5 jaar geleden

Het koperen wasvat

Exodus 30:17-21; 38:8; 40:30-32

Bijbelstudie over het koperen wasvat

het 2e voorwerp in de voorhof

 

Exodus 30:17-21:

17. En de HEERE sprak tot Mozes: 18. U moet vervolgens een koperen wasvat maken, met een bijbehorend koperen voetstuk, voor het wassen. En u moet het plaatsen tussen de tent van ontmoeting en het altaar, en er water in doen, 19. zodat Aäron en zijn zonen hun handen en voeten met water daaruit kunnen wassen. 20. Wanneer zij de tent van ontmoeting binnengaan, moeten zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven. Of wanneer zij tot het altaar naderen om dienst te doen door een vuuroffer voor de HEERE in rook te laten opgaan, 21. moeten zij hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven. Dit is een eeuwige verordening voor hen, voor Aäron en zijn nageslacht, al hun generaties door.

Exodus 38:8:

8. Vervolgens maakte hij het koperen wasvat met het bijbehorende koperen voetstuk uit de spiegels van de dienstdoende vrouwen, die dienst deden bij de ingang van de tent van ontmoeting.

Exodus 40:30-32:

30. Vervolgens plaatste hij het wasvat tussen de tent van ontmoeting en het altaar, en hij deed er water in om te wassen.

31. Mozes, Aäron en zijn zonen wasten daarmee hun handen en hun voeten.

33. Telkens wanneer zij de tent van ontmoeting binnengingen en het altaar naderden, wasten zij zich, zoals de HEERE Mozes geboden had.

* * *

ALLEREERST DIT: Het koperen wasvat was nodig voor de priesters, vóór zij het ‘heilige’ mochten ingaan. In het heilige bevond zich:

  • gouden reukofferaltaar;
  • de tafel met de 12 toonbroden;
  • zevenarmige gouden kandelaar.

Om het heilige binnen te mogen gaan om hun dienst te verrichten, moesten de priesters eerst langs het koperen wasvat om hun voeten te wassen (verg. Hebr. 9:6 – hier vinden we dat de priesters in het heilige bepaalde diensten deden). Waarom zij dit moeten, komen we nog op. Alleen de priesters mochten binnengaan. Waarom? Omdat de Israëlieten ‘zondaars’ waren. Als zodanig hadden zij geen recht om tot God te naderen. Het doel van de priesterdienst was:

  1. Het dienen van God (“om Mij als priester te dienen” – HSV – : zie Ex. 28:1,4,41);
  2. ten behoeve van het volk (Hebr. 5:1-2).

Nu zijn alle gelovigen priesters, of zij dat nu weten of niet. Gods Woord zegt dat duidelijk. Zie: 1 Petr. 2:5,9. En wij mogen het binnenste heiligdom ingaan. Zie Hebr. 10:19vv.

• Fantasie?

Het vervaardigen van het koperen wasvat en ook hoe werd niet aan de fantasie van de mens overgelaten, want dit gedeelte begint met: “En de HEERE sprak tot Mozes: …”. Dit vinden we vaker.

Dit is erg belangrijk. Bij het inrichten van de dienst voor de Heer waren de Israëlieten ook volkomen afhankelijk van de gedachten van God. De Heer liet het niet over aan de fantasie van Zijn volk, ook niet aan hun gevoelens. Nee, zoals Hij sprak, zo moest dat gebeuren!!! Zijn Woord was hierin beslissend. Aan dat principe moest voldaan worden.

En Mozes deed dat ook: kijk maar in Exodus 40:16,19,21,23,25,27,29. Hij moest het maken volgens het voorbeeld wat hem op de berg Sinaï getoond was (Ex. 25:40; 26:30; Hebr. 8:5).

MAAR ZOU DAT VANDAAG ANDERS ZIJN!!!? Dat lijkt er wel heel veel op als we om ons heen zien in de christenheid. Het principe van gehoorzaamheid aan het Woord van God is veelal vervangen door “hierbij voel ik me happy”. Regelmatig kom ik dit tegen in mijn omgeving. Maar laten we vooral niet vergeten naar onszelf te kijken. We zijn geneigd om naar ‘andere gelovigen die anders samenkomen’ te kijken en onszelf op de borst te kloppen. Dat is een groot gevaar en neigt sterk naar hoogmoed.

Dus … hoe is dat bij ons? Bij mij? Moeten we deze vraag ook niet eens wat vaker overwegen?! Overwegen voor het aangezicht van Hem die ons eveneens Zijn gedachten in Zijn Woord heeft gegeven? Daarom zijn/waren we toch ook hier dit weekend? Ondermeer ook om voor Zijn aangezicht te komen en samen Zijn Woord te overdenken, zodat ook ons leven – mijn leven – meer in overeenstemming met Zijn gedachten en wil zou zijn … en gaan worden!? Maar ook met betrekking tot de dienst aan God. Dan gaan er ook vandaag nog wonderen van zegen komen uit de hemel.

Een oud lied zegt:

Er komen stromen van zegen,

dat heeft ons Gods Woord beloofd …

Nog een ander lied zegt, ook weer een oude:

Hij die rustig en stil,

zich steeds voegt naar Zijn wil,

Hem in alles vertrouwt en gelooft;

die slechts hoort naar Zijn stem,

zich geheel geeft aan Hem,

smaakt een vreugde die nimmer verdooft.

Zie slechts op Hem,

volg gehoorzaam Zijn stem,

blijf maar rustig vertrouwen.

Altijd ziende op Hem.

Beste broeder …, u loopt enkele jaren, ja zelfs vele decennia achter want deze liederen zijn immers al lang uit de tijd. Deze gedachte of een soortgelijke zou in uw – en eveneens in mijn hart – hart kunnen opkomen. Het is hier niet ons onderwerp, maar ik hoop dat u begrijpt dat het hier niet gaat om de melodie van dit lied.

Het gaat er dus om wat de dichter bedoelde en dat komt precies overeen met waar we nu mee bezig zijn, namelijk gehoorzaamheid aan dat wat God zegt. Dit is heel eenvoudig maar in de praktijk blijkt het heel moeilijk. Toch is het niet onmogelijk als we ons realiseren wat we bijvoorbeeld vinden in Johannes 7:17-18: “Als iemand Zijn wil doen wil, zal hij van deze leer erkennen of zij uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek. Wie vanuit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen heerlijkheid; maar wie de heerlijkheid zoekt van Hem die hem heeft gezonden, die is waarachtig en in hem is geen ongerechtigheid”.

De vraag is: “Wat wil ik?  De toetssteen is: Gods Woord. O, broeder …, dat wist ik nog niet. Nu hoor ik niets nieuws. U begrijpt dat ik scherts, maar het is helemaal niet iets nieuws. Dit behoort juist tot de “oude paden” (Jer. 6:16; 18:15).

Overigens: Dat betekende niet dat de Heer geen mensen voor de inrichting van deze dienst wilde gebruiken en inzetten. Daar kom ik later (misschien) nog op terug (Bezaleël en Aholiab en …..)*.

Mozes gehoorzaamde aan dit principe. We lezen van hem: “Mozes deed overeenkomstig alles wat de HEERE hem geboden had, zo deed hij” (Ex. 40:16). Niet dat Mozes altijd alles deed wat God van hem vroeg. Denk maar aan de tegenspraak  van Mozes bij de tien plagen. Dat was echt niet altijd naar Gods wil.

• Waarvan is het wasvat gemaakt en waarom van dit materiaal?

Van koper! Waarom van koper? Ook het brandofferaltaar was van koper gemaakt. Bij een temperatuur van 1083° smelt het. Het is zeer goed te vervormen, wat mogelijk verklaart dat men dit gebruikte voor de vormgeving van het brandofferaltaar en het wasvat. Koper is de beste warmtegeleider. Dit materiaal kan de hitte van het vuur doorstaan (Num. 16:36-40).

Koper spreekt ook over het onveranderlijke, rechtvaardige en heilige toorn van God tegenover de zonde (R.P. Daniel). Of zoals een andere broeder het verwoordde: “Koper spreekt over de goddelijke gerechtigheid, die de mens in zijn verantwoordelijkheid beproeft en daarom de mens op de plaats waar hij zich bevindt, onderzoekt”. Deze broeder vervolgt: “Om deze reden wordt koper altijd aan de buitenkant van de Tabernakel gevonden terwijl het goud, het symbool van Goddelijke gerechtigheid dat past bij de natuur van God, binnenin gevonden wordt, in het Heilige en in het Heilige der heiligen” (E. Dennett).

Als wij door God beproefd worden, vallen we noodzakelijkerwijze onder het oordeel van God, hoe schoon en hoe vroom en hoe nobel de mens zich ook kan voordoen. We zijn immers allen zondaars en zondaressen, al mag je dit vandaag haast niet meer zeggen. Maar de Bijbel zegt dit wel! Zie maar in Romeinen 3 vers 10: “Er is geen rechtvaardige, ook niet één”. Dit behoeft denk ik hier geen betoog …

Wat de vorm en de afmeting betreft: Daar vinden we niets van in de Schrift. Alle afbeeldingen hiervan berusten dus op fantasie (E. Dennett). Dat dwingt ons om ons meer te oriënteren op de zinnebeeldige betekenis van het wasvat.

Spiegels –  dochters van Sion

Spiegels van de vrouwen werden gebruikt voor het maken van het koperen wasvat. Deze spiegels waren van koper en doordat ze gepolijst waren fungeerden zij als onze spiegels van glas. Je kunt er jezelf in bekijken. Deze vrouwen hebben dat ongetwijfeld toen ook gedaan. Dat juist vrouwen dit doen, is ons allen denk ik wel duidelijk. Het uiterlijk immers is voor veel vrouwen van het allergrootste belang. Daarvan getuigt zeker onze huidige tijd. Vele vrouwen gebruiken – en gebruikten – dit om zichzelf te bewonderen. In het boek Jesaja 3 vers 16-24 vinden we in dit verband het volgende: (zie vooral vers 18,20,23-24). Hier zien we duidelijk dat deze vrouwen – let wel, zij waren dochters van Sion – met zichzelf bezig waren, met hun eigen (vermeende) schoonheid, kortom zij worden als “ijdel” omschreven. Heeft dit ons ook niet wat te zeggen?

Overigens: Ook mannen bekijken zichzelf in de spiegel, aldus Jakobus 1. Daar echter wordt het als les voorgehouden. Het verband maakt de bedoeling wel duidelijk. Daarover later misschien nog iets.

• Gevoelig punt

Misschien raak ik hier een gevoelig punt maar in verband met het koperen wasvat is er misschien ook onder ons het een en ander te reinigen, of misschien wel te belijden en weg te doen. Hoe is met de “dochters van Sion” onder ons?

Haha, kijk, daar heb je weer zo’n broeder die het heerlijk vindt ons als “dochters van Sion” vandaag de kast uit te vegen … Ik hoop niet dat jullie dit denken …

Overigens: We mogen natuurlijk best spiegels gebruiken als middel om er fatsoenlijk, netjes en kuis uit te zien. Ik hoop wel dat jullie dit kunt onderscheiden. Het is immers ook geen getuigenis als we er slordig, onkuis of als landlopers bijlopen. Daarbij moeten we zeker ook niet denken dat wanneer we de spiegels maar verwijderen het wel goed zit. Nee, het zit in ons hart, daarin “hoe gaan we hiermee om”. Ja, toch!

Hoe dan ook: Deze spiegels openbaarden hun natuurlijke toestand. Het koper openbaart, beproeft de toestand van hen die erdoor beproefd werden, het water is er, zoals we weten om te reinigen (zie Joh. 3:5; vergeleken met Jak. 1:18 en 1 Petr. 1:23-25; Ef. 5:26).

NOOT 2: Het koperen wasvat stelt ons Christus en Zijn Woord voor om hen die verzoend zijn met God (dat zijn zij die vergeving ontvangenhebben, die dus langs het koperen brandofferaltaar gekomen zijn) met God de Vader en met de Heer Jezus in gemeenschap te houden (zie Joh. 13:5,10 en 1 Joh. 2:1).

Maar – om terug te komen op ons onderwerp – wat heel mooi is dat deze vrouwen toen hun spiegels aan God gaven, zodat ze omgevormd (omgesmolten) konden worden tot een heilig voorwerp in het huis van God. Een geweldig voorbeeld voor ons allen.

Wat eens diende als een voorwerp voor “uiterlijke schoonheid”, diende nu voor hun “innerlijke schoonheid”. Daarvoor neem ik u tot slot ook nog even mee naar een bekend gedeelte uit het nieuwe testament, en wel naar 1 Petrus 3:1-6.

CONCLUSIE: “Innerlijke schoonheid wordt zichtbaar in de versiering van de zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God”.

Praktijk en leer

Het is heel goed mogelijk dat u ook wel eens “dit geluid” hebt gehoord. “Geef mij maar die en die broeder, die spreekt altijd heel praktisch”. Maar het is toch zeer noodzakelijk dat we eerst de leer – dus de gedachten van God – leren kennen om ze vervolgens in de praktijk te brengen.

Laten we daarom een broeder die het Woord van God brengt of doorgeeft, niet afrekenen op of hij wel genoeg praktijk gebracht heeft. En … is het ook niet vaak zo, dat wanneer we iets uit de praktijk vanuit het Woord van God horen, wat ons niet zo smaakt, we geneigd zijn om af te haken. Dit zou ook kunnen zijn met het onderwijs dat vanuit het koperen wasvat tot ons komt.

Spiegels: hun functie

Zoals we gezien hebben, werd het koperen wasvat gemaakt van de spiegels van de vrouwen. Behalve aan ijdelheid, mogen we er ook aan denken dat een spiegel ons haarscherp weergeeft, hoe we eruit zien. Dit zien we ook (zij het symbolisch) in het Woord van God, dat immers ook een spiegel voor ons is. Daarmee komen we ook tegelijk iets dichter bij de betekenis van het wasvat, namelijk dat het spreekt van reiniging door het water. Lezen we niet in Psalm 119 vers 9-11: “Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver? Als hij dat bewaart overeenkomstig Uw woord. Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig. Geloofd zij U, HEERE, leer mij Uw verordeningen”. Vervolgens lezen we nog Jakobus 1:23: “Want als iemand een hoorder van het woord is en geen dader, die is gelijk aan een man die zijn natuurlijk gezicht in een spiegel bekijkt; want hij bekijkt zich, gaat weg en is onmiddellijk vergeten hoe hij er uitzag”.

Verder nog Hebreeën 4:12: “Want het woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot verdeling van ziel en geest, zowel van gewrichten als van merg, en oordeelt de gedachten en overleggingen van het hart”.

In dit verband moeten we ook nog iets lezen uit Efeze 5 vers 26, wat ons onder andere leert dat het Woord van God een reinigende werking in ons leven heeft. We vinden hier: “opdat Hij haar zou heiligen, haar reinigend door de wassing met water door het woord …”.

Maar daarvoor moeten we wel het Woord van God openen en het de gelegenheid geven om ons te reinigen. Dat is denk ik wel duidelijk. Maar is het niet juist dit, wat ons wel eens, of misschien wel vaak nekt. Het Woord van God windt er geen doekjes om, is heel duidelijk en wijst ons de weg tot herstel, tot reiniging wanneer we besmet zijn door deze wereld of de dingen uit deze wereld. Als we het woord van God lezen en op ons laten toepassen, heeft de spiegelende functie van het Woord van God ook resultaat. Dan laten we ons namelijk “wassen, reinigen”. Dit alles gebeurt door de kracht en werking van de Heilige Geest.

Wasvat: alleen voor de priesters

In Exodus 29 krijgt Mozes de opdracht om zijn zonen te wassen, en wel helemaal. “Dan moet u Aäron en zijn zonen naar voren laten komen, naar de ingang van de tent van ontmoeting, en hen met het water wassen” (Ex. 29:4). Hier vinden we niet dat zij alleen hun handen en voeten moesten wassen. Zij moesten geheel gewassen worden. Dit is de “ceremoniële wassing tot priesterwijding”.

Aäron afzonderlijk is een type van de Heer Jezus als de ware Hogepriester. Wanneer we lezen “Aäron en zijn zonen” dan moeten we meer denken aan alle gelovigen samen, met andere woorden “de gemeente’ in verbinding met Christus. Deze wassing van het gehele lichaam is een zinnebeeld van de wedergeboorte.

Eenmalige en dagelijkse reiniging

Het gaat om iets wat belangrijk is voor het verstaan van de “dagelijkse reiniging”, dat ook wij moeten kennen. Hier (in Ex. 29:4) gaat het namelijk niet om de dagelijkse reiniging. Hier gaat het om de eenmalige reiniging – de reiniging “eens voor altijd” – om het priesterambt te kunnen bekleden. Deze ceremoniële handeling ging vooraf aan het brengen van zondoffers en brandoffers bij de priesterwijding. Maar elke keer – na het aanvaarden van hun ambt als priesters – moesten zij (Aäron en zijn zonen) , wanneer hun dienst begon in de tabernakel, hun handen en hun voeten wassen in het water van het koperen wasvat (zie: Ex. 30:17-21). Dit was de dagelijkse reiniging die noodzakelijk was omdat zij steeds weer verontreinigd werden. Dan werden hun lichamen niet gewassen maar alleen hun handen en voeten, die steeds weer – elke dag zelfs vanwege hun priesterdienst – opnieuw gewassen moesten worden.

Zo is de reiniging van onze ziel ook “eens voor altijd” tot stand gekomen, hetgeen ik zou willen noemen onze “positionele” reiniging. Wij staan nu rein voor God, wij die van nature onrein waren (verg. Ef. 2:1-3). De apostel Paulus zegt: “En dit waren sommigen van u; maar u bent [o.t.t.} afgewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd door de naam van de Heer Jezus en door de Geest van onze God” (1 Kor. 6:11). Eerst “afgewassen” (bekering/wedergeboorte), daarna “geheiligd” (afgezonderd, we behoren Hem alleen toe, staan nu bij Hem als gewassenen van de zonde) en “gerechtvaardigd” (voor God rechtvaardig).

Deze reiniging is (uiteraard) onlosmakelijk verbonden met het sterven van onze Heer en Heiland, Jezus Christus. Hierbij wil ik jullie ook nog wijzen op Hebreeën 10:10: “Door die wil zijn wij geheiligd door middel van de offerande van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd”. Eens voor altijd geeft ook duidelijk onze positie aan. Het hoeft niet door ons herhaald te worden, dat kan natuurlijk ook helemaal niet. Ook door Hem niet Die het eens voor altijd volbracht heeft. Anders zou immers aan Zijn werk iets ontbroken hebben. Zijn werk op het kruis is volmaakt volbracht!

Water en bloed

Het bloed en water hebben beide een reinigende werking en zijn beide verbonden met de dood van Christus. Zie daarvoor Johannes 19 vers 34.

Uit 1 Johannes 5 vers 6 leren we, dat Jezus Christus gekomen is door water en bloed, waarbij gezinspeeld wordt op het feit van het doorsteken van Zijn zijde, waaruit vervolgens bloed en water stroomde. Eerst bloed, dan water! Het woord van God is het middel waardoor bekering en reiniging tot stand komen. Petrus bevestigt dit als volgt: “Daar u uw zielen hebt gereinigd door de gehoorzaamheid aan de waarheid, … u die wedergeboren bent, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levend en blijvend woord” (1 Petr. 1:22-23).

Om het geheel compleet te maken: “Wie gebaad is, heeft alleen nodig zich de voeten te laten wassen, maar is geheel rein” (Joh. 13:10) en “U bent al rein om het woord dat Ik tot u heb gesproken” (Joh. 15:3).

NOOT 3: De reiniging door het bloed moeten we onderscheiden van de reiniging door het water. Het reinigen van het bloed heeft te maken met onze vrijspraak van de straf van de zonde, dus met onze positie voor God – rechterlijke reiniging.

Het reinigen van het water heeft te maken met onze morele reiniging, waardoor we bevrijd worden van de verontreiniging van de zonde. Onze praktische toestand voor God. – morele reiniging.

Functie van wasvat

Het wasvat was in het oude testament er dus alleen voor de priesters. Zij moesten vanwege hun verontreiniging ten behoeve van hun dagelijkse dienst zich wassen in het koperen wasvat. De afmetingen en de vorm zijn niet bekend. Wel is de functie – waarover we het hebben – bekend.

De priesters waren een speciale afgezonderde groep die – zoals we al gezien hebben – helemaal gewassen waren (opnieuw geboren), gereinigd door het bloed en gezalfd met olie (de Heilige Geest). Zie nog eens Exodus 29:4,7. Alleen zij mochten het heiligdom binnengaan, maar niet eerder voordat zij zich gewassen hadden, d.w.z. hun handen en voeten. Dit wassen behoorde niet tot hun dienst zelf, maar was nodig om hun dienst te kunnen vervullen. Zo waren ze geschikt om hun priesterdienst uit te oefenen. Ook wij hebben een “priesterdienst” te vervullen. Dat weten we toch wel? (Zie: 1 Petr. 2:1-5; Hebr. 13:15). Daarom is ook voor ons “reiniging” noodzakelijk.

Waarom nu alleen voeten en geen handen?

Eerst nog eens dit. Het bloed (gerechtigheid) spreekt van onze positie, waarin het verzoenend sterven van Christus ons bracht. Het water (heiligheid) spreekt van mijn noodzakelijke praktische toestand. Jullie begrijpen dat deze toestand kan wijzigen door verontreiniging, uit welke hoek deze dan ook komt. Wil ik genieten van mijn positie waarin ik gebracht ben, wil ik genieten van Hem Die mij kocht en betaalde, wil ik mijn priesterdienst vervullen, dan is het wasvat noodzakelijk.

NOOT 4: Hierbij moet ik wel een noot plaatsen. Als we onze positie die we in Christus hebben verwarren met onze dagelijkse praktische toestand, dan verliezen we onze zekerheid van het geloof en dat heeft grote gevolgen voor ons dagelijks leven. We worden dan heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. Gelukkig zijn in de Heer is dan een schaars goed geworden.

Ook wij mogen binnengaan in het heiligdom, waar ondermeer het reukofferaltaar staat. Om daar te kunnen komen, moet je dus ook eerst langs het koperen wasvat, dat gevuld moet zijn met water (zie Ex. 30:18).

Gevuld met water

Dat het gevuld moet zijn met water staat er nadrukkelijk bij. Alleen water kon hen reinigen. Dat is nu niet anders. Alleen het Woord van God kan ons reinigen. Dat mogen we nooit vergeten en ook nooit veranderen en onze toevlucht nemen tot iets anders, hoe vroom of hoe sfeervol dan ook. Dat is in onze dagen ook een groot gevaar dat het Woord van God vervangen wordt door bijvoorbeeld het zingen van prachtige, op het gevoel spelende melodieën door middel van prachtige (of minder prachtige!?) muziekinstrumenten. Dit is immers wat we in veel kerken en groepen zien. Het openen van het Woord van God wordt steeds meer verdrongen door muziek, toneel, pantomine, film, dans, enz. Ook – en vooral – in christelijke samenkomsten. Dan heb ik nog niet eens genoemd – wat toch wel van heel groot belang is – de vrije leiding van de Heilige Geest in de samenkomsten. Dat is – mede door het hiervoor genoemde – ver te zoeken {zie noot .. hieronder)

Ook moeten we goed beseffen dat er alleen water in zat. Geen bloed! Een herhaalde toepassing van het bloed van Christus is niet nodig, het is tegen het Woord van God. Sommige gelovigen denken dat dit nodig is, maar vergeten dat er alleen water in het wasvat zat en geen bloed. Het bloed van Christus is een “eenmalige” toepassing voor een gelovige en heeft te maken met “schuld” voor God vanwege onze zonden. Zodra wij gewassen zijn door het bloed van Christus, zijn we voor eeuwig gereinigd voor God. “God ziet ons thans in Christus aan”. En Christus heeft eens voor altijd Zijn bloed gestort (Hebr. 10:10-15).

Maar we moeten vooral ook niet vergeten dat het Woord van God in ons persoonlijk leven een centrale en beslissende rol moet spelen. Dit is het door God gegeven ‘middel’ om Hem en Zijn gedachten te leren kennen. Dat vinden we al heel duidelijk in die geweldig mooie Psalm, je weet wel, die heel lange (Ps. 119:9,133). Dan spreekt het vanzelf dat ook de samenkomsten van de gemeente, (alsmede de orde en het bestuur in het Huis van God) in overeenstemming moeten zijn met het Woord van God. Evenals Mozes en het volk dit ten opzichte van de tabernakel hebben gedaan, namelijk doen wat God bevolen had. Dít hebben zij wel met gehoorzaamheid en toewijding gedaan. Een voorbeeld daarom voor ons? Ja toch!!?

Enkele vragen:
Hoe is het met onze toewijding? Laten we de priesterdienst aan één of enkele broeders over en vinden het best zo? Laten we het dienen van de Heer Jezus met de gaven die Hij ons gegeven heeft “ongebruikt” liggen? (verg. Matth. 25:14-30).

De volgorde van deze voorwerpen in de tabernakel is óók van onmiskenbare betekenis. Eerst het koperen brandofferaltaar, dan het koperen wasvat en dan het gouden reukofferaltaar. Het gouden reukofferaltaar ziet op onze positie als aanbidders/priesters.

Geen handen … en … alleen voeten nu

Daarvoor lezen we iets uit Johannes 13, namelijk vers 10: “Jezus zei tot hem: Wie gebaad is, heeft alleen nodig zich de voeten te laten wassen, maar is geheel rein” [Telos]. Hier worden in het Grieks twee verschillende woorden voor “wassen” gebruikt. In de Telos-vertaling (alsmede in de HSV, niet in de SV) worden dan ook twee verschillende woorden gebruikt, namelijk baden en wassen. “Wie gebaad is” duidt aan dat het hele lichaam gewassen is. Hiervoor wordt het Griekse woord “louo” gebruikt. Voor “… te laten wassen” wordt het Griekse woord “nipto” (d.i. een deel van het lichaam) gebruikt.

De eerste wassing komt overeen met de wassing bij de priesterwijding, waaraan we al gedacht hebben. Daar werd de priester geheel gewassen ‘eens voor altijd’ (Ex. 29:4).

De tweede wassing komt overeen met de wassing van handen en voeten in het koperen wasvat voordat zij priesterdienst gingen vervullen. Dit moest elke keer weer gebeuren.

We vinden een bevestiging in Hebreeën 10:22: “… de harten door besprenkeling gezuiverd van het kwaad geweten (het bloed) en het lichaam gewassen met rein water (het water)”.

Door de besmetting die we oplopen in deze wereld is het noodzakelijk dat onze voeten gewassen worden, door het Woord. Dit reinigt ons, brengt ons weer in gemeenschap met God. Deze wereld waarvan de satan de overste is, omgeeft ons. Wij zijn nog in de wereld, niet van de wereld. Dat moeten we goed beseffen. Toch worden ook wij besmet helaas. Wij zijn niet immuun voor de dingen van deze wereld. Dat zijn niet altijd zonden maar het zijn wel dingen die ons zo in beslag nemen dat onze gemeenschap met de Vader en Zijn Zoon op een heel laag pitje staan of zelfs helemaal ontbreekt. Door het lezen van de Bijbel worden onze ogen op Hem gericht en van de dingen van de wereld af gericht. “Als u met Christus opgewekt bent, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand. Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn” (Kol. 3:1-2 – Telos).

Enkele voorbeelden:

  • Het kan zijn dat er zulke grote moeilijkheden op je weg komen, die van buitenaf komen, waar je zelf qua oorsprong part noch deel aan hebt, en die vervolgens je zo raken dat je geheel ondersteboven raakt. Dit is wat veel om ons voorkomt. Vervolgens weet je er geen raad mee en probeert het zelf op te lossen. Je probeert het “een plekje te geven”, zoals men dat soms zegt, maar dan wel zonder God. Maar dat gaat niet zonder Hem en zonder gemeenschap met Hem. Laat je daarom wassen door de Heer Jezus, lees Gods Woord onder gebed en tranen. Dan komt onherroepelijk de ‘reiniging’.
  • Je wordt plotseling op een of andere wijze geconfronteerd met seksueel getinte afbeeldingen, opmerkingen van collega’s of schoolgenoten – verontreinigd – … je kunt als jongeman (of as man) soms zelfs in de samenkomst van de gemeente verontreinigd worden, als sommige (jonge) zusters “onkuis” gekleed zijn bijvoorbeeld.
  • Je bent zo druk met het verwerven van een positie in deze wereld, in deze maatschappij, dat je bijna niet – of helemaal niet – meer toe komt aan het lezen van Gods Woord. Je meent dat dit zo belangrijk voor je is, dat je wel zonder kunt. {voorbeeld: oude buurman}. Dit feit op zich is al een verontreiniging want wat moet ik ook al weer zoeken? Ja, eerst het koninkrijk van God! (zie: Matth. 6:19-34).
  • Een enkele verkeerde gedachte of een verkeerd woord verhindert ons de kostbare en gelukkige gemeenschap met God. Is dat nooit bij ons zo?

We worden dus steeds weer besmet door datgene wat we horen en zien. Dat vergaat de woestijnreiziger ook zo. Hij krijgt onherroepelijk vieze voeten. En mocht je denken dat je daarvoor immuun bent, leert Gods Woord dat anders. Dan was ook de voetwassing overbodig. Omdat de zonde nog in ons is, het vlees nog in ons is, vindt de wereld om ons heen daar helaas soms aansluiting en besmet ons, ook al zondigen wij niet altijd bewust. Als we ons bewust daaraan bloot stellen, of net doen alsof het ons niet raakt, zijn we gevaarlijk bezig. Dán moeten we dit belijden, en is God getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven (zie 1 Joh. 1:7). Dan is de gemeenschap met God weer hersteld.

Het gaat bij het wasvat ook om het beoordelen, beproeven van onszelf. Immers weerspiegelt het water ons. Gods Woord laat ons zien wie we zijn en brengt het ‘verborgene’ aan het licht. Om als priester een dienst te kunnen verrichten, moesten handen en voeten gewassen worden, anders zouden ze sterven.

Iets dergelijks vinden we in 1 Korinthe 11 vers 27-31. “Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere. Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen. Want als wij onszelf zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden”. Het is duidelijk dat ook de gemeenschap met God hier aan de orde is. Ook wanneer ik ‘onwaardig’ het brood eet en de wijn drink bij het avondmaal. Als we onszelf wel beoordelen en laten beoordelen door het Woord van God zijn we geschikt om in te gaan in het heiligdom als priesters. God is heilig! Dat mogen we nooit vergeten in ons leven. Hij kan geen gemeenschap hebben met de zonden van ons. “Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig” (1 Petr. 1:15-16). En onze levenswandel gaat door deze wereld. Ook hierom dus is het nodig ons dagelijks te reinigen door de wassing van het water, door het Woord.

NOOT 4: Maken we elke dag tijd voor het Woord, voor God, om ons te laten wassen? Zo niet: Begin dan daar vandaag mee! Laat het niet sloffen. Dat is tot oneer van God en tot schade voor je ziel!

Wie maakten ondermeer het koperen wasvat?

* Bezaliël (zie: 1 Kron. 2:20)  en Aholiab: Ex. 31:2,6; 35:30,34; 36:1-2; 37:1; 38:22-23.

Zijn naam betekent: “in de schaduw van God”.

Exodus 31:1-5,6b-11:

De Heer heeft eerst Bezaliël, de zoon van Hur geroepen. De Heer Zelf riep hem bij zijn naam. Vervolgens zegt de Schrift dat God hem vervulde met:

  • de Geest van God!;
  • Wijsheid;
  • inzicht;
  • kennis;
  • allerlei vakmanschap.

Bezaliël was dus “een begaafde broeder” op verschillende terreinen. Het eerste was dat hij vervuld was met de Geest van God. De eerste voorwaarde voor een dienst voor God. Zie opmerkingen bij Lukas 1:67. Bezaliël kreeg deze capaciteiten om te kunnen werken (allerlei) aan de bouw van de tabernakel, met name om ontwerpen te bedenken en deze vervolgens ook te kunnen maken; ook kon hij edelstenen bewerken en inzetten, hij kon hout bewerken, kortom: all-round. Hij kreeg daarbij hulp van Aholiab, alsmede van anderen die God wijsheid gaf om te kunnen maken alles wat Hij gebood (Ex. 31:4-11).

Exodus 35:30-35:

Van Bezaliël vinden we hier verder ook nog, dat hij ook door Mozes werd voorgesteld aan het volk Israël. Hij werd als het ware aanbevolen. Mozes herhaalt en bevestigt daar wat we in Exodus 31:4-11 vinden. Daar wordt ook nog bij vermeld dat Bezaliël in staat was om ook anderen te onderwijzen. Overigens kon Aholiab dat ook (vs. 34-35). Wat leerzaam voor ons dat God aan alles dacht. Dat doet Hij ook nu nog. Ook vandaag zijn er zulke broeders die aan het huis van God mogen en kunnen bouwen met zulke bekwaamheden, zij het dat deze veelal niet in één persoon verenigd zijn. Sommige broeders cq zusters denken dat misschien wel eens teveel van zichzelf, dat zij van alles kunnen. Maar God geeft ook anderen naast hen die zij mogen instrueren en onderwijzen hoe de bouw aan het huis van God plaats moet vinden. Als zij doen wat God hen als ‘bekwaamheden’ gegeven heeft, dus onder andere het ‘leren’ van anderen en het vervolgens ‘loslaten en overlaten’ aan die anderen, dan wordt het dus veel meer een ‘samen bouwen’ aan het Huis van God. Dat heeft ook met vertrouwen in de medebroeder en medezuster te maken. Ongetwijfeld heeft de apostel Paulus ook niet alles alleen gedaan maar samen met zijn mede-arbeiders, zoals Gods Woord hen noemt. Romeinen 16 alsmede verschillende plaatsen in het Boek Handelingen en ook 1 Korinthe 3 zijn in dit verband zeer illustratief. God heeft dus ook aan anderen wijsheid gegeven voor hun taken. Wij allen zijn Gods medearbeiders, dat moeten we nooit vergeten. We moeten wel heel goed opletten HOE we bouwen. Er moet alleen gebouwd worden op het enige Fundament, wat er ligt, namelijk Jezus Christus (verg. 1 Kor. 3:10-15).

Ook wil in dit verband nog wijzen op wat we vinden in Ezra 5:1-2. Twee profeten met name genoemd profeteerden in de naam van God. Als resultaat hiervan maakten daarop anderen – met name genoemd in vers 2 – zich op en begonnen te bouwen. Maar de profeten beperkten zich niet alleen tot het profeteren maar staken de handen ook uit de mouwen (eind vs. 2) en ondersteunden de anderen. Zo werkten, bouwden ze samen aan het huis van God. Prachtig!!! Laten we ons misschien vandaag ook inspireren om de ‘hand aan de ploeg te slaan’? Denk eens aan Lukas 9:62: “Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat en kijkt naar wat achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk van God”.

Exodus 36:2:

Hier vinden we opnieuw dat er naast Bezaleël en Aholiab nog anderen waren. Dat mogen wij nooit vergeten, ook in onze tijd niet. Zij waren vakkundig gemaakt door God ten dienste van het heiligdom. Wie? Degenen die in het hart hadden – “iedereen wiens hart hem ertoe bewoog” en “aan wie de HEERE wijsheid in zijn hart gegeven had” (vs. 2). Het hart was er duidelijk bij betrokken. Ook voor ons geldt dat zelfde. Ook ons hart moeten we richten op de dienst voor de Heer. Het moet toch geen “verplichting” worden, waaraan moeizaam en met een zekere tegenzin voldaan wordt? Dat wordt het ook niet, als werkelijk ons hart erop gericht is. Ik denk aan Ezra. Ook hij richtte zijn hart op om de wet van de Heer te  zoeken en God maakte van hem een bekwaam schriftgeleerde (zie Ezra 7:6-10).

Hoe moest er gebouwd, gewerkt worden? Wel … “overeenkomstig alles wat de HEERE geboden had”. Dat was de richtsnoer, niet hun eigen inzichten of fantasieën (vs. 1).

Exodus 37-39:

Bezaleël ging daadwerkelijk aan de slag (vs. 1). Zijn werk was heel divers. Indrukwekkend als we zien wat er allemaal gemaakt werd. Alles heeft hij – maar ook de anderen – gemaakt naar het model wat de HEERE Mozes geboden had. Maar niet alleen hoor (38:22-23; 39:32). Ja, er was veel werk te doen. Ja, er IS ook veel werk te doen. Ook vandaag! Hebben we dat wel door?

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol