4 jaar geleden

Johannes 6 vers 51

Mijn vrouw en ik zitten tegenover een afgelegen kapel. Het verrassende warme november-weer verdrijft geleidelijk de mist over de Inn Valley. Kufstein met zijn imposante kastelen wordt nu zichtbaar. We zijn samen de bijbel aan het lezen in het Johannes-evangelie. Een bejaarde Tiroler boer komt langs het pad met een hooivork op zijn schouder. “Bent u aan het bidden?”, vraagt hij. “We lezen juist in de heilige Schrift hoe Judas de Heer Jezus verraadde en Petrus Hem verloochende, voordat de Heer werd veroordeeld en gekruisigd”. De man staat stil en luistert met belangstelling.

“Ik heb hier iets voor u te lezen. Het vertelt u meer over Jezus Christus”. Hij draait de twee traktaten in zijn handen die ik hem gegeven heb, bekijkt de voor- en achterkant en vraagt dan plotseling: “Hebt u een bijbel?” Ik geef hem een nieuw testament uit de bagageruimte van onze auto, die waar ook enkele broodjes van de warme bakker liggen, waarvan ik ook enkele aan hem wil geven. “Wilt u ook een broodje?” – “Ja, alstublieft”. Dankbaar nam hij enkele broodjes aan en vervolgde zijn weg.

Ik volg hem een poosje terwijl hij de heuvel oploopt in de richting van zijn afgelegen boerderij. In de ene hand brood voor zijn lichaam en in de andere brood voor zijn ziel. Misschien dat het Woord van God voor de eerste keer dat eenzame huis binnenkomt ten einde vrucht voort te brengen in een zoekend hart. Jezus Zelf zei: “Ik ben het brood van het leven; wie tot Mij komt zal nooit meer honger hebben; en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben” (Joh. 6:35).

© The Good Seed

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol