6 maanden geleden

Het Pascha (3b) – Bijlage

De geestelijke betekenis van de besnijdenis

 

Om de geestelijke betekenis van de besnijdenis te begrijpen, is het nodig om verschillende Schriftplaatsen te overdenken.

Eerst Romeinen 2 vers 28 en 29: “Want niet hij is een jood die het uiterlijk is, en niet dat is besnijdenis die iets uiterlijks is, in [het] vlees, maar hij is een Jood die het in het verborgen1 is, en [dat is] besnijdenis: [die] van [het] hart, naar [de] geest, niet naar [de] letter; zijn lof is niet van mensen, maar van God.” Dit toont aan dat echte besnijdenis een innerlijk iets is. Het is iets dat vat krijgt op het hart en de geest.

Dan zien we in Romeinen 4 vers 11 een volgende stap: “En hij (Abraham) ontving [het] teken van [de] besnijdenis als zegel van de gerechtigheid van het geloof, dat [hij] had in de onbesneden staat … .” Besnijdenis wordt hier gezien als een zegel. Abraham ontving de gerechtigheid van het geloof al in Genesis 15, en het zegel ervan in hoofdstuk 17. De besnijdenis was ook niet het middel van zijn rechtvaardiging, maar alleen het zegel van de gerechtigheid van het geloof, dat hij al als onbesnedene had, en tegelijkertijd tijd het teken van ware afzondering voor God.

We kunnen Genesis 16 relateren aan Romeinen 7, voor zover er daar sprake is van een streven, op een menselijke, zelfgekozen weg om een ​​goddelijk zaad te verkrijgen, of, gebaseerd op Romeinen 7, om vrucht voor God voort te brengen doordat men op eigen kracht op een wettische wijze probeert, de werkingen van het vlees tegen te gaan. Maar dat is alleen in geloof en in de kracht van de Geest mogelijk, die ons is gegeven als het zegel van de gerechtigheid van het geloof.

Laten we nu Kolosse 2 vers 9-11 opslaan: “Want in Hem (Christus) woont de hele volheid van de Godheid lichamelijk; en u bent voleindigd in Hem, die het hoofd is van alle overheid en gezag. In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus ….” Terwijl Romeinen zinspeelt op besnijdenis in betrekking tot de Geest, wordt in de brief aan de Kolossenzen de besnijdenis in verbinding met Christus gebracht. Wanneer in deze Schriftplaats de gelovige wordt gezegd, dat hij “voleindigd” (of: tot volheid gebracht) is in Christus, heeft hij niet het geringste nodig, dat het vlees eraan zou kunnen toevoegen. Wij zijn voleindigd of tot volheid gebracht in Christus, en de hele volheid van de Godheid is in die gezegende, opgestane en verheerlijkte mens; wij hebben niet het geringste nodig buiten Hem. Als we ons dit gerealiseerd hebben, zijn we klaar om aan te nemen wat er gebeurde, toen Christus stierf, dat wil zeggen toen Hij “besneden” werd. Daarin zien we de “besnijdenis van Christus” – de volledige verwijdering van het vlees in de dood van Christus. Dat betrof het “lichaam van het vlees”, wat betekent, dat het hier niet om onze zonden gaat, maar om de zonde in het vlees, niet om wat we gedaan hebben, maar om wat we van nature zijn. Het aannemen in geloof van deze besnijdenis, die op het kruis aan Christus voltrokken werd, moet bij de gelovige tot gevolg hebben, dat hij in de praktijk van zijn leven het vlees (de emoties en gewoonten van de oude mens) loslaat.

Filippi 3 vers 3 vat tenslotte de betekenis van besnijdenis samen met de woorden: “Want wij zijn de besnijdenis, wij die [God] dienen door [de] Geest van God en in Christus Jezus roemen en niet vlees vertrouwen”. Als iemand op het vlees had kunnen vertrouwen, dan was het wel de apostel Paulus. Hij bezat in de hoogste mate alles, wat de roem van een Jood zou kunnen uitmaken. Maar hij beschouwde alles, dat hem als Jood had onderscheiden vóór zijn bekering, tot “schade”. Wat hij op weg naar Damascus meemaakte, had alles veranderd; hij had de verheerlijkte Christus gezien. Vanaf dat moment waren alle voorrechten van het vlees voor hem schade. Christus werd alles voor hem. Een volledige verandering vindt plaats, wanneer de mens niet ophoudt het middelpunt van zichzelf te zijn, wanneer hij niet langer op zijn eigen verdiensten vertrouwt, en Jezus Christus, aan Wie alle eer toekomt, het Middelpunt van zijn genegenheid en zijn gedachten en daden wordt. Alleen op deze weg is het mogelijk om God door de Heilige Geest te dienen en de ware aanbidding te beoefenen.

 

NOOT:
1. Of ‘inwendig’.

 

© www.bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW