7 maanden geleden

Jona slaapt (3)

Jona 1 vers 4-5

“Maar de HEERE wierp een hevige wind op de zee; er ontstond een zware storm op de zee, zodat het schip dreigde te breken” (Jona 1:4).

Jona had een schip gevonden dat naar Tarsis voer en dat was precies waar hij heen wilde. Had zijn overhaaste vlucht voor God of de wandeling naar Jafo hem zo uitgeput, dat hij onmiddellijk zijn kooi opzocht omdat hij zo moe was? Of was hij helemaal naar beneden gegaan in het schip om zo ver mogelijk van God verwijderd te zijn? We weten het niet. Maar God begint nu te handelen om zijn ongehoorzame boodschapper op het rechte pad te brengen. Hij gooit een hevige stormwind op de zee, en in tegenstelling tot Jona gehoorzamen de natuurkrachten de Schepper-God. En het zijn niet alleen de golven die in beroering zijn. Het schip dreigt uit elkaar te vallen en er breekt paniek uit onder de zeelieden:

“Toen werden de zeelieden bevreesd en zij riepen, ieder tot zijn god. Zij wierpen de lading die in het schip was, in de zee om het daardoor lichter te maken. Maar Jona was afgedaald in het ruim van het schip, was gaan liggen en was in een diepe slaap gevallen” (Jona 1:5).

Beneden in het schip was het, in tegenstelling tot de situatie op het dek, tamelijk rustig. Terwijl de zeelui buiten voor hun leven vochten, sliep Jona. Moeilijk te geloven. Blijkbaar heeft zijn geweten niet ingegrepen. Hij had zich zo ver van God verwijderd, dat hij kon gaan liggen om te rusten. Maar deze rust had niets te maken met innerlijke rust. De Heer sliep in de storm op een kussen in diep vertrouwen op Zijn God. In het geval van Jona, was het de geveinsde rust van een geweten, dat in slaap was gevallen.

Laten we dit toepassen op onszelf als christenen. In Efeze 5 vers 14 schrijft Paulus: “Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.” En in 1 Thessalonicenzen 5 vers 6: “Laten wij dus niet slapen zoals de overigen, maar laten wij waken en nuchter zijn.”

Zoals een slapend persoon soms op het eerste gezicht niet te onderscheiden is van een dode, zo lijkt een slapend christen op een ongelovige. Hij mist zijn roeping, zijn doel in het leven. Jona bevond zich in de donkere ruim van het schip en bleef in de duisternis, hoewel hij toch – als wij dit geestelijk op ons toepassen – licht in de Heer was en in het licht of als kinderen van het licht zou moeten wandelen.

Voor ons hangt deze situatie samen met de eerste vermaningen:

  1. Door de verkeerde weg en het verkeerde gedrag van Jona werden de levens van anderen in gevaar gebracht – en hij had dat eerst niet eens door. Er zijn mensen om ons heen die in de nood van de zonden verkeren, en wij zijn geen getuigen en geen hulp. Zij kunnen aan ons niet zien, dat wij christenen zijn, want wij onderscheiden ons niet van de overigen. Wij kunnen geen wegwijzer zijn naar de Heer Jezus.
  2. Wanneer wij geestelijk in slaap zijn, zijn wij ook doof en blind voor de noden van onze broeders en zusters. Iemand is eenzaam en wij slapen. Iemand is ziek en wij merken het niet. Er is iemand die hulp nodig heeft in de beproeving van het geloof en wij hebben gekozen om een sofa-christen te zijn.
  3. Jona zelf was in gevaar op het schip. Het schip dreigde te vergaan en het zinken van het schip zou ook voor hem een zekere dood hebben betekend. Als wij geestelijk onoplettend en slaperig zijn, zien wij gevaren niet aankomen of zien wij ze veel te laat.
  4. Slapen en bidden gaan niet samen. Evenmin is niet geoordeelde zonde verenigbaar met gebed. De Heer had de discipelen in Gethsémané gezegd: “Waakt en bidt, opdat u niet in verzoeking komt.” (Matth. 26:41)Maar de discipelen waren in slaap gevallen, hadden niet gewaakt en gebeden, en Petrus viel. En net zoals Petrus gewekt moest worden door een haan, werd Jona gewekt door een ongelovige. Hoe beschamend was dat voor hem!

Slapende christenen doen dus niet wat ze zouden moeten doen: bidden en dienen. Laten wij de vermaning van de Heer ter harte nemen, dat wij moeten waken en bidden – voor de eer van God en voor het welzijn van onze medemensen (gelovigen en ongelovigen) en voor ons eigen bewaring.

Wordt DV vervolgd met: “Jona wordt in de zee geworpen” (4).

 

Dirk Mütze; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 31.12.2020.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW