3 jaar geleden

Humor – niets voor christenen?

“Lachen is gezond”, zegt een spreekwoord. Maar mogen christenen lachen? Natuurlijk mogen christenen zich hartelijk verblijden en deze vreugde, ook door te lachen, tonen. God heeft ons mensen het lachen gegeven, we mogen het ook gebruiken – maar wel alles op zijn tijd. In Prediker 3 vers 4 staat: “… een tijd om te huilen en een tijd om te lachen …”.

Lachen heeft zijn tijd

“Niet lachen” echter ook. Dat wil zeggen, er zijn momenten waarop het lachen niet zo geschikt is. Als vuile moppen verteld of als God belachelijk gemaakt wordt, dan is lachen volkomen misplaatst. Ja, dat is eigenlijk heel duidelijk, zult u nu zeggen.

Maar hoe staan we tegenover thema’s waarover God in zijn Woord heel duidelijke uitspraken doet? Wat zeggen we, bijvoorbeeld wanneer men plezier maakt over ontucht of overspel, ja, als dit als heel normaal wordt voorgesteld. Lachen we dan mee? Of nemen we ons standpunt daaromtrent in? Door een woord of misschien gewoon door het feit dat we ons omdraaien en weggaan.

Onlangs kreeg ik een mail, die als volgt opgebouwd was. Vraagt een programma-gebruiker aan zijn steunpunt hoe hij zich van het nieuw geïnstalleerde programma “vrouw”, dat hij onlangs heeft ingeruild voor het programma “vriendin”, kan ontdoen. Of een terugbetaling mogelijk is of dat het nieuwste programma “scheiding” misschien beter is of misschien  toch het aanvullende programma “secretaresse met minirok”. Merken we iets op? Veronderstelde humor die grondig tegen Gods Woord is. Hoe gaan we daarmee om? Doorsturen naar anderen, zodat deze ook eens iets te lachen hebben? Of doet ons zo’n vuiligheid nog iets? Natuurlijk, we worden elke dag meer afgestompt door de dingen om ons heen. Wanneer elke seconde echtscheidingen plaatsvinden, wordt men langzaam daaraan gewoon. Maar het is belangrijk dat we voelen hoe God daardoor wordt onteerd.

Verantwoordelijkheid ten opzichte van onze medemens

Ten opzichte van onze kinderen hebben we een grote verantwoordelijkheid. Als we aan de ene kant plezier hebben over dingen die in Gods ogen zonde zijn, hoe kunnen we dan aan de andere kant verwachten dat ze ons serieus nemen als we hen Gods kijk op deze zaken voorstellen?

Maar ook ten opzichte van de mensen die ons omringen, hebben we een verantwoordelijkheid. Als we voortdurend van de “Clown” zijn of als iedereen ons als de “nar van de natie” kent, vinden we het moeilijk om ook eens een ernstig probleem aan te snijden.

Christenen kunnen, ja moeten, gelukkige mensen zijn, want wat kan er mooier zijn, dan een kind van God te zijn.

Christenen mogen humoristisch zijn, want een “gezonde” humor doet ook de medemens goed. Maar we moeten er wel heel goed op letten, welke onderwerpen onze grappen hebben.

Lot schijnt een humoristisch persoon te zijn geweest. Toen hij zijn schoonzonen op het komende oordeel over Sodom opmerkzaam maakte, dachten ze dat hij een grap bedacht had (Gen. 19:14). Lot is niet bepaald op een verantwoordelijke manier omgegaan met humor. We moeten ons daarom zo gedragen, dat men al opmerkt als we iets ernstig menen of niet.

Christenen mogen ook hartelijk lachen, want dat is nu eenmaal een uiting van vreugde. Maar we moeten in gedachten houden wanneer en waar we lachen. Want lachen heeft zijn bepaalde tijd, maar niet (mee)lachen ook.

Wenen heeft zijn bepaalde tijd

Net als lachen zijn tijd heeft, heeft ook het wenen zijn tijd. Er zijn momenten waarop christenen moeten wenen. Nadat in de vergadering (gemeente) in Korinthe een verschrikkelijke zonde voorgekomen is, berispt de apostel Paulus de gelovigen daar, dat zij geen leed hebben gedragen over deze dingen, omdat dat gevolgen gehad zou hebben (1 Kor. 5:2). Er zijn dingen waarover we verdrietig moeten zijn, omdat we aan de ene kant daaraan herkennen, hoe het eruit ziet in onze harten (waartoe we in staat zijn als we niet op onze hoede zijn) en, ten tweede, dat we niet waakzaam waren (misschien zelfs medeschuldig).

Maar het is echter ook te betreuren als we zien hoe sommigen, die vroeger met de Heer Jezus hun weg zijn gegaan, nu in de wereld gegaan zijn, die alleen lust voor het aardse hebben. In Filippi 3 vers 18 waren er zulken, en de apostel Paulus weent over hen.

Ook de Heer Jezus weende toen Hij hier op aarde was. Bijvoorbeeld, bij het graf van Lazarus (Joh. 11:35). We kunnen dankbaar voor deze tranen zijn – ze laten ons zien dat de Heer Jezus waarachtig mens was en gevoelens had  zoals u en ik. Geeft ons dat niet ook het vertrouwen om Hem alles te zeggen waarover we wenen moeten?

Wanneer tranen te laat komen

In Openbaring 20 vers 15 wordt de plaats beschreven, waar degenen komen zullen, die nooit over hun zonden geweend hebben. Deze plaats wordt gekenmerkt door geween en tandengeknars (Matth. 22:13). Wenen – omdat men de tijd, die men had, niet gebruikt heeft om zijn zaak met God te in orde maken om voor deze plaats in veiligheid te zijn. Knarsetanden – omdat men zichzelf voortdurend aanklaagt. Maar dan is het voor altijd te laat. Hebt u ooit geweend over uw zonden? Zo niet, doe het vandaag – morgen al kunnen al uw tranen niets meer baten.

Lachen heeft zijn tijd en wenen heeft zijn tijd. Beiden zullen voor christenen op het juiste moment van toepassing zijn.

Klaus Brinkmann, © Bibelpraxis

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol