15 jaar geleden

Jonge mensen in de Bijbel (13)

Jonathan. Een goed belovende start

1 Samuël 17

1 Samuël 18:1-4

Voordracht 6a

Een goed belovende start

Ik noem het gedrag van Jonathan hier een uitstekende start. Je hebt hier het beeld van een mens die na een echte bekering tot complete overgave aan Christus komt. Het Oude Testament is vol van beelden. David is een type van Christus – Jonathan van de verloste zondaar. We hebben een prachtig beeld van dat wat plaats vindt wanneer de ziel leert wat bevrijding is, en wanneer het hart aangetrokken en vast verbonden wordt aan een Verlosser. Het is een geweldig iets het hart geheel overgegeven te hebben aan die Persoon die je gezegend en bevrijd heeft; en dit is wat ik hier vind. Jonathan is onvoorwaardelijk door David bevrijd, en hij dankte hem daarvoor met een volledige overgave. Alles wat hij is en bezit, gaf hij over aan David. Het is een eenvoudige voorstelling van wat plaats vindt in de ziel en in het hart wanneer we Christus vinden. Leer alleen de liefde van Jezus kennen, Wie hij is, en wat Hij gedaan heeft, en er zal bij jouw een volledige overgave van je hart aan Hem zijn.

Wat ik in hoofdstuk 17 heb gelezen, is zeer interessant. Het begint ermee dat de legers van de Filistijnen en die van Israel in slagorde tegenover elkaar staan. Het dal van Elah lag tussen hen in. Het bleek dat de Filistijnen een voorvechter hadden, Goliath uit Gath, “een krijgsman van zijn jeugd aan” – zijn hoogte was zes ellen en een span, dus ruim drie meter. Een echte reus! Deze mens had “een koperen helm op zijn hoofd, en hij had een schubachtig pantsier aan; en het gewicht van het pantsier was vijf duizend sikkels koper; En een koperen scheenharnas boven zijn voeten, en een koperen schild tussen zijn schouders; En de schacht van zijn spies was als een weversboom, en het lemmer van zijn spies was van zeshonderd sikkels ijzer; en de schilddrager ging voor zijn aangezicht” (vs. 4-7).

In duidelijke taal gesproken: De leider van de menigte Filistijnen was onkwetsbaar. Niemand durfde de strijd tegen hem aan of op zijn uitdaging te reageren. “Deze nu stond, en riep tot de slagorden van Israël, en zeide tot hen: Waarom zoudt gij uittrekken, om de slagorde te stellen? Ben ik niet een Filistijn, en gij knechten van Saul? Kiest een man onder u, die tot mij afkome”. Dat was een uitdaging – een nogal behoorlijk vrijpostige uitdaging. “Kiest een man onder u, die tot mij afkome. Indien hij tegen mij strijden en mij verslaan kan, zo zullen wij u tot knechten zijn; maar indien ik hem overwin en hem sla, zo zult gij ons tot knechten zijn, en ons dienen. Verder zeide de Filistijn: Ik heb heden de slagorden van Israel gehoond, [zeggende]: Geeft mij een man, dat wij te zamen strijden!” (vs. 8-10).

Ik denk niet dat er iemand onder de lezers is die het zou wagen het tegen deze drie-meter-man op te nemen; en zo was het in Jonathan – dagen, want “toen Saul en het ganse Israel deze woorden van de Filistijn hoorden, zo ontzetten zij zich, en vreesden zeer”. Voorzichtigheid is gewoonlijk beter als dapperheid, en zo was het in dit geval. Niemand reageerde op de uitdaging toen hij elke morgen en avond zichzelf presenteerde. De beproeving was geheel volkomen want “De Filistijn nu trad toe, des morgens vroeg en des avonds. Alzo stelde hij zich [daar] veertig dagen lang”.

Iedere morgen en iedere avond stond hij tussen de beide legers en zei: “Geeft mij een man”, en kijkt voor hem in het rond. Maar niemand durfde de tweekamp met hem aan. Niemand wilde komen. Zij waren wijs en ik prijs hun wijsheid. Zij wisten heel goed dat het hun zekere dood zou betekenen – een absolute nederlaag voor hen – en zo bleven ze in hun posities. Wat zeg je, wat een lafaards? Ik denk dat jij en ik hetzelfde gedaan zouden hebben. Dat is de echte waarheid. Zij wisten dat het geen zin had. De reus tegemoet te treden zou een zekere dood betekend hebben. Met zijn reusachtige wapens en zijn overeenkomstige kracht om deze te gebruiken, zou voor iedere tegenstand een absolute nederlaag betekend hebben. “Zij vreesden zeer” en ik noem hen geen stelletje lafaards. Ik denk dat zij wijs waren. Zij waren niet van plan om hun leven in gevaar te brengen; en het zou beter voor je zijn wanneer je de duivel meer zou vrezen.

Wel, mijn vrienden, jullie denken zeker dat niemand je vandaag op deze manier zal uitdagen? Toch wel! Goliath als vijand van het volk van God is maar een zwak beeld van de macht van satan en hij is wel iets meer dan jij en ik. Satan is even listig als machtig. Satan weet heel goed hoe hij de mens eronder kan krijgen. Ik weet heel goed dat mensen zeggen niet in hem en zijn macht te geloven. Dat is juist het bewijs van zijn macht; hij verblindt de ogen van de mens voor hun werkelijke toestand. Zij denken vrij te zijn maar in werkelijkheid zijn zij slaven. Vraag aan een willekeurig bekeerd mens of hij gelooft in de macht van satan. Vraag aan je kameraad, wanneer hij bekeerd en gered is, over de macht van satan en hij zal je vertellen: “Toen ik nog niet bekeerd was, geloofde ik niet in de duivel noch in zijn macht; maar als ik bang was, ondervond ik hoe verschrikkelijk zijn macht over mij was. Maar nu ik tot Christus gekomen ben en ik de genade en de reddende macht van de Heer Jezus ken, weet ik dat de duivel een vijand is waarvan de macht gebroken is en die ik om zijn listen moet vrezen; maar ik ken Een die sterker is dan hij”.

Toen Paulus bekeerd was, werd hij door de Heer Jezus naar de volken gezonden “om hun ogen te openen, opdat zij zich bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van de satan tot God; opdat zij vergeving van zonden ontvangen en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof in Mij” (Handelingen 26:18). Het is waar dat wij niet tegen de duivel opgewassen zijn. Ieder mens – behalve de Heer Jezus, de Redder – was in zijn macht, en hij houdt ieder mens onder zijn controle die nog niet door genade de Heer Jezus kent. En als iemand het evangelie niet gelooft, wat is daarvan dan de reden? “Als dan ook ons evangelie bedekt is, is het bedekt in hen die verloren gaan; ongelovigen, in wie de god van deze eeuw [de duivel] de gedachten verblind heeft, opdat de lichtglans van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is, hen niet zou bestralen” (2 Korinthe 4:3-4). Dit getuigenis is zeer ernstig en zou iedere onachtzame, nog niet bekeerde mens wakker moeten schudden zodat hij zijn verschrikkelijke toestand inziet en erkent.

Wordt D.V. vervolgd.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW