2 weken geleden

Hoop op de weg van het leven …

Leestijd: 4 minuten

Twee wegen

 

De Bijbel spreekt over twee poorten die leiden naar twee wegen die weer leiden naar twee bestemmingen.

“Gaat in door de nauwe poort, want wijd <is de poort> en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor binnengaan; hoe nauw is de poort en smal de weg die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden” (Matth. 7:13-14).

De brede weg is open en breed, alles kan. Het is de gemakkelijke weg en de populaire weg, maar in Spreuken 14 vers 12 en Spreuken 16 vers 25 staat: “Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.” De profeet Jesaja zegt over hen die zich op deze brede weg bevinden: “De weg van de vrede kennen zij niet, er is geen recht in hun sporen. Zij gaan kromme paden; ieder die ze betreedt, kent de vrede niet” (Jes. 59:8).

Romeinen 3 vers 23 herinnert ons aan: “Want allen hebben gezondigd en komen te kort aan de heerlijkheid van God.” Dit is de brede weg waarop wij ons allen bevinden. Deze weg biedt geen hoop, geen vrede en geen troost! Efeze 2 vers 1-3 vertelt ons, dat degenen die nog op deze brede weg zijn, nog steeds dood zijn in hun overtredingen en zonden. Romeinen 6 vers 23 vertelt ons, dat deze brede weg een tolweg is, “het loon van de zonde is [de] dood.” Zonde heeft altijd gevolgen en resultaten. Het uiteindelijke resultaat, het lot voor allen die op deze weg blijven is de dood, scheiding van een God die van je liefheeft.

Maar je hoeft niet op deze brede weg te blijven! De smalle weg, “het geschenk van God” is vrij! Zij die op de smalle weg zijn, worden “om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is. Hem heeft God gesteld tot een genadetroon door <het> geloof, in Zijn bloed, tot betoning van Zijn gerechtigheid wegens het voorbij laten gaan van de zonden die tevoren hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God; tot betoning van Zijn gerechtigheid in de tegenwoordige tijd, opdat Hij rechtvaardig is en hem rechtvaardigt die op grond van geloof in Jezus is” (Rom. 3:24-26).

Er is absoluut geen hoop op de brede weg, maar de andere weg die hier genoemd wordt, leidt naar hoop. Deze hoop is alleen te vinden in de Heer Jezus Christus, de Zoon van God, die volgens 1 Timotheüs 1 vers 1 onze ‘Hoop’ is. De christen heeft een hoop die verankerd is in de hemel: “Deze hebben wij als een anker van de ziel, dat zeker en vast is en ingaat tot binnen het voorhangsel …” (Hebr. 6:19).

Een blinde man zat aan de weg

 

In Lukas 18 lezen we over de blinde man die langs de weg zat en uitriep: Zoon van David, erbarm U over Mij! Kijk maar in Lukas 18 vers 35-43.

“Het gebeurde nu, toen Hij Jericho naderde, dat een blinde langs de weg zat te bedelen. Toen hij nu een menigte hoorde voorbij gaan, vroeg hij wat dit was. Zij nu vertelden hem dat Jezus de Nazoreeër voorbijging. En hij riep de woorden: “Jezus, Zoon van David, erbarm U over mij!”

Toen waarschuwden zij die vooraan liepen hem, dat hij stil moest zijn, maar hij riep des te meer: “Zoon van David, erbarm U over mij”.

Jezus beef staan en gebood hem bij zich te brengen. En toen hij naderbij gekomen was, vroeg Hij hem, zeggende: “Wat wilt u, dat Ik u doe? Hij nu zei: Heer, dat ik weer kan zien. En Jezus zei tot hem: “Zie weer! Uw geloof heeft u behouden. En onmiddellijk kon hij weer zien, en hij volgde Hem, terwijl hij God verheerlijkte. En al het volk zag dit en bracht lof aan God.”

Een gelovige man ontmoette de Heer Jezus op de weg.

 

In Handelingen 9 wordt een andere persoon geopenbaard die de Heer Jezus Christus ontmoette op zijn levensweg.

“Terwijl nu Saulus nog steeds dreiging en moord blies tegen de discipelen van de Heer, ging hij naar de hogepriester en vroeg hem om brieven naar Damaskus, voor de synagogen, om, als hij er vond die van de Weg waren, zowel mannen als vrouwen geboeid naar Jeruzalem te brengen.”

Terwijl hij reisde, kwam hij in de buurt van Damaskus, en plotseling scheen er een licht om hem heen vanuit de hemel. Toen viel hij op de grond en hoorde een stem tot hem zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?” (Hand. 9:1,2).

En hij zei: “Wie bent U, Heer?”

Toen zei de Heer: “Ik ben Jezus die jij vervolgt. Het valt je hard tegen [de] prikkels1 achteruit te slaan” (Hand. 26:14).

En hij, bevend en verbaasd, zei: “Wat moet ik doen Heer?” (Hand. 22:10).

De menigte stond langs de weg

 

In Mattheüs 21 vers 8 en 9, toen de Heer Jezus Jeruzalem binnenreed zien we het volgende: “De zeer grote menigte nu spreidde hun kleren op de weg en anderen hakten takken van de bomen en spreidden ze op de weg. De menigten nu die vóór Hem uitgingen en zij die volgden, riepen de woorden: Hosanna2 voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in [de] naam van [de] Heer! Hosanna in de hoogste [hemelen]!”

Maar het duurde niet lang of een deel van diezelfde menigte riep uit: “Weg met Hem, wij willen niet dat deze over ons regeert” (Luk. 19:14). Zij verwerpen Hem, de menigte was op de brede weg, de populaire stem was om Christus te verwerpen!

De Hoop vond twee verloren mannen op de weg

 

In Lukas 24 lezen we over twee mannen op de weg naar Emmaüs. Hun harten waren zwaarmoedig en ze waren ontmoedigd. Maar kijk eens naar vers 15, we lezen dat “Jezus Zelf naderde en met hen meeging!” Ze waren zo ontmoedigd en bezig met hun eigen omstandigheden, dat ze Zijn aanwezigheid bij hen niet herkenden! Zij hadden de hoop verloren (vs. 21) omdat zij niet begrepen hoe God in hun leven aan het werk was. Maar de Heer Jezus opende hun harten en hun ogen door de Schriften te openen en hun hoop werd hersteld. Later konden zij zeggen: “was ons hart niet brandend in ons!” (vs. 32). Hij gaf hun een doel! Hij gaf hun hoop!

Wij waren zonder hoop en zonder God, maar wij kunnen rusten “in [de] hoop van het eeuwige leven dat God, die niet kan liegen, beloofd heeft vóór [de] tijden van de eeuwen; maar op zijn eigen tijd heeft Hij Zijn woord geopenbaard door de prediking die mij is toevertrouwd naar [het] bevel van God, onze Heiland” (Titus 1:2-3).

 

NOTEN:
1. IJzeren punten aan de ploeg of aan de ossenstok van de drijver, die het trekdier moesten afschrikken achteruit te schoppen.
2. Dit is ‘Red toch! of: Geef toch heil (of behoudenis)!

 

Tim Hadley; © Anchors For Life

20 mei 2020

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW