14 jaar geleden

Israël en tijd van aartsvaders (16)

Les 16

Beste cursist(e),

In Egypte wordt Jozef verkocht aan Potifar, de overste van de lijfwacht van Faraö, zo lezen we in Genesis 39. Voor ons mensen lijkt alles nu hopeloos. Hij is nu immers een slaaf, wat kan er nog van zijn dromen terecht komen?!

Vraag 1. Waaruit blijkt, dat Jozef toch op de goede weg is?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Ook voor ons persoonlijk kunnen er moeilijke omstandigheden zijn. Soms kan de situatie uitzichtloos zijn. Maar wat is het dan een voorrecht hetzelfde te mogen ervaren als Jozef. We mogen weten dat de Heer boven alles staat.

Vraag 2. Welke prachtige belofte geeft de Heer Jezus ons aan het eind van het evangelie naar Matthéüs?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

We kunnen ons rustig aan Hem toevertrouwen. Hij heeft ALLE macht en laat ons nooit in de steek.

‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God,
want in Zijn hand, ligt heel mijn levenslot!

Jozef doet zijn werk voor Potifar zonder morren en God zegent hem in zijn werk. Op deze manier kan hij in een heidens land een getuige van de Heere, zijn God zijn.

Maar er is iemand die dat niet kan uitstaan. Misschien hebben we dat zelf ook wel eens ervaren. Jozef in ieder geval wel. Satan probeert hem van zijn geloof af te trekken en gebruikt daarvoor de vrouw van Potifar. Zij heeft een oogje op Jozef. Maar gelukkig wil hij de Heere niet bedroeven en gaat niet in op de voorstellen van Potifars vrouw.

Als het haar niet met woorden lukt, dan probeert ze het met list. Dan blijft er voor Jozef maar één ding over: vluchten.

Vraag 3. Welke raad vinden we in Jakobus 4:7, om de duivel te overwinnen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

We kunnen dat alleen maar doen, als we in gemeenschap met de Heer onze weg gaan. Zodra we met de zonde gaan spelen, gaat het mis. Dan verdwijnt de rust en vrede en blijdschap uit ons hart. Dat hebben, jammer genoeg, al velen moeten ondervinden. Maar gelukkig is er altijd een weg terug (1 Johannes 1:9). Ook van David, “de man naar Gods hart”, weten we dat hij faalde, omdat hij niet voor de verleiding vluchtte. Die geschiedenis met Bathséba staat als een waarschuwing voor ons, in Gods Woord. Maar gelukkig lezen we ook van hem dat hij berouw kreeg en zijn schuld beleed voor God (Psalm 51).

In Psalm 119:9 wordt de vraag gesteld: “Waarmee zal de jongeling zijn pad zuiver houden?” En direct er achteraan lezen we het antwoord: “Als hij dat houdt naar Uw woord”.
Natuurlijk geldt dat niet alleen voor jonge, maar ook voor oude(re) mensen.

Vraag 4. Welke hartewens, die hopelijk ieder van ons heeft, lezen we in Psalm 119:1.

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Dus doordat Jozef gevlucht is voor de zonde is hij hiervoor bewaard gebleven. Maar satan geeft niet zo gauw op! Jozef wordt vals beschuldigd en komt in de gevangenis. Wat er daar met hem gebeurt, lezen we ook in Psalm 105:17 tot en met 21. Vooral in vers 18 zien we zijn lijden.

Dit lijden herinnert ons aan de Heer Jezus. Ook Hij werd gegrepen (Markus 14:46) en vals beschuldigd (Matthéüs 26:59 en 60). Hij werd als een misdadiger beschouwd (Markus 15:28).

Vraag 5. En wat lezen we van de Heer Jezus aan het eind van Lukas 23:41?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Ondanks alles wat Hem al was en nog zou overkomen, lezen we van Hem: “Hij is het land doorgegaan, goeddoende en allen genezende … want God was met Hem” (Handelingen 10:38).

Vraag 6. Datzelfde vinden we ook bij Jozef. Want wat ervaart hij in de gevangenis?

…………………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………………

Daaruit zal hij kracht en troost geput hebben!
De Heer heeft ook in de gevangenis een plan met hem. Dat blijkt wel in Genesis 40. Twee mannen, die werken aan het hof van Faraö en daar een belangrijk functie hebben, worden gevangen gezet. Jozef moet hen daar verzorgen.
Als hij op een dag merkt dat ze erg somber zijn, vraagt hij wat er aan de hand is. Dan vertellen ze hem van hun dromen, waarvan ze de betekenis niet weten. Toch zijn ze er erg van onder de indruk, want ze voelen wel dat dit geen gewone dromen zijn.
Dan blijkt de gezindheid van Jozef. Hij doet niet gewichtig. Hij doet niet, alsof hij hen wel even zal helpen.

Vraag 7. Wat zegt hij tegen die beide mannen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

En als dan zowel de schenker als de bakker hun droom verteld hebben, dan geeft Jozef de betekenis. Hij vertelt hen eerlijk wat er gaat gebeuren. Hij draait er niet om heen. De bakker zal ter dood gebracht worden en de schenker komt weer vrij.

In deze twee mannen mogen we het beeld van de ongelovige en de gelovige zien. In eerste instantie waren hun omstandigheden gelijk, namelijk beiden “gevangen”.

Vraag 8. Wat lezen we in Romeinen 3:23 van de mens?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Maar dan komt er verandering! De een neemt de blijde boodschap van genade aan en wordt behouden. Maar de ander weigert het heil te aanvaarden en is verloren. Hier op aarde zijn maar twee mogelijkheden: of men is gered of men is verloren.

De bakker moest ook het oordeel van Faraö ondergaan. Maar gelukkkig is het nu nog de tijd van genade! Iedereen kan nu nog van een verloren zondaar veranderen in een behouden Christen! Dat zien we ook bij de kruisiging van de Heer Jezus (Lukas 23:33 tot en met 43). Hij hing tussen twee boosdoeners. De ene is onverschillig gebleven, maar de ander … hij heeft gebeden: “Heer”, gedenk mij, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn”.

Vraag 9. Zijn gebed werd direct verhoord! Want wat zei de Heer Jezus tegen hem?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Jozef vraagt nog aan de schenker of hij aan hem zal denken, als hij weer uit de gevangenis is. Misschien kan hij een goed woordje voor Jozef doen bij faraö (vers 14).

Maar als de schenker eenmaal vrij is, dan denkt hij niet meer aan Jozef. Een Jozef die hem de boodschap van genade heeft gebracht.
Laat dit een les zijn voor ons. Laten wij altijd denken aan Hem die ons genade heeft bewezen.

Vraag 10. Wat hebben wij door het evangelie van de Heer Jezus ontvangen, volgens Efeze 2:17?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Het is geweldig, dít te mogen weten, dat te ervaren in ons leven en in onze harten! En als we ons geheel aan Zijn leiding overgeven, in alle dingen volledig op Hem vertrouwen, dan blijft dat ook in onze harten!

We mogen weten, dat Hij ook met ons leven een plan heeft. Hem zij daarvoor dank en eer!

 

Laat Hem besturen, waken;
’t is wijsheid, wat Hij doet.
Zo zal Hij alles maken,
dat ge u verwond’ren moet!

Als je per email meedoet, mail dan naar het volgende emailadres: frissewateren@ctmax.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM