3 maanden geleden

Het Johannes-evangelie (01)

Inleiding

Inleidende opmerkingen over de Evangeliën

Het Johannes-evangelie neemt een bijzondere plaats in onder de vier evangeliën. De eerste drie evangeliën, de zogenaamde synoptische evangeliën, geven een overzicht van de weg en de bediening van de Heer Jezus op aarde. En we zouden de schoonheid van deze drie evangeliën ten zeerste moeten waarderen. Daar vinden we de Heer Jezus in wonderbare genade onder de mensen; Hij was praktisch de verpersoonlijking van de genade van God onder mensen, die Hem helemaal niet wilden. Alle drie de evangeliën staan vol met schoonheden over de Heer Jezus:

• Het Evangelie naar Mattheüs is geschreven door een schuldige tollenaar; het beschrijft de Heer Jezus als de Messias, de Koning van Israël. Het is het evangelie voor de Joden; in geen enkel ander evangelie vind je zoveel citaten uit het Oude Testament. De Heer Jezus wordt hier gezien als het schuldoffer. Het onderwijs voor ons in dit evangelie is hoe we ons als discipelen in Zijn koninkrijk moeten gedragen.

• In het Evangelie naar Markus wordt de Heer Jezus aan ons getoond als de gehoorzame Dienaar en Profeet. Een ontrouwe knecht wordt gebruikt om de ware Dienaar te beschrijven. In dit evangelie zien we de Heer Jezus als het zondoffer. Het onderwijs voor ons bestaat daaruit, hoe we ons als dienstknechten van de Heer moeten gedragen.

• Het Evangelie naar Lukas werd geschreven door de geliefde arts, en het beschrijft de volmaakte Mens, Die in genade tot de mensen is gekomen. Hier zien we de Heer Jezus als het vredeoffer en het spijsoffer. Hier bestaat het onderwijs voor ons daarin, hoe we ons als zonen in het huis van God zouden moeten gedragen.

Twee van de vier evangeliën hebben een geslachtsregister. Mattheüs voert de Heer Jezus als mens terug tot op David, de zoon van Abraham. Lukas traceert de afstamming van de Heer Jezus terug naar Adam, zelfs naar God Zelf. De andere twee evangeliën hebben geen geslachtsregister. Markus beschrijft de Heer Jezus als de volmaakte Dienaar en bij een dienaar is men niet geïnteresseerd in Zijn afkomst. En Johannes verbiedt vanaf het begin een menselijke afstamming, want hij begint niet met de afstamming van de Heer, maar met Hem als het eeuwige Woord. Johannes toont ons de hele diepte van God.

Twee evangelisten waren als ooggetuigen met de Heer geweest, Mattheüs en Johannes. En het is een bijzonderheid van de goddelijke inspiratie van de Bijbel, dat juist degene die als enige van de vier evangelieschrijvers bij bepaalde gelegenheden was, (bij de opstanding van de dochter van Jaïrus, op de berg der verheerlijking, in de hof van Gethsémané) – Johannes -, dat juist hij er niet over schrijft. God heeft de beschrijving van deze scènes aan de andere schrijvers gegeven. God heeft andere doelen dan wij mensen zouden hebben nagestreefd, toen Hij Johannes opdroeg om Zijn evangelie te schrijven.

Johannes en zijn evangelie

Als we nu naar het Johannes-evangelie kijken, dan komt hier een heel nieuwe gedachte voor ons. Hier wordt de openbaring van God de Vader aan ons gegeven in een Mens hier op aarde, in de Zoon. Dit is de karaktereigenschap van het vierde evangelie. Deze openbaring kwam niet uit de hemel, maar de eniggeboren Zoon moest vlees worden (Joh. 1:14). Paulus presenteert in zijn geschriften hoe een mens tot God kan komen; daarentegen stelt Johannes God aan de mens voor.

Voor het begrijpen van het Johannes-evangelie, moeten enkele speciale kenmerken worden overwogen. Johannes spreekt niet over de gemeente of over het lichaam van Christus; hij ziet altijd de persoon van het individu, dat uit God geboren is. Johannes spreekt niet van vergeving van zonden, maar spreekt van het eeuwige leven. Hier worden we gezien als kinderen van de familie van God. Hij spreekt nooit over ons gelovigen als zonen; hij reserveerde deze titel voor de Zoon van God.

Het evangelie van Johannes kan thematisch worden opgesplitst in drie belangrijke gebieden met de hoofdgedachten over leven, licht en liefde, die elk worden omlijst met de woorden die hen kenmerken:

  • Johannes 1-7 legt de nadruk op het leven (Joh. 1:4; 6:54);
  • Johannes 8-12 legt de nadruk op licht (Joh. 8:12; 12:46);
  • Johannes 13-17 legt de nadruk op liefde (Joh. 13:1; 17:25).

Wat de weg van de Heer betreft, geeft Johannes 16 vers 28 ons een zekere drievoudige verdeling van dit evangelie:

  1. “Ik ben van de Vader uitgegaan” (Joh. 1:1-18);
  2. “en ben in de wereld gekomen” (Joh. 2-12);
  3. “Ik verlaat de wereld weer en ga heen naar de Vader” (Joh. 13-21).

In het derde deel van zijn evangelie spreekt Johannes over de leer van de Heilige Geest. De behandeling van dit zo belangrijke onderwerp in dit evangelie is zeer opvallend; nadat de Heer Jezus naar de hemel is teruggekeerd, heeft Hij de Heilige Geest naar de aarde gezonden, en de Heer spreekt vooruitlopend op dit verheven feit van de zending van de Heilige Geest.

Terwijl de andere drie evangelieschrijvers de verschillende zijden van Zijn ambtelijke heerlijkheid beschrijven, gebruikt de Heilige Geest Johannes op een veel later tijdstip om door hem de hogere heerlijkheid van de eeuwige Zoon van God voor te stellen. En wanneer de Heer Jezus in de eerste drie evangeliën meer wordt beschreven vanuit het oogpunt van wat Hij heeft gedaan voor de mensen, vinden we hier in het Johannes-evangelie, wat Hij als het ware brandoffer voor Zijn God en Vader gedaan heeft en is.

Johannes schrijft zijn evangelie ongeveer 25 jaar na de dood van Paulus en Petrus en ook ongeveer 25 jaar, nadat de geschiedenis van Israël eindigde met de verwoesting van Jeruzalem. Waarom schreef hij zo laat? Omdat in die tijd, na de apostelen, valse leringen waren ontstaan door gnostici, die op zoek waren naar nieuw licht en hogere kennis, volledig in tegenstelling tot wat God in de geschriften van het Nieuwe Testament had gegeven. Er waren ook agnostici, die iedere kennis verwierpen en zeiden: men weet helemaal niets. En er waren nog andere valse leraren, die de Persoon van de Heer Jezus wilden verdelen in een Jezus en een Christus.

Dus al heel vroeg werden twee fundamentele heerlijkheden van de Persoon van de Heer Jezus, de Zoon van God, geloochend: namelijk dat Hij werkelijk eeuwig God is en dat Hij werkelijk een volmaakt Mens geworden is. En al deze valse leringen treedt Johannes met zijn evangelie tegemoet (Joh. 20:31). Wonderbare leiding van God! We moeten daardoor geloven, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God. Johannes noemt in totaal acht tekenen in zijn evangelie, zeven vóór het kruis en één na het kruis, en zij allen streven dit doel na. Jezus is Zijn naam, Christus is Zijn titel en de Zoon van God is Hij in Zijn persoon.

De auteur van dit evangelie komt pas aan het einde van dit boek over zichzelf te spreken (Joh. 21:24). Door het evangelie heen vermijdt hij zichzelf met name te noemen, omdat hij de grootheid van de Zoon van God moet voorstellen. Voor deze Persoon moet elke menselijke auteur op de achtergrond plaats nemen. Johannes was een van de zonen van Zebedeüs (Mark. 1:19), die de naam Boanerges van de Heer Zelf kreeg, zonen van de donder (Mark. 3:17). Zij moeten dus impulsief  van karakter zijn geweest. Wanneer Johannes over zichzelf spreekt in dit evangelie, noemt hij zichzelf vijf keer de ‘discipel die Jezus liefhad (Joh. 13:23; 19:26; 20:2; 21:7,20). Hij rustte in het diepe besef, dat de Heer hem persoonlijk liefhad.

Wordt DV vervolgd.

 

Achim Zöfelt, © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 09.03.2017. [Samenvatting van Bijbelkonferentie]

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, R. Mol