5 jaar geleden

Het kruis van Christus (les 6)

Verzoening

In de laatste twee lessen hebben we gezien dat het werk van de Heer Jezus aan het kruis twee kanten heeft, de naar God-gerichte zijde van de verzoening en de naar ons gerichte zijde van de plaatsvervanging. Laten we nu eens kijken naar een wonderbaar effect van de verzoening en de plaatsvervanging: de verzoening. Verzoening betekent de beëindiging van een vijandige relatie tussen twee partijen.

a. Het verzoeningsaanbod van God aan de wereld

 

1. Wat betekent de uitdrukking: “God was in Christus”? 2 Kor. 5:19a; Kol. 1:19; 2:9:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

2. Wat betekent wellicht in de beide aangevoerde verzen onder het woord “wereld”? 2 Kor. 5:19; Joh. 3:16:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

3. Wat betekent “met Zichzelf verzoenend”, met speciale aandacht voor vers 20? 2 Kor. 5:19-20:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

Daar op het kruis van Golgotha, heeft de Heer Jezus verzoening aangebracht, en daarmee een verzoening gecreëerd, die voldoende is voor de hele mensheid, daadwerkelijk echter alleen die ten goede komen aan hen die zich bekeren, die Christus en in Hem de hen aangeboden verzoening in geloof aannemen.

4. Welke opdracht hebben de dienaren van de Heer?

2 Kor. 5:18b:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

5. Wat God heeft hen daartoe gegeven? 2 Kor. 5:19b:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

6. Waartoe vermaant God de mensen door de dienaars “in plaats Christus”? 2 Kor. 5:20:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

De uitspraak van de apostel Paulus “gezanten voor Christus”, laat zich niet beperken tot hem en zijn medewerkers, want hoe vaak heeft hij de gelovigen gevraagd zijn navolgers te zijn. Hoe zit het met ons? Verdienen ook wij de titel “gezanten voor Christus” en “Gods medearbeiders” (1 Kor. 3:9)? Of doen we het net als de zoon in de gelijkenis, aan wie de vader zegt: “Kind, ga vandaag in de wijngaard werken”, en die antwoordt: “Ik ga, heer”, maar ging niet (Matth. 21:28-30)? De wens om een gezant voor Christus te zijn, komt voort uit een drievoudige overtuiging:

I. De gelovige is doordrongen van de genade van God, die hemzelf geschonken is;
II. hij kent het vreselijke lot dat de onbekeerde wacht;
III. hij is zich ervan bewust, dat hem deze taak door de Heer is toevertrouwd.

b. De verzoening van de gelovigen

 

7. Wat waren wij voordat wij Gods aanbod van vrede aannamen?

Rom. 5:10:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

8. Hoe is onze vijandschap gebleken? Kol. 1:21:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

9. Wat is de basis van de verzoening met God? Rom. 5:10; Kol. 1:21-22:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

c. De verzoening van alle dingen

 

10. Als wat wordt Jezus ons in dit vers voorgesteld? Kol. 1:15-16:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

11. Wat is het gevolg van de zondeval van de mens voor de schepping? Gen. 3:17; Rom. 8:20:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

12. Waartoe heeft het bloed van de Heer Jezus ook gevloeid?

Kol. 1:19-20:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

……………………………………………………………………………………………………….……………….

13. Wanneer zal de verzoening van alle dingen zichtbaar worden?

Rom. 8:19-21:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

d. De verzoening tussen Joden en volken

 

14. Hier vindt een dubbele verzoening plaats. Waarom? Ef. 2:11-16:

a. ……………………………………………………………………………………………………….…………

b. ……………………………………………………………………………………………………….…………

15. Wat is er door de vijandschap tussen de joden en de heidenen ontstaan? Ef. 2:14-15:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

16. Wat moeten we onder dit ene lichaam verstaan? Ef. 2:16; 1:23:

……………………………………………………………………………………………………….……………….

• God is de mensen in de Heer Jezus verzoenend tegemoet gekomen;
• omdat Jezus de verzoening aangebracht heeft, biedt God nu de mensen de verzoening aan;
• op grond van het verzoenende en plaatsvervangende offer van de Heer Jezus is de gelovige verzoend met God;
• Alle dingen worden door het kruis met God verzoend;
• de in Heer Jezus gelovende joden en de heidenen zijn in één lichaam met God verzoend

 

© Bibelkurs.com

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW