13 jaar geleden

Job 12 vers 25

Een zoon van gelovige ouders die hen verlaten had om in de wereld zijn geluk te zoeken, schreef op een dag de volgende regels:

“Lieve ouders! Dit eenzame uur brengt mij ertoe tot u te smeken: neem mij weer op, laat mij werken en help mij, opdat mijn geweten ontwaakt, want het slaapt al twee jaar. Vluchtig dwaal ik rond en kan niets weer herstellen. De vrijheid die ik zocht, was een slavernij. Wat zonde is, weet ik niet, en mijn gevoelens zijn een puinhoop. Zoals dit uur kwam waarin ik u smeek, zo kan het morgen verdwenen zijn. Alles wat op mij afkomt, van welke aard het ook is, laat mij koud. Ik voel alleen nog dat ik daarbij langzaam te gronde zal gaan. Wanneer het niet verandert, moet ik zelf alles dragen, totdat de vertwijfeling zich van mij meester maakt. Ik verlang naar een regelmatig leven, naar werk; of ik daarbij de weg tot u zal terugvinden, u van wie ik zo vervreemd ben? Men wil mij weer met vele beloften de wereld inlokken, en bijna zou ik gegaan zijn. Maar ik moet vandaag voelen dat u voor mij bidt. Waarom moet u, waarom moet ik door dit alles heengaan? Toch voel ik niets, voor niets en voor niemand. Misschien is het lafheid, wanneer ik noodlottig denk: alles gaat toch zijn gang zoals het van te voren bepaald is, maar nu moet ik zo denken, omdat ik het geloof verloor in de wereld die mij alles liet beleven, maar mij nu twee wegen voor ogen houdt: opgang of ondergang. Nee, ik wil niet ondergaan maar voor een nieuwe start ontbreekt mij de kracht. En dan zie ik uiteindelijk alleen nog u. U kunt het. Wilt u het nog? Uw ongelukkige zoon”.

Is dat misschien iets van uw toestand? Keer dan om naar de Heere Jezus. U zult zeker vergeving ontvangen.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol