9 maanden geleden

Het koninkrijk van God (1)

Wij willen ons een beetje bezighouden met de waarheid van het koninkrijk van God. Wij horen (en lezen) veel over de leer van de gemeente: de waarheid betreffende Christus en de gemeente (Hand. 20:27; Ef. 3:2-6, 5:32). De waarheid betreffende de gemeente was aan Paulus gegeven. Het was zijn dienst om deze waarheid te onderwijzen. Maar weet je dat de apostel meer predikte over het koninkrijk dan over de gemeente?

In Handelingen 28 vers 30-31 lezen we, dat Paulus het koninkrijk van God predikte toen hij een gevangene in Rome was. Dit was aan het einde van zijn leven. Hij zou geconfronteerd worden met Nero, de Romeinse keizer. Hij schreef aan Timotheus: “Want ik word al als drankoffer uitgegoten en de tijd van mijn heengaan is aangebroken. Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Overigens is voor mij de kroon van de gerechtigheid weggelegd, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij in die dag zal geven” (2 Tim. 4:6-8). Maar Paulus was niet de enige die dit predikte. In Markus 1 vers 14 lezen we: “Maar nadat Johannes was overgeleverd, kwam Jezus naar Galiléa en predikte het evangelie <van het koninkrijk van God>.” In Handelingen 1 vers 3 lezen we, dat de Heer Jezus tot de apostelen sprak “over de dingen die het koninkrijk van God betreffen.”

Als we over de Heer Jezus spreken, brengt dat ons op de grond van verantwoordelijkheid, want Hij is Heer. Ik ga naar de hemel, niet om wat ik gedaan heb, maar om wat Hij gedaan heeft. Ik kan zelfs niet voorkomen, dat ik naar de hemel ga. Het is een exclusief werk van God, en je bent er zekerder van, dat je naar de hemel gaat dan dat je dit artikel leest. Dat is op grond van genade. Maar nadat ik gered ben, sta ik niet alleen op de grond van genade, maar ook op de grond van verantwoordelijkheid. Dat is wat de apostel Paulus benadrukte in zijn boodschappen. De waarheid van het koninkrijk van God houdt in dat God gezag uitoefent hier op aarde en in dit universum. Hij kan doen wat Hij wil. Laat me een voorbeeld gebruiken. Het is als een trein die op twee sporen rijdt: genade aan de ene kant, verantwoordelijkheid tegenover God aan de andere kant. Als we zo leven, gaan we gelukkig verder. De twee sporen kruisen elkaar niet. Als ze elkaar zouden kruisen, zou de trein ontsporen. Veel christenen ontsporen omdat ze deze twee sporen niet vasthouden; ze leggen te veel nadruk op de ene kant ten koste van de andere.

Wat is het koninkrijk?

Laten we nu eens kijken wat het door God beloofde koninkrijk werkelijk inhoudt en dat op onszelf toepassen, zodat we begrijpen wat onze verantwoordelijkheid voor onze Heer is.

“Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in [de] Heilige Geest” (Rom. 14:17). Het koninkrijk gaat niet over regels of voorschriften. We lezen hier over morele, praktische zaken. Zoals ik al eerder zei, gaat het over het gezag van God hier op aarde. Iedereen staat onder het gezag van de Heer Jezus.

“En men zal ook niet zeggen: Zie, hier, of: daar! Want zie koninkrijk van God is midden onder u.” (Luk. 17:21). Hier zien we de Heer Jezus als het praktische en volmaakte Voorbeeld van wat het koninkrijk is. De mensen waren op zoek naar een of andere uiterlijke waarneming. Maar Hij zei: “Het koninkrijk is in uw midden”.

De Koning

Als er een koninkrijk is, moet er ook een koning zijn! We lezen over de geboorteplaats van de Koning: “Toen nu Jezus was geboren in Bethlehem in Judéa” (Matth. 2:1). Het is de vervulling van de profetie van Micha (Mich. 5:1). We weten, dat Hij een afstammeling van David zou zijn. Dat lezen we in Mattheüs 1 vers 1-6. Jesaja vertelt ons over de namen van de Koning: “Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven … En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst” (Jes. 7:14; 9:5). Dit werd vervuld in Mattheüs 1 vers 21-23. Over de wijze van Zijn komst lezen we in Mattheüs 21 vers 4-5: “Dit nu is gebeurd, opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet, die zei: ‘Zegt aan de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en op een veulen, [het] jong van een lastdier’.”

Over het karakter van Zijn koninkrijk lezen we in Jesaja: “Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen. Een leeuw zal stro eten als het rund. Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt … Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren” (Jes. 11:6-9; 2:4).

Wanneer?

Nu kunnen we de vraag stellen: Wanneer zal dit koninkrijk zijn? We kunnen ook vragen: Wanneer zal de Koning komen, heersen en regeren? Over dit koninkrijk is geprofeteerd in het Oude Testament. Waarom wordt het koninkrijk dan nog niet gezien? De Koning was gekomen, maar Israël verwierp Hem: “Wij willen niet dat deze over ons regeert” (Luk. 19:14). En ze stuurden Hem weg om gekruisigd te worden. Israël had Hem dan wel verworpen, maar God ontving Hem in de hemel. Hoe reageerde God op de verwerping van de Koning? Hij stelde de publieke kant van het koninkrijk uit. Psalm 72 geeft ons het antwoord op de vraag wanneer deze dag komt waarop wapens in landbouwwerktuigen zullen worden veranderd: “Hij [de Koning] zal neerdalen als regen op het gemaaide veld, als regendruppels die de aarde bevochtigen. In Zijn dagen zal de rechtvaardige tot bloei komen; er zal grote vrede zijn, tot de maan er niet meer is. Hij zal heersen van zee tot zee, van de rivier de Eufraat tot de einden der aarde” (vs. 6-8). “Habakuk 2:14 Want de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt” (Hab. 2:14).

In Psalm 2 stelt God de vraag: “Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat zonder inhoud is?” (vs. 1) Zowel Joden als heidenen “samen bijeenvergaderd  tegen de Heer en tegen Zijn Gezalfde” (Hand. 4:26). Maar God zegt ook in Psalm 2: “Ik heb Mijn Koning toch gezalfd over Sion, Mijn heilige berg” (vs. 6). Eens zal Hij de heidenen vragen om Zijn erfdeel, en de uiterste delen van de aarde om Zijn bezit (vs. 8).

Een rijk en onderdanen

Elke koning moet ook een rijk hebben. In dit rijk heeft hij onderdanen. Waar is het rijk van de Heer Jezus? God zal Zijn Koning zetten op Zijn heilige berg Sion, in Jeruzalem (Ps. 2:6); Hij zal Koning zijn in Israël. Maar waar is Zijn heerschappij en rijk nu? Waar zijn Zijn onderdanen? Zijn onderdanen kruisigden Hem nadat ze zeiden: “Wij willen niet dat deze over ons regeert!” Maar wij stellen het anders! Wij zeggen: “Heer Jezus, regeer in mijn leven!” Hoewel het koninkrijk niet publiekelijk te zien zal zijn, kan het wel op een morele wijze tot uitdrukking komen.

Je kunt je afvragen: “Hoe kom ik in dat koninkrijk?” De Heer Jezus geeft ons het antwoord: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan” (Joh. 3:5). Als iemand niet opnieuw geboren is, kan hij het koninkrijk niet eens zien (vs. 3), en als je niet geboren bent uit water en Geest, kun je niet binnengaan. Als je wedergeboren bent, een nieuwe geboorte hebt, ben je in het koninkrijk van God. Je bent onder het gezag van de Heer Jezus Christus gebracht. Je bent niet van jezelf! Je bent gekocht met een prijs, en je behoort God te verheerlijken in je lichaam, dat Hem toebehoort (1 Kor. 6:20).

In het volgende artikel gaan we wat meer in op de praktische gevolgen van het zijn in het koninkrijk van God; wat het betekent om onder het gezag, of heerschappij, van Christus te staan en ook op de twee kanten van het koninkrijk, de hemelse en de aardse kant.

Wordt vervolgd.

 

Bryan Baptiste; © The Christian Explorer

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW