11 maanden geleden

Het verloren paradijs

Verbijsterd staan de mensen voor de grootste catastrofe van hun leven. Wat zo ver weg leek, was plotseling levensbedreigend dichtbij gekomen.

Onverbiddelijk en meedogenloos walste de vuurbal over ‘Paradise’, een klein stadje in de staat Californië, USA, en heeft een hele plaats verwoest. Wegen en opritten zijn nog steeds herkenbaar onder de nog steeds opstijgende rook. Maar daar, waar eens huizen stonden, zijn nu alleen asruïnes. Het toneel is bijna spookachtig. Met veel fantasie kun je je de prachtige huizen in het midden van het idyllische landschap voorstellen; je ziet en hoort kinderen met plezier spelen in de voortuinen. Nu is alles stil geworden. De plaats ziet eruit als een spookstad. Geen mens is te zien. Wie kon is gevlucht. Hier en daar een uitgebrand autowrak. Afgebrande boomstammen steken als tandenstokers in de lucht. Een verloren paradijs.

Voor veel mensen in Californië betekende het boze vuur niet alleen het verlies van hun bezittingen, maar ook van hun leven. Onvermijdelijk rijst de vraag: Wat, wanneer dat mijn huis, mijn leven, was geweest? Wat blijft er over, wanneer alles, zelfs het leven, wordt weggenomen? Feit is – of door een laaiend vuur, of een ongeluk, of op minder dramatisch wijze – dat het punt, waarop ik alles hier op aarde moet achterlaten, komen zal. En dan? “Wat baat het een mens de hele wereld te winnen en zichzelf te verliezen of erbij in te boeten?”, vraagt de Bijbel (Luk. 9:25).

De Bijbel stelt ook een man voor, die zorgeloos en vrolijk van zijn leven genoot. Hij had zijn eigen paradijs opgebouwd. Pas toen de dag van zijn dood kwam, werd de vraag gesteld: “… en wat hebt u bereid, voor wie zal het zijn?” (Luk. 12:20). Zijn erfgenamen zullen zich verheugd hebben – alleen hij had niets meer over. Hij stierf als een rijk man en toch arm: “Zo is hij die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God” is het oordeel van de Bijbel (Luk. 12:21). Rijkdom, eer, reputatie – dat alles moest deze man achterlaten. Maar wat hij meenam, was de zonde van zijn hele leven – een leven waarin hij God had buitengesloten.

Leven in het paradijs betekent in gemeenschap met God leven. Maar we hebben deze gemeenschap verloren. We zijn het paradijs kwijt. De zonde scheidt. Het scheidt ons van een heilig en rechtvaardig God, Die de zonde niet kan verdragen of over het hoofd zien kan en oordelen moet. “Want het loon van de zonde is [de] dood” (Rom. 6:23) – de eeuwige scheiding van God. Dat betreft ieder mens, “want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God” (Rom. 3:23).

Was dat eigenlijk niet het aanbod van God? Net zoals verbrande huizen weer kunnen worden herbouwd, zo kan ook de gemeenschap met God weer worden hersteld. Omdat we dat niet van ons uit kunnen doen, is God actief geworden:

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft” (Joh. 3:16).

Om de gemeenschap met God weer te herstellen, moet wat ons scheidt van God in onze levens, de zonde, worden weggenomen. Daarom heeft God Zijn Zoon, Jezus Christus, gegeven. Hij is aan het kruis voor vreemde zonden gestraft. Daarom kan God nu vergeving van zonden aanbieden aan een ieder die in Jezus Christus gelooft.

“Als wij onze zonden belijden, Hij [God] is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven” (1 Joh. 1: 9).
“Geloof in de Heer Jezus, en u zult behouden worden” (Hand. 16:31).

Friedemann Werkshage, © www.bibelpraxis.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW