5 jaar geleden

Het Koninkrijk van God (1)

“De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen” (Gen. 49:10).

Het thema van het Koninkrijk van God neemt in de Schrift een grote plaats in. Zelfs in Genesis wordt al vermeld, dat ooit een heerser geboren zou worden, die een koninkrijk van vrede in overeenstemming met de gedachten van God zou oprichten (Gen. 49:10). De Israëlieten leefden in de verwachting van de komende Koning en Zijn koninkrijk door de eeuwen heen.

Toen kwam Johannes de Doper en predikte, dat het Koninkrijk van God nabijgekomen was (Matth. 3:2). En Christus predikte dat ook (Matth. 4:17) alsmede Zijn discipelen (Matth. 10). Christus sprak er ook over, dat in Zijn Persoon – in de persoon van de heerser – het Koninkrijk van God onder de mensen was (Luk. 17:20,21). Het volk der Joden had de Messias alleen op moeten nemen, dan zou het Koninkrijk zichtbaar tot hun zegen opgericht worden.

Maar de koning werd verworpen en  aan het kruis genageld en gedood. Toch ontving de Heer een Koninkrijk – in de hemel (zie Luk. 19:12). De Heerser is nu in de hemel en Zijn Koninkrijk bestaat uit hen, die Hem als Heer aanvaarden en Zijn verwerping delen. Het Koninkrijk van God bestaat momenteel in een vorm, zoals het in het Oude Testament niet bekend was: De Heerser in de hemel en Zijn onderdanen zijn niet gezegend met heerlijkheid, maar gaan op een weg van smaad, het kruis dagelijks opnemend.

Maar spoedig zal de Heer Jezus terugkeren en Zijn Koninkrijk oprichten. Dan zal het Koninkrijk in macht en heerlijkheid opgericht worden, en wij zullen met Christus regeren. Vandaag delen we Zijn afwijzing, dan zullen we Zijn heerlijkheid delen. De profetieën van het Oude Testament in het licht van het Koninkrijk van de Vrede zullen dan allemaal vervuld worden. Gods wegen met de aarde zijn dan in vervulling gegaan.

Gerrid Setzer, © Bibelstudium.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW