkele mogelijkheid tot vluchten zijn, daar kun je zeker van zijn. “Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen” (1 Thessalonika 5:3). Het is beter om nu tot Jezus te komen. Als je wijs bent, keer je dan nu om en ga tot de Heiland. Wanneer je je nu overgeeft, kun je Hem van nu af aan dienen.

Overloper

Kom onder de vlag van het heil, en wordt een van hen, die van harte het eigendom zijn van Christus als hun meester. Ik weet dat je oude kameraden je een “overloper” noemen. Trek er je niets van aan. Toen ik mij bekeerde moest ik kort daarop op een concert zingen, maar ik schreef de dirigent: “De Heer heeft mij gered en wanneer ik naar uw concert kom, moet ik van Christus zingen. Ik kan nu nergens anders meer over zingen; ik moet over Christus zingen en wanneer ik dat doe, ben ik bang dat ik uw concert zal bederven”. Ik ging niet. Toen het publiek vroeg waar ik was, kreeg het ten antwoord dat men vreesde dat het succes mij naar mijn hoofd gestegen was. Maar er was iets veel beters: Mijn hart was veranderd en ik wens dat jij dezelfde “klacht” hebt. Ik zou graag willen dat jij je ook omkeert en met de Heer Jezus een nieuw leven begint. Ik heb zulk een goede Meester en een zo mooie dienst nu, dat ik je alleen het beide hartelijk aanbevelen kan. Het is magnifiek om een dienaar van de Heer te zijn, en ik beklaag de mens die nog aan de kant van de duivel staat. Ik smeek je, verlaat het corps van de vervloekten, verlaat de schare die onder de zwarte vlag van de eeuwige verdoemenis dient. Kom tot de Heer Jezus, en of je leven nu nog kort of lang mag zijn, het zal vol schoonheid en vreugde zijn.

Beloning, bekwaamheid en toewijding

Kijk maar eens hoe het verder ging! Kijk eens naar de buit die ze kregen. Maar hoe moet dat dan met de tweehonderd die bij de frisse stromen van de beek Besor achterbleven? Zij kregen dezelfde beloning als zij die ten strijde getrokken waren. David was vriendelijk en zorgzaam ten opzichte van hen, die te vermoeid waren om mee te trekken.”Want gelijk het deel van hen is, die in de strijd mee afgetrokken zijn, alzo zal ook het deel van hen zijn, die bij het gereedschap gebleven zijn; zij zullen gelijkelijk delen” (vers 24). De beloning van trouwe dienst wordt pas later uitgedeeld; en zoals David hen niet vergat die bij het gereedschap bleven, zo zegt ook onze Heer: “Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij om ieder te vergelden zoals zijn werk is” (Openbaring 22:12).

De waarheid over de “beloning” voor elke dienst wordt in het Nieuwe Testament volledig ontvouwd. Het moet nooit een motief van toewijding, maar altijd een heilige aanmoediging zijn.Niets wat wij ooit voor Christus gedaan hebben, zal ooit vergeten worden. “Want wie u een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, vanwege het feit dat u van Christus bent, voorwaar, Ik zeg u, dat hij zal zijn loon geenszins zal verliezen” (Markus 9:41). En wederom lezen we: “Een man van hoge geboorte reisde naar een ver land om voor zich een koninkrijk te ontvangen en terug te keren. Hij nu riep zijn tien slaven en gaf hun tien ponden, en zei tot hen: Doet zaken totdat ik kom” (Lukas 19:12-13). Als hij dan terugkomt, kan een van de slaven tegen hem zeggen: “Heer, uw pond heeft tien ponden opgebracht” (vers 16). Hij krijgt gezag over tien steden. Een andere zei: “Uw pond, heer, heeft vijf ponden opgeleverd” (vers 18). In dit geval schijnt de “bekwaamheid” van de slaaf even groot geweest te zijn, maar hun “toewijding” of hun ijver verschilde. Het loon was daarom evenredig: heb gezag over tien respectievelijk over vijf steden. Daartegenover lezen we op een andere plaats: “En de een gaf hij vijf talenten, de ander twee, de derde een, ieder naar zijn eigen bekwaamheid” (Mattheus 25:15). Hier onderscheiden zich de bekwaamheden en wordt het talent met het oog hierop gegeven. Als de heer terugkomt kan de eerste zeggen: “Heer, vijf talenten hebt u mij toevertrouwd, zie, vijf andere talenten heb ik [daarbij] gewonnen” (vers 20). De tweede zei: “Heer, twee talenten hebt u mij toevertrouwd, zie, twee andere talenten heb ik [daarbij] gewonnen” (vers 22). Elk van deze twee, die verschilden in bekwaamheid maar in hun trouw gelijk waren – want allebei hadden zij het hun toevertrouwde kapitaal verdubbeld -, zei hun heer: “Voortreffelijk, goede en trouwe slaaf, over weinig ben je trouw geweest, over veel zal ik je stellen; ga de vreugde van je heer in” (vers 21 en 23). De “bekwaamheid” verschilde, maar omdat “de trouw evengroot” was, was ook de beloning hetzelfde.

Om zulk een heer te dienen is waarlijk een vreugde. Vergeet niet dat onze Heer zei: “Als iemand Mij dient, laat hij Mij volgen; en waar Ik ben, zal ook Mijn dienaar zijn” (Johannes 12:26).

Tot slot

Tot slot wil ik jullie nog eens ernstig vragen: Kom nu tot de Heer Jezus! En ik wil jullie ook vertellen welk antwoord jullie je vrienden, die jullie”overlopers” noemen, moet geven. Zeg alleen tegen hen: “Doe net zoals ik, en jullie zullen aan de goede kant staan en de juiste Heer dienen”. Schenk vandaag jullie harten aan de Heer Jezus, zodat jullie ook zult kunnen zeggen: “Door Zijn oneindige genade behoor ik de Heer toe en mag nu Hem, de beste van alle heren, dienen”.

Wordt vervolgd D.V.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM