5 maanden geleden

Ingeschreven in het Boek van het leven – voor alle eeuwigheid

Leestijd: 4 minuten

Aan sommige uitspraken in de Bijbel kunnen we snel gewend raken – maar dat zouden we niet moeten doen. Hoe vaak hebben wij als gelovigen niet gehoord, gelezen of te horen gekregen dat onze namen voor eeuwig in de hemelen geschreven staan? Dit roept de vraag op, hoe voelen we ons daarbij? “Ja, ik weet het.”, “Niets nieuws.” Het is jammer als we zo reageren. Het is wel de moeite waard om het eens nader te bekijken …

Onze namen in het boek van het leven

We vinden enkele uitspraken over dit onderwerp in de Bijbel1:

  • “Evenwel, verblijdt u niet hierover dat de geesten u onderdanig zijn, maar verblijdt u dat uw namen staan ingeschreven in de hemelen” (Luk. 10:20);
  • “… Clemens en mijn overige medearbeiders, van wie de namen in [het] boek van het leven staan” (Fil. 4:3);
  • “… en tot [de] gemeente van [de] eerstgeborenen, die in [de] hemelen staan opgeschreven” (Hebr. 12:23);
  • “En geenszins zal in haar iets onheiligs binnengaan, noch wie gruwel en leugen doet, behalve zij die geschreven zijn in het boek van het leven van het Lam” (Openb. 21:27).2

Mensen hebben boeken nodig

Zelfs het tijdperk van de digitalisering heeft het nog niet verdrongen: het boek. We nemen een boek om het te lezen of te bestuderen. En om iets op te schrijven. We willen het niet vergeten, we willen het herlezen of ons nog eens vergewissen.

Als een kind cadeautjes mag wensen voor haar verjaardag, schrijft ze een verlanglijstje. Het kind dringt er bij de moeder op aan om het gewenste geschenk op te schrijven. En de moeder geeft toe aan het herhaaldelijk aandringen, hoewel ze dat eigenlijk niet zou moeten doen. Ze weet wat haar kind zo graag wil. Wie anders dan de moeder zou de wensen van haar kind moeten kennen?

God heeft geen boek nodig

God gebruikt het beeld van een boek. Dit is opmerkelijk om ten minste twee redenen:

  • God is alwetend, almachtig, alomtegenwoordig. Hij hoeft niets op te schrijven;
  • Hij vergeet nooit dat ik in dit boek sta. Daar heeft Hij een veel te hoge prijs voor betaald! Hij heeft Zijn Zoon Jezus Christus gegeven voor mij in de dood gegeven. Hoe zou Hij dat kunnen vergeten?

Misschien kunnen we er de volgende gedachte aan verbinden: God gebruikt het beeld van het boek voor onze bestwil. Hij spreekt over een boek van het leven, opdat wij rust hebben. Soms ook zodat we kunnen rusten. God spreekt in Zijn genade op deze manier in Zijn Woord. Hij hoeft dit niet te doen, omdat wij, die Jezus als Verlosser hebben aangenomen, vanuit Zijn gezichtspunt eeuwig in het huis van de Vader zullen zijn.

Eeuwigheid – wat het betekent

We herinnerden ons, dat onze namen in het boek van het leven staan. Voor eeuwig, en altijd. Wij, als tijd- en ruimtegebonden mensen, kunnen de eeuwigheid niet doorgronden. We kunnen dit begrip alleen benaderen door vergelijkingen te maken.

  • Een waterdruppel in een oceaan is klein, een niets. Maar een jaar vergeleken met de eeuwigheid is nog minder;
  • als een miljardair zijn hele fortuin zou weggeven, zou zelfs hij de tijd niet met een nanoseconde kunnen stilzetten. Hij is op weg naar de eeuwigheid, die hij zeker niet kan tegenhouden, laat staan verhinderen.

De Bijbel zegt niet veel over de eeuwigheid. Christenen mogen het weten: Wij zijn voor eeuwig gered, ja! zó ver, zó heerlijk, zó bekend. Maar hopelijk niet gewend …

Eeuwigheid – wat we zullen doen

Waar zullen we in de eeuwigheid mee bezig zijn? Is de vraag: “Zullen we ons daar niet vervelen?” een vraag die alleen kinderen stellen? Als we eerlijk zijn, zijn het vaak niet alleen de dromende kinderen die hun fiets mee naar de hemel zouden willen nemen, maar ook wij bezadigde volwassenen willen ons huis en onze auto meenemen.

Uit Openbaring 5 vers 9 en 10 kunnen we afleiden wat ons in de eeuwigheid bezig zal houden. We zullen de Heer loven en zeggen:

  • “U bent waardig;”
  • “U bent geslacht;”
  • “U hebt gekocht voor God.”
  • “U hebt hen tot een koninkrijk gemaakt en tot priesters voor onze God. Zij zullen over de aarde regeren.”

Wij zullen tot in eeuwigheid met de Heer bezig zijn – met de heerlijkheid van Zijn persoon en de grootheid van Zijn werk aan het kruis. Er kan niets groters zijn. En: wij mogen met de Heer Jezus regeren in het 1000-jarig rijk.

Nu zult u misschien weer zeggen: “Ja, dat heb ik begrepen, dat is prachtig en moet heerlijk zijn. Maar voor een eeuwigheid? Zullen we er op een gegeven moment niet klaar mee zijn?

In de aanloop naar een bezoek aan broeders en zusters die we niet goed kenden, voelden we ons als kind vaak ongemakkelijk: Wie zijn die andere kinderen? Wat voor speelgoed hebben ze? Wij waren niet enthousiast en de verwachting van het bezoek was duidelijk beperkt. Bij de koffie leerden we elkaar langzaam kennen en de eerste barrières waren snel overwonnen. Tijdens de spelletjes die volgden, werden wij kinderen één in hart en nieren. En ’s avonds, toen de ouders de trap omhoog riepen, dat het weer tijd was om naar huis te gaan, was er een hoop geschreeuw. We wilden dit moment vasthouden, we wilden dat het voor altijd zo zou blijven. Je wilde niet in de auto stappen, je wilde niet naar huis, je wilde hier nooit meer weg!

Misschien kunnen we er de volgende gedachte aan verbinden: Als de Heer komt en ons opneemt, zal het net zo zijn. We willen vasthouden aan het moment. En in tegenstelling tot de hierboven geciteerde scène, wordt het moment vastgehouden – we gaan over in de eeuwigheid. Maar dan willen we ook niets anders. Dat is wat wij willen: naar de hemel gaan en daar voor altijd zijn. Geen autoritten meer met hoofdpijn. Geen maandag meer met het moeilijke examen. Nee, een eeuwigheid in de hemel. Net zoals de kinderen op weg naar huis praten over hoe de andere kinderen veel interessanter Lego hadden en een veel betere trampoline, zullen wij in de hemel ” het betere” vinden en daar voor altijd zijn.

Eindconclusie

Laten we er nog eens over nadenken en er niet te snel aan voorbij gaan: Onze namen zijn geschreven in het boek van het leven, ingeschreven in de hemel. En dat garandeert ons de eeuwigheid in het huis van de Vader.

“want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig” (2 Kor. 4:18).

 

VOETNOTEN:
1. Het “Boek van het leven” (Ex. 32:32; Ps. 69:29; Openb. 3:5) wordt hier niet verder besproken. Details zijn o.a. te vinden in Briem, Christian: “Fragen zu biblischen Themen”, pag. 39-41.
2. verdere passages in Openbaring: Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 20:15.

 

Auteurs: Michael Hopp; Burkhard Wandhoff; © www.bibelpraxis.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW