14 jaar geleden

Israël en tijd van aartsvaders (6)

Les 6

Beste cursist(e),

Inmiddels zijn we aangekomen bij Genesis 20. In hoofdstuk 12 (les 1) hebben we een soortgelijke geschiedenis als hier. Weer spreekt Abraham niet de waarheid, wat zijn vrouw betreft. Maar God grijpt in. Want wat gebeurt er met Abimélech? God verschijnt hem in een droom. Dan hoort Abimélech dat Sara de vrouw van Abraham is.

Vraag 1. Heeft Abimélech onrechtvaardig gehandeld?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

God zegt ook tegen hem, dat Hij het verhindert heeft dat Abimélech zou zondigen, door de vrouw van een ander te nemen. In vers 6 staat het zo: “… en Ik heb u ook belet van tegen Mij te zondigen”.
Hoe is het vandaag de dag? We leven in een tijd, waarin iedereen maar raak leeft. Men denkt alleen aan zichzelf en vraagt niet naar de gedachten van God. De een woont samen. Een ander trouwt nog wel, maar gaat “even vrolijk” scheiden om met een ander verder te gaan. O, laten we uit deze verzen in Genesis 20 leren, dat God het huwelijk ernstig, serieus neemt! En dat Hij in Zijn Woord heel duidelijk gesproken heeft over de omgang tussen man en vrouw.
Abimélech moet Sara teruggeven, lezen we dan in vers 7. En hoewel Abraham gezondigd heeft, spreekt God daarover niet tegen een heiden. Integendeel!

Vraag 2. Hoe wordt Abraham zelfs genoemd?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Toch moet Abraham wel zijn zonde ten opzichte van hem belijden. Hij moet bekennen dat hij verkeerd gehandeld heeft. Een halve waarheid is een hele leugen (zie vers 13).
Abraham bidt dan voor Abimélech.

Vraag 3. Waaruit blijkt, dat God zijn gebed verhoorde?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Dan gaan we nu verder met Genesis 21.
Direkt in de eerste twee verzen, leren we al een grote waarheid. God doet wat Hij beloofd heeft!
Dat was toen zo, maar geldt ook voor nu.

Vraag 4. Wat lezen we aan het begin van Numeri 23 vers 19?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Na jarenlang wachten heeft God Zijn belofte van een zoon ingelost. Menselijk gesproken kon dit niet. Maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
En in gehoorzaamheid aan God, wordt het kind Izak genoemd, en wordt hij op de achtste dag besneden. Zo lezen we in vers 1 tot en met 4 en hoofdstuk 17 vers 19. Sara zegt zelf dat de naam Izak “lachen” betekent (vers 6): “God heeft mij een lachen gemaakt; al die het hoort zal met mij lachen”. Nu zal men haar niet meer uitlachen, omdat ze geen kinderen heeft. Men zal zich verheugen over het wonder dat God gedaan heeft!
Maar … Ismaël is er ook nog! Al die jaren, na de vlucht en terugkeer van Hagar, heeft Sara hen verdragen. We hebben in Genesis 16 (les 3) gezien, dat God dat wilde. Maar nu ziet Sara dat Ismaël spot met lzak. Dat is niet naar de gedachten van God.

Vraag 5. Wat zegt zij daarom tegen Abraham?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Het gaat om de erfenis, om de beloften van God. Izak was door God beloofd, Ismaël niet. En hoewel Abraham de woorden van Sara niet goed kan keuren, moet hij wel zo handelen. God zegt dat tegen hem. Sara heeft beter begrepen dan Abraham, dat Izak de zoon van de belofte was. Hem zal God alle zegen geven.
In het Nieuwe Testament, in Galaten 4 vers 21 tot en met 31 lezen we van deze beide jongens. Daar zien we dat zij een afbeelding zijn van iets.
Ismaël is de zoon van een slavin.
Daarmee is hij een beeld van hen die menen door de wet te houden, het leven te vinden.

Vraag 6. Waarvan is Izak een beeld?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Vraag 7. Zeg eens met eigen woorden wat Galaten 4 vers 29 betekent.

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

En wat wij in het dertigste vers lezen, zijn de woorden van Sara uit Genesis 21 vers 10. Paulus, de schrijver van de brief aan de Galaten, bedoelt hiermee in vers 30: Sara is niet op het idee gekomen, maar God. God wil niet dat slavernij en geloof samengaan.
Daarom moest Abraham Hagar en haar zoon wegsturen (we gaan nu dus weer verder met Genesis 21!) Hoe moeilijk hij het daar ook mee had. Maar God blijft wel voor Hagar en Ismaë1 zorgen!

Vraag 8. Waar is Hagar naar toe gegaan?

……………………………………………………………………………………………………………………….

Ze heeft brood en water meegekregen van Abraham. Maar op een gegeven moment is dat op.

Vraag 9. Wat doet ze dan?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Dan komt de Engel van God bij haar. Maar let eens goed op wat er staat in vers 17! “God hoorde stem van de jongen …”. Dus Ismaël heeft in zijn angst en benauwdheid tot God geroepen en God hoorde hem.
God hoort ook het gebed van een kind!
God geeft dan eerst nog eens de belofte: “… Ik zal hem tot een groot volk stellen”. Daarna opende God de ogen van Hagar en ziet zij een waterput.

In het verdere vervolg van dit hoofdstuk lezen we dat Abimélech en zijn krijgsoverste Pichol merken dat God Abraham zegent. Er staat in vers 22: “God is met u in alles, wat gij doet”.
En dan wil Abimélech een verbond, een vriendschapsverbond, met Abraham maken. Abraham maakt hem dan duidelijk dat hij grote waarde hecht aan de waterput, de bron, die Abimélechs knechten hem afgenomen hebben.
Die bron is voor ons, gelovigen, een beeld van het Woord van God. Uit die bron mogen wij elke dag kracht putten. Laten ook wij, net als Abraham, altijd opkomen voor die bron.
Laten we hen, waarmee wij in kontakt komen, wijzen op de kostbaarheid van die bron. Laten we er direct voor uit komen dat we niet zonder die bron kunnen leven. Misschien dat wij, door zo te spreken en ons zo in te zetten voor het Woord van God, een voorbeeld kunnen zijn voor anderen. Opdat zij die dorst hebben naar waarheid, vrede en vreugde, dat zullen zoeken in die bron.

Heer, het Woord door U gegeven,
vol van schatten, nieuw en oud,
spreekt van eeuwig, zalig leven,
is meer waard dan het fijnste goud.
Al Uw plannen en gedachten,
kostelijk en verheven te achten,
al wat in Uw harte woont,
hebt U mij in het Woord getoond.

Nadat het verbond gesloten is, vertrekt Abimélech.

Vraag 10. Wat doet Abraham dan?

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

……………………………………………………………………………………………………………………….

Ondanks het verbond met Abimélech, ondanks alles wat Abraham nu bezit, blijft hij een vreemdeling in het land (vers 34). Wat het betekent een vreemdeling te zijn, weten we nog uit les 2. Ondanks alle zegen, weet Abraham dat hij in dat land niet thuishoort!Laten ook wij, ondanks alle zegeningen, ons als vreemdelingen hier gedragen en ons oog altijd gericht houden op het Hemels Vaderland!

Zo de Heer wil (D.V.) tot de volgende keer!

Als je per email meedoet, mail dan naar het volgende emailadres: frissewateren@ctmax.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM