5 maanden geleden

In evenwicht …

“Ik vermaan dan allereerst dat smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen …” (1 Tim. 2:1)

Farizeïsme is voor christenen evenzeer te vrezen als vroeger voor de joden. De waarheid die ons wordt meegedeeld, gaat veel verder dan wat de Joden hadden ontvangen, en bovendien is de christelijke afzondering overwegend een innerlijke, terwijl de scheiding van de Israëlieten vooral uit uiterlijke vormen bestond. Niettemin is de christen voortdurend in gevaar een afzondering voor God te beschouwen als voldoende, tevreden met een bepaald aantal ontzeggingen en verboden, in een poging anders te zijn dan de anderen, in de geest van arrogantie, in plaats van een afzondering in de kracht van de Heilige Geest in waarheid en liefde te realiseren onder hen, die de Heer toebehoren. Wie niet waakt, bezwijkt gemakkelijk voor dit gevaar van zelfbedrog doordat hij, zij het onbewust, iets probeert op te richten dat volledig tegengesteld is aan de gedachten van Christus: waarachtig sektarisme.

Hoe bewaart de Geest van God de gelovigen zodat hun afzondering heilig blijft, maar toch het stempel van de genade van God draagt en niet van menselijke hoogmoed? Hij roept in hen “smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen … voor alle mensen” op. Het gaat niet alleen om constant bidden en niet te verzwakken; ook niet om uitsluitend voor de kinderen van God te bidden, en onder hen wel bijzonder voor degenen met wie wij verenigd zijn in het getuigenis voor de Heer. In 1 Timotheüs 2 vers 1 vinden we veeleer een aansporing tot gebed op de brede basis van van betrekkingen van God tot de hele mensheid. Gelovigen moeten deze opvolgen als ze de waarheid niet ongehoorzaam zijn willen. Het evangelie zelf, waardoor we gered zijn, zou ons hieraan moeten herinneren.

Wanneer de gemeente in haar vereniging met Christus, of liever wanneer Christus in Zijn verbinding met de gemeente de bijzondere openbaring van de raadsbesluiten van God is, zo stelt het evangelie niettemin de permanente openbaring van Gods genade aan de wereld voor. De gelovigen die deze twee zijden van de waarheid kennen, zijn ook verantwoordelijk voor een waarheidsgetrouw getuigenis zowel van de ene als van de andere zijde. De praktijk laat keer op keer zien, dat teveel nadruk in één richting niet alleen leidt tot het uit het oog verliezen van de andere kant, maar ook dat verderft wat men als enige uitoefent. Want Christus is de waarheid. Noch het evangelie in zijn heilswaarheden voor de zondaar, noch de gemeente hebben recht op onze exclusieve liefde, maar beiden hebben gelijktijdig het recht erop. Wij zijn geroepen om getuigen van de waarheid te zijn als zij, die geheiligd worden niet alleen door de ene of de andere van de twee zijden, maar door de waarheid (Joh. 17:17).

Deze eenzijdigheid is altijd een gevaar geweest en dat is het vandaag ook nog steeds. Gelovigen moeten, net als alle andere mensen, ontvankelijk zijn voor de hele waarheid. Het mag dan misschien heel geestelijk lijken om een ​​extreme positie te kiezen en je eraan vast te klampen. Sommigen kunnen zich inbeelden dat ze in de “gemeente” in een soort van hemelse sfeer leven. Anderen kan het integendeel wenselijk lijken, om zich te ontdoen van deze vraag van de gemeente, die men zo vaak als aanleiding tot eerzucht, zo niet tot jaloezie en strijd  genomen heeft. Ja, misschien zou het onder deze omstandigheden gezien het huidige verval van het christendom wenselijk kunnen lijken, om alle energie op de goede boodschap te richten, dat de zielen bewaart voor het oordeel en tot God leidt. Maar dat zou betekenen om de engste cirkel prijs te geven van wat Christus liefheeft en waaraan Hij waarde hecht. De enige juiste, heilige en trouwe houding is alles te behouden wat kostbaar is in Zijn ogen: aan de ene kant de gemeente liefhebben, met alles wat daarop betrekking heeft, en aan de andere kant naar de hele mensheid te gaan met de genade, die het licht van een Heiland-God verspreidt.

Online in het Duits sinds 15.11.2006.

William Kelly, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol