2 weken geleden

Het geweten en de hond

“… en zij tonen dat het werk van de wet in hun harten geschreven staat, terwijl hun geweten meegetuigt en hun gedachten elkaar onderling beschuldigen of ook verontschuldigen …” (Rom. 2:15).

Stel je een huisbaas voor van wie het huis wordt bedreigd door inbrekers en die, in plaats van zich om het gevaar te bekommeren, zijn blaffende hond neerschiet, om daarna weer ongestoord verder te kunnen slapen! Zo dwaas handelen wij mensen wanneer we de stem van ons geweten de mond snoeren, in plaats van naar deze vermaner van God te luisteren.

God heeft de eeuwigheid in de harten van mensen gelegd (Pred. 3:11), gaf ons een zoekende ziel en Hij gaf ons ook het geweten. Het moet voor ons een bewaker en een waarschuwer zijn. Maar hoeveel mensen hebben hun geweten het zwijgen opgelegd om hun rust te hebben! Ze hebben het gevoel van goed en kwaad, dat God in hun hart heeft gelegd, vervangen door zelfopgelegde morele normen die hen beter van pas komen. En ze missen het doel, dat God voor hen heeft en gaan voor eeuwig verloren.

God wil ons niet plagen met ons geweten, ons niet onder de slavernij van schuldcomplexen brengen, zoals sommigen tot hun rechtvaardiging beweren. Nee, God wil ons geweten waarachtig en echt bevrijden. Maar daarvoor moet iedereen wel eerst zijn schuld inzien, moet hij erkennen dat hij, zoals hij is, niet voor God kan bestaan.

Christus werd eenmaal in de voleinding van de eeuwen geopenbaard tot afschaffing van de zonde door Zijn offer (Hebr. 9:26). Wie in geloof op dit offer voor zichzelf aanspraak maakt, wordt voor God gereinigd en zijn geweten is tot rust gekomen. Dit is de weg van God naar echte en blijvende innerlijke vrede.

© “Die gute Saat”

Online in het Duits sinds 09.05.2009.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol