14 jaar geleden

Israël en tijd van aartsvaders (13)


Les 13

Beste cursist(e),

Deze les beginnen we met Genesis 33.

We weten misschien nog wel dat Jakob in het vorige hoofdstuk gestreden heeft te Pnuël (of: Pniël). Daar heeft hij zijn nieuwe naam gekregen: Israël, dat betekent: Strijder Gods. Toch is het heel opvallend, dat we nog een hele tijd zijn oude naam in de Bijbel lezen. Destijds bij Abraham was dat niet zo. Dit komt waarschijnlijk omdat hij zich steeds weer naar zijn oude naam gedroeg. Die naam betekent: hielenlichter, bedrieger. Steeds opnieuw probeert hij met list te overwinnen, in eigen kracht en niet vertrouwend op God.

Ook nu zien we dat als hij zijn broer Ezau met vierhonderd mannen ziet verschijnen. Hij gaat zelf weer iets regelen. Hij stelt zijn gezin in een bepaalde volgorde op en gaat dan Ezau tegemoet.

Vraag 1. Waarom zou hij dat zo gedaan hebben?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Natuurlijk kunnen we wel begrijpen dat Jakob in spanning verkeerd. Hoe zal zijn ontmoeting met Ezau af lopen? Maar ook bij hem blijkt:

“Een mens lijdt dikwijls het meest,
door het lijden dat hij vreest
en dat nooit op komt dagen;
dus heeft hij meer te dragen,
dan God te dragen geeft”.

Vraag 2. Waaruit blijkt dat Jakob’s angst ongegrond is?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Waarom handelt Ezau zo? Daarvoor zorgt de Heerl Want Jakob had hier immers voor gebeden in Genesis 32 vers 11! Toch heeft Jakob hier niet op vertrouwd.

Vraag 3. Want waarvoor dienen alle geschenken, waarover we lezen in Genesis 33 vers 8?

………………………………………………………………………………………………………………………..

God heeft het hart van Ezau bewerkt! Dat blijkt heel duidelijk uit dit vers. Want al die geschenken hebben geen indruk gemaakt op Ezau. Hij begrijpt helemaal niet waarvoor die zijn!
Maar als Jakob toch blijft aandringen, neemt hij de geschenken aan, als teken van verzoening en vriendschap. Ezau wil hem zelfs verder begeleiden, maar dat wil Jakob niet. En dan zien we weer het listige van Jakob. Hij zegt tegen Ezau dat hij hem wel na zal komen naar Seïr. Maar dat doet hij niet! Hij reist met zijn gezin naar Sukkoth.

Jakob, Jakob! Wat doe je in die plaats? Ben je al vergeten wat je de Heer beloofd hebt? Je zou God de tienden geven, als de Heer jou zou helpen. En je zou terugkeren naar Beth-El. Zo lezen we het in Genesis 28 vers 20 tot en met 22. Ja, in vers 22 staat: “En deze steen, die ik tot een opgericht teken gezet heb, zal een huis Gods wezen, en van alles, wat Gij mij geven zult, zal ik U voorzeker de tienden geven”. Maar waar gaat hij nu heen? Naar Sukkoth en dan staat er bij in Genesis 33 vers 17: “… en bouwde een huis voor zich”.

Vraag 4. Welk verschil valt hierdoor op, tussen hem en zijn vader Izak en ook zijn grootvader Abraham?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Jakob begeeft zich zo, met zijn gezin, in groot gevaar. Hij zoekt veiligheid door dicht bij de stad Sichem te gaan wonen. O, vertrouwde hij maar meer op de Heer!
De gevolgen van zijn handelswijze blijven dan ook niet uit. Dat blijkt in Genesis 34.

Dina, de dochter van Jakob, wil graag weten hoe de andere meisjes in haar omgeving leven. Op zich lijkt dit niet verkeerd, maar het heeft ernstige gevolgen.
Het is verkeerd, als wij nieuwsgierig zijn, naar dat wat er zich in de wereld afspeelt. Satan wil maar al te graag, dat we een kijkje nemen op zijn terrein. En als we hem één vinger geven, dan neemt hij de hele hand. Van het één komt het ander.
De grootste fout ligt wel bij Jakob, doordat hij zijn gezin zo dicht bij het gevaar bracht. Het gevaar van een wereldse, goddeloze omgeving. Datzelfde zagen we bij Lot gebeuren. O, hoe vaak hebben ouders geen grote schuld, als het met hun kinderen mis gaat!

Natuurlijk is Dina zelf ook fout geweest. Uit deze geschiedenis blijkt duidelijk dat zij geen klein kind meer is. Ze is zelf verantwoordelijk voor wat ze doet. Ze had nooit alleen naar zo’n heidense stad moeten gaan. Hier ontmoet ze Sichem (hij heeft dezelfde naam als de stad) en sluit vriendschap met hem. En ze vallen in de zonde. ’t Is echt niet zo, dat Sichem er maar op los leefde. Want in vers 8 lezen we van zijn liefde voor Dina en in vers 19 staat dat hij geëerd was boven de anderen van zijn familie. Wij zouden misschien zeggen: “Och, ’t is nog niet zo’n verkeerde jongen. Hij is netjes en lijkt vrij degelijk. Dan zijn er onder de Christenen soms wel heel andere typen. Neem nou die en die …” Maar … zo denkt de Heer niet!

Vraag 5. Wat lezen we in 1 Samuël 16 aan het eind van vers7?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 6. Waarom is het dan verkeerd, als ze met Sichem trouwt? (kijk bijvoorbeeld in Genesis 24 vers 3 en 28 vers 2).

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Toch spreekt Jakob hier niet over als Sichem met zijn vader Hemor bij hem komen. Zij willen zelfs een hoge bruidsschat betalen, om het weer goed te maken. Maar Jakob zwijgt. Pas als zijn jongens uit het veld thuis komen, wordt het men hen besproken.

Vraag 7. Hoe zien we dan dat Jakob (samen met zijn zonen) ook nu weer zijn naam eer aandoet?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

En in vers 18 lezen we dan dat Hemor hiermee akkoord gaat. Maar uit het verdere verloop, weten we dat de broers van Dina hele andere bedoelingen hadden. Verschrikkelijk!

Vraag 8. Waarvoor is Jakob dan bang?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Zo zien we, dat van de ene misstap de andere komt, als … Ja, als we ons niet direkt verootmoedigen voor de Heer. Want gelukkig is er altijd een weg terug! De Heer wil ons graag vergeven, maar … we moeten dan wel van harte belijden dat we verkeerd gedaan hebben. We moeten onze misstap veroordelen.

Vraag 9. Wat lezen we in 1 Johannes 1 vers 9?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Wat hebben wij toch een genadig God!

Vraag 10. Welke belangrijke les kunnen wij van deze geschiedenis nog meer leren? Lees maar eens 1 Johannes 2 vers 15 tot en met 17.

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

’t Is voor ons vele malen beter, ons nooit met de dingen die niet van de Heer zijn, in te laten. Laten we er zo ver mogelijk bij vandaan blijven! Op ’t eerste oog lijkt het misschien prachtig, maar de gevolgen zijn heel erg. Dat hebben we nu kunnen zien.

“Neem de wereld, geef mij Jezus,
wereldvreugd’ gaat ras voorbij;
Maar de liefde van mijn Heiland,
blijft voor eeuwig rijk en vrij”.

Laten we in ons hart voornemen tot eer van de Heer te leven!

“Neem mijn leven, laat het Heer,
toegewijd zijn aan Uw eer;
Neem mijn handen, dat zij ’t merk
dragen van Uw liefdewerk”.

Met een hartelijke groet en zo de Heer wil: tot de volgende keer!

Als je per email meedoet, mail dan naar het volgende emailadres: frissewateren@ctmax.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM