8 jaar geleden

Jeremia (2 – slot) – de lijdende profeet

Nauwelijks kan men een van de profeten beter leren kennen dan Jeremia. Hij schrijft in zijn boek veel over zijn eigen omstandigheden zowel over zijn ervaringen. De toestand van het volk van God was miserabel. Jeremia verdroeg het niet stoïcijns, maar leed er zeer onder. Daarom wordt hij ook de wenende profeet genoemd.

Weerstand van de ontvangers van de boodschap

Al aan het begin van zijn profetendienst als jonge man zegt God tegen hem, dat de ontvangers van zijn boodschappen zich tegen hem zullen verzetten. Gelijktijdig krijgt hij de belofte, dat zij hem niet zullen overweldigen (Jer. 1:17-19). De waarheid van deze aankondiging heeft Jeremia vaak ervaren. Ten eerste willen de joden hem alleen “met de tong treffen”, dat betekent hem met redeneringen tot zwijgen brengen (18:18). Moeilijker wordt het als de rechters van zijn volk erover onderhandelen, of hij de doodstraf vanwege zijn profetieën verdiende (26:8). Onder de eersten die zich tegen hem verzetten en met de dood bedreigden, zijn de mannen van zijn woonplaats (11:21-23).

Ook de Heer Jezus heeft dat ondervonden. Hij zegt: “Voorwaar, Ik zeg u dat geen profeet welgevallig is in zijn vaderstad” (Luk. 4:24). Precies zo kan het ons ook gaan, wanneer we familie of bekenden hebben, die de waarheid van het woord van God niet willen gehoorzamen: Zij zijn vaak moeilijker in hun afwijzing dan mensen, die wij niet kennen. Toch begint ons getuigenis voor de Heer in de regel in onze directe omgeving. “Ga naar uw huis, naar de uwen, en bericht hun alles wat de Heere bij u gedaan heeft …” (Mark. 5:19).

Lichamelijk lijden

Tweemaal wordt bericht, dat Jeremia vanwege zijn profetieën geslagen en in de gevangenis geworpen werd. Geklemd in het blok, hals en handen vastgeklemd en niet in staat om te bewegen, daartoe vergrendeld in ongezonde gewelven, moet hij volharden​​ (20:2; 37:15). Eens werd hij in een modderput geworpen (38:6). Vanwege de slechte omgeving die is altijd gevaarlijk, maar God stuurt hem bevrijding of verlichting. Tegen het eind van zijn dienst wordt hij door zijn eigen landgenoten mee naar Egypte gesleept. Hij heeft hen daarvoor ernstig gewaarschuwd deze weg te gaan, maar zij luisteren niet naar hem en dwingen hem zelfs mee te gaan. Daar vinden we zijn laatste profetieën. Waarschijnlijk werd hij daar omgebracht (vgl. Luk. 11:47; Hand. 7:52). Hij was getuige van de totale ineenstorting van het zuidelijke rijk Juda; voor het behoud en de terugkeer van hen naar de Heer heeft hij zijn hele leven lang gewerkt.

Het is altijd een smartelijke ervaring, wanneer een dienaar van God beleven moet, dat zijn dienst tevergeefs is en hij de ondergang daarvan beleeft, van dat wat hij probeerde op te bouwen. Maar God zal hem toch zijn loon voor de door hem verrichte arbeid geven.

Psychisch lijden

Jeremia moest het volk oorlog en nederlagen voorzeggen. Omdat hij zelf het woord van God, dat hij verkondigen moest, volledig gelooft, weet hij dat Jeruzalem veroverd en verwoest zal worden, als zij zich niet bekeert. Dat laat hem niet koud, hij is niet vol leedvermaak. Integendeel, hij treurt en weent, wanneer hij van te voren ziet, dat velen uit zijn volk sterven moeten en anderen gevangen weggevoerd worden (4:19,20; 8:18-9:1; 13:17; 14:17,18). De profetieën hebben bij hemzelf het resultaat, dat zij bij Israël zou moeten hebben. Hij erkent en belijdt, dat zij tegen God gezondigd hebben (14:20) en sluit zichzelf daarvan niet uit, hoewel hij zelf godvruchtig leeft. Daarmee handelt hij als andere mannen Gods na hem, bijvoorbeeld Ezra, Nehemia of Daniël.

“HEERE, wij kennen onze goddeloosheid, de ongerechtigheid van onze vaderen, want wij hebben gezondigd tegen U”.

Jeremia 14 vers 20.

Ook wij weten, dat Gods oordelen spoedig de aarde treffen zullen. De mensen die niet gered zijn, zullen verschrikkelijke dingen moeten doormaken en dan voor eeuwig verloren zijn. “Deze dag is een dag met een goede boodschap en wij zwijgen erover. Als wij wachten tot het morgenlicht, staan wij schuldig” (2 Kon. 7:9). Paulus beschrijft in Romeinen 9 vers 1-3 hoe zeer het hem smart, dat zijn verwanten wat het vlees betreft het evangelie niet gehoorzaamden. Onze boodschap wordt geloofwaardiger, als de ontvangers herkennen, dat wij zelf er door getroffen zijn. Dan spreken wij niet van bovenaf en bedenken, dat ook wij zulke schuldigen waren.

Lijden door tegenstand van de valse profeten

Altijd weer staat Jeremia tegenover anderen, die zichzelf profeten noemen, die het tegendeel beweren. De boodschap van andere profeten is vaak aangenamer om te horen als die van hem (14:13; 28:5-11). Zij verkondigden bevrijding en rust, hji oorlog en verderf. Graag had hij de anderen gelijk gegeven, maar hij weet dat zij boze profeten zijn, van wie de boodschap niet van God komt en vals is. Hij moet deze valse profeten oordeel aankondigen. Voor de valse profeet Hananja betekent dit de dood in hetzelfde jaar (28:15-17).

Ook in de christenheid zijn er valse profeten. “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten” (2 Tim. 4:3). Zij zeggen bijvoorbeeld: Omdat God liefde is, zal Hij toch nog alle mensen in de hemel halen. Dat klinkt goed, maar is vals. Gods gerechtigheid veroorlooft het niet, dat een mens, die de boodschap van het heil afgewezen heeft, in Gods tegenwoordigheid komt. De prediking van het eeuwig oordeel, de hel, is niet mooi, maar behoort helemaal tot de volle verkondiging van het evangelie.

Geen erkenning

Jeremia neemt zijn opdracht als profeet zeer ernstig. Hij werkt en bidt voor zijn volk. Toch oogst hij alleen maar ondankbaarheid (18:18-20) en spot (20:8) omdat hij altijd weer dezelfde ernstige woorden spreekt. Allen wantrouwen hem; vanwege valse verdachtmakingen komt hij zelfs in de gevangenis (37:11-16).

Iets dergelijks kunnen wij beleven, wanneer wij het evangelie doorgeven. We bedoelen het goed en hebben ook werkelijk een essentiël, reddende boodschap. Toch wijzen velen dit af. Waarom? Omdat zij niet bereid zijn hun eigen schuld toe te geven en zich voor God te buigen.

God zorgt voor de gelovigen

Terwijl Jeremia in Jeruzalem is, wordt de stad meermalen door de koning van Babel belegerd. Dat leidt tot een grote hongersnood in de stad, waardoor velen sterven. Na de verovering worden vele gevangenen, ook Jeremia, geboeid om naar Babel in gevangenschap gevoerd te worden (37:21-40:1-4). Toch zorgt God ervoor dat de overste van de lijfwacht, die van de profetieën van Jeremia gehoord had, hem vrijlaat.

Oorlog brengt altijd groot leed voor de burgerbevolking met zich mee. Daarvan zijn ook de gelovigen niet uitgezonderd. Ook zij lijden onder dezelfde problemen als de ongelovigen. In de beide grote wereldoorlogen zijn vele gelovige soldaten gevallen en burgers door bombardementen of op de vlucht omgekomen. Is er geen verschil? Jazeker, wat de godvruchtigen weten, dat God ook in grote nood bij hen is, en, wanneer Hij het zo wil, ook bijzondere hulp en verlichting schenkt. Datzelfde geldt voor natuurrampen, economische crisissen enzovoorts. In elke situatie moeten we ons vertrouwen op God stellen, omdat wij weten dat Hij, Die ons liefheeft, alle omstandigheden leidt zoals Hij wil en het goed voor ons is.

Hoe gaat Jeremia met zijn lijden om?

Op een dag is Jeremia zo gedeprimeerd, dat hij aan God vraagt: “Waarom is mijn lijden er voor altijd” (15:18) en tenslotte zelfs de dag van zijn geboorte vervloekt (20:14-18). Maar hij denkt eraan dat de Heer zijn sterkte, zijn toevlucht en een geweldige held is (14:22; 16:19; 20:11), aan het woord van God heeft hij een welgevallen, het is hem tot vreugde en een blijdschap voor zijn hart (15:16). Zo kan hij ondanks alle moeilijkheden tot lof aansporen: “Zing voor de HEERE, prijs de HEERE” (20:13).

Iets dergelijks ondervonden Paulus en Silas toen zij in Filippi geslagen werden en in gevangenschap kwamen. Te middernacht baden zij en zongen lofzangen voor God. God wilde hen verder in Zijn dienst gebruiken en Hij bevrijdde hen (Hand. 16:19-34). Toen Paulus de brief aan de Filippiërs schreef, zat hij in de gevangenis in Rome. Ondanks dat spoort hij hen aan: “Verblijd u altijd in de Heere” (Fil. 4:4). Onze blijdschap is niet afhankelijk van de uiterlijke omstandigheden, maar daarvan, hoe ons hart in gemeenschap met de Heer is.

Meermalen vraagt Jeremia God om wraak aan zijn vijanden (18:21-23). Dat is een typische uitroep voor die tijd van het Oude Testament , die ook in de psalmen vaak voor komt. Dit gebed is voor ons, is die leven in de tijd van genade niet van toepassing. Voor ons geldt het woord van de Heer Jezus: “Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren” (Luk. 6:28).

“Ik zal u vóór dit volk stellen als een bronzen vestingmuur. Ze zullen wel tegen u strijden, maar u niet aankunnen, want Ik ben met u, om u te verlossen en te redden, spreekt de HEERE” (15:20).

Slot.

Matthias Franke – © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW