14 jaar geleden

Hoe kunnen Christenen politiek bedrijven? (1)

Politiek is nogal actueel. Denk maar aan termen als: integratie, Islam (Ayaan Hirsi Ali), normen en waarden, enz. Het is goed om ons ook als Christenen eens te heroriënteren op politiek. Wij willen daarom uitgaan van de vraag: Hoe kunnen Christenen politiek bedrijven? Wij maken daarbij gebruik van een artikel dat enkele jaren geleden in het jongerenblad “Folge mir nach” in Duitsland verscheen.

Frisse Wateren

Uitgever: Christliche Schriftenverbreitung e.V., Hagen, PF 100153, 42490 Hagen.

In dit jaar vinden er in Duitsland (1994) verkiezingen plaats. Ook om de stemmen van de Christenen wordt er met een veelvoud van argumenten van verschillende kanten propaganda gemaakt. Wij zien het niet als onze opdracht om op bijzonderheden in te gaan maar wij zouden graag op enige bijbelse gezichtspunten willen wijzen met betrekking tot het thema politiek.

Van de vorst Leopold van Anhalt-Dessau – “de oude Dessauer” – is het volgende gebed overgeleverd, dat hij in de tweede Schlesische oorlog voor de slag bij Kesselsdorf (15 december 1745) in het openbaar uitgesproken heeft: “Lieve God, sta mij vandaag genadiglijk bij! Of wilt U niet, zo help tenminste de schurken, niet de vijanden, maar zie toe hoe het komt!” (geciteerd uit “Frederik de Grote”, Orbis Verlag 1991, pag. 81)?

Wij lachen er misschien om. Maar welke voorstelling hebben wij eigenlijk van de invloed van God en de mensen op het politiek gebeuren, is die bijbels gegrond? Dat is zeker een noodzakelijke overweging in het super-kiesjaar 1994. Dichten toch zelfs sommige officiële publicaties van christelijke zijde – misschien onbewust – God een soortgelijke statistieke rol toe als de “de oude Dessauer”! Bovendien zou iedere gelovige het kiesgebeuren tot aanleiding moeten nemen om zich opnieuw op zijn bijbelse opdracht in deze wereld en ten opzichte van zijn medeburgers (naasten) te bezinnen.

De problematiek

Bij zijn verhoor zegt de Heer tegen Pilatus: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; maar nu is Mijn koninkrijk niet van hier” (Joh. 18:36) – Zijn rijk en de wereld onderscheiden zich dus duidelijk in karakter en methoden. “Wereld” is hier klaarblijkelijk niet identiek met “mensheid”, maar wat is het dan?

Iets later beroemt Pilatus zich op zijn machtsbevoegdheid (Johannes 19:10). De Heer erkent dit als rechtmatig maar herinnert hem tegelijk met de woorden “Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, als het U niet van boven gegeven was; daarom heeft hij die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde” (Johannes 19:11) aan de bron van elke autoriteit én daaraan, dat eigenmachtige omgang met regeringsmacht zonde is. Wij horen hier al uiterst gewichtige principes over het thema “overheid”, waarmee wij ons nog iets grondiger moeten bezighouden.

Kort daarop beveelt deze onrechtvaardige rechter een justitionele moord op de Heer te begaan, Hem te kruisigen. Petrus verklaart later, geleid door de Heilige Geest, over deze gebeurtenis: “God heeft zo vervuld, wat Hij door de mond van alle profeten tevoren verkondigd had, dat Zijn Christus lijden zou” (Handelingen 3:18). – Gods almacht laat menselijk machtsmisbuik toe, ja, benut het zelfs voor Zijn eigen plannen! Ook op “Gods regeringswegen” willen we nog eens terugkomen.

Wat is de “wereld”?

De uitdrukking “wereld” (Grieks: kosmos) heeft in het Nieuwe Testament verschillende betekenissen. Soms wordt het heelal of alleen de aarde als woongebied van de mensen en toneel van de wereldgeschiedenis bedoeld (bijvoorbeeld: Johannes 1:10; Handelingen 17:24; 1 Korinthe 4:9), op andere plaatsen het geheel van de mensen (bijvoorbeeld: Johannes 3:16). Maar “wereld” kan in het dagelijks spraakgebruik ook zo iets als een afgegrensd intellectueel of cultureelgebied betekenen, bijvoorbeeld wereld van de kunst of financiële wereld; ieder van deze werelden heeft zijn eigen maatstaven en ontwikkelingsregels. Ook het Nieuwe Testament gebruikt “wereld” in deze zin, namelijk als aanduiding van het door satan beheerst gebied waarin zich het menselijk bestaan – afgeweken van God en in opstand tegen Hem – voltrekt. Kinderen van God, verlosten, behoren niet meer tot dit goddeloze systeem “wereld”; zij zijn door God “verlost uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde”, zoals wij in Kolosse 1:13 lezen.

Het karakter van de wereld

Met de zondeval begon de bewuste afkeer van het menselijk geslacht van zijn Schepper en daarmee een heilloos ontwikkelingsproces, in het verloop waarvan de satan zijn aards heerschappijgebied ?wereld? steeds duidelijker gestalte aannam. De innerlijke instelling en het gedrag van de meeste mensen geraakten daarbij steeds absoluter in tegenstelling met de gedachten van God, voortdurend sterker onder de invloed van satan ? geweld, afgoderij en moreel verval waren de gevolgen.

Met de zending van Zijn Zoon stelt God dan de wereld voor de definitieve beslissing – zij beslist tegen Hem en vermoord Zijn Zoon. “Als Ik niet de werken onder hen had gedaan, die niemand anders gedaan heeft, hadden zij geen zonde; maar nu hebben zij gezien en gehaat zowel Mij als Mijn Vader” (Johannes 15:24). Sinds Golgotha is er geen twijfel meer aan het ware karakter van de wereld:

  • satan is de overste (Johannes 12:31; 16:11) en de god van deze wereld (2 Korinthe 4:4);
  • de hele wereld ligt in het boze (1 Johannes 5:19);
  • de hele wereld is strafschuldig (letterlijk: “onder het oordeel”, dit is in die toestand vervallen) voor God (Romeinen 3:19).

De wereld als geheel heeft dus alleen nog maar oordeel te verwachten. Onze opdracht luidt daarom ook niet de wereld weer op orde te brengen (dat heeft de Heer Zich voorbehouden voor Zijn vredesrijk), maar de mensen voor dit oordeel te waarschuwen. Het evangelie richt zich uitsluitend tot individuele personen om hen uit de wereld te roepen (het Griekse woord voor vergadering, gemeente “ekklesia” betekent letterlijk “de naar buiten geroepene”).

De Christen in de wereld

Zodra iemand Christus, Die de wereld immers buitengeworpen heeft, als zijn Heer aanneemt en Hem trouw navolgt, wordt hij automatisch een vreemde en een vreemd element voor zijn omgeving. Hij bevindt zich misschien nog onder dezelfde familie, buren en collega’s, maar beide zijden nemen in toenemend mate waar dat hij er innerlijk niet meer bij hoort. In die mate waarin een verloste bij het Bijbel lezen de gedachten van God ontdekt en het karakter van de wereld doorziet, zal hij zich in zijn houding en zijn gedrag meer en meer van dit systeem losmaken. Dat brengt vaak spot en haat met zich mee: “Als gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld” (Johannes 15:19). Deze stand van zaken komt zeer duidelijk in het bekende lied tot uitdrukking:

Ik heb beslist, te volgen Jezus.
Nooit meer terug.
Al gaat niemand met mij mee, toch wil ik volgen.
Nooit meer terug.
De wereld ligt achter mij, het kruis staat voor mij.
Nooit meer terug.

(uit het Duitse liedboek “Jesu Name nie verklinget”, Bd.I, nr. 183).

Wordt D.V. vervolgd.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM