9 maanden geleden

Het boek Jozua (06) – Binnenkomst in de beloofde bezitting

Jozua 3 vers 2-7:
2. En het gebeurde na verloop van drie dagen dat de beambten door het midden van het kamp gingen
3. en het volk geboden: Wanneer u de ark van het verbond van de HEERE, uw God, ziet, en de Levitische priesters die hem dragen, moet ú vanaf uw plaats opbreken en hem volgen.
4. Er moet echter een afstand zijn tussen u en de ark van ongeveer tweeduizend el lengte. U mag er niet dichter bij komen, opdat u de weg zult weten die u moet gaan, want u bent die weg niet eerder gegaan.
5. Verder zei Jozua tegen het volk: Heilig u, want morgen zal de HEERE wonderen doen in uw midden.
6. En tegen de priesters zei Jozua: Neem de ark van het verbond op en ga voor het volk uit. Toen namen zij de ark van het verbond op en gingen voor het volk uit.
7. Want de HEERE had tegen Jozua gezegd: Deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van heel Israël, opdat zij weten dat Ik met u zijn zal zoals Ik met Mozes geweest ben.

De geschiedenis van het boek begint met het verhaal hoe Jozua ’s morgens vroeg op weg ging, met heel Israël het kamp te Sittim verliet en aan de oever van de Jordaan kwam. Het onderwijs bevat een opmerkelijk aantal lessen, te beginnen met het derde hoofdstuk en eindigend met het zesde. Zulke Goddelijke lessen als deze hoofdstukken bevatten, vereisen ijver als eerste vereiste bij hen die ze horen. In zijn energie ging Jozua ’s morgens vroeg op weg; een levendige toestand van het hart is noodzakelijk, willen wij onze lessen in genade en heerlijkheid niet missen. Christenen kunnen geen Goddelijke waarheden zien als ze slapen. “Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten” (Ef 5:14).

Drie bijzondere lessen vallen op in de verzen aan het begin van dit hoofdstuk. Ten eerste moest elk oog gericht zijn op de ark van het verbond. Ten tweede moest het volk zich heiligen. Ten derde moest Jozua persoonlijk groot gemaakt worden.

De eerste les is van het grootste praktische belang. De enige manier waarop de wegen van God voor Zijn volk kunnen worden begrepen, is de ogen te richten op Christus, de ware Ark van het verbond. Er is geen andere weg waarop de ziel vervuld kan worden met de gedachten van God. De oversten gingen door het kamp met de opdracht: “Kijk naar de ark van het verbond, laat ruimte tussen haar en uzelf, want Israël gaat een weg die zij nog nooit is gegaan.” Iedere ware overste onder Gods volk, iedere dienaar die van God de opdracht heeft gekregen om leiding te geven, heeft slechts deze ene boodschap: “Kijk naar Christus, richt uw oog op Christus. Geef Hem in eerbied alle voorrang. Volg Zijn leiding.” Waar de weg is, is niet de vraag. Waar Christus heen leidt is, wat belangrijk is. Gehoorzaamheid aan Zijn stem bevrijdt ons van duizend vragen en moeilijkheden die onze vooruitgang in de Goddelijke dingen belemmeren.

Israël had de vuurkolom die hen uit Egypte leidde en de ark van het verbond die hen naar Kanaän bracht. In beide gevallen moesten zij slechts de Goddelijke leiding volgen, want zij konden zich geen eigen weg banen door het water. Pogingen om wegen vrij te maken verhinderen sommigen om binnen te treden in wat God heeft bereid. Maar door naar Christus te kijken, verschijnt de weg van zegen voor iemands voeten. De stappen van het geloof zijn noodzakelijkerwijs altijd nieuw, en alleen door naar Jezus te kijken kunnen we weten welke weg we moeten gaan.

In de woestijn was het zo, dat het volk in hun tenten bleef zolang de ark van het verbond zich onder hun gordijnen bevond; als deze verder trok, volgden zij. En nu zij op het punt stonden een weg te betreden die nog nooit betreden was en waarvan zij geen kennis hadden, hadden zij een bijzondere behoefte om acht te slaan op de leiding van de ark van het verbond – “opdat u de weg zult weten  die u moet gaan”.

Maar hoewel zij op de ark van het verbond moesten letten en deze volgen, mochten zij er niet bij in de buurt komen. Zij moesten een afstand van 2000 el1 tussen henzelf en de ark laten. En ook de Christen moet altijd zijn volle plaats geven aan de Heer Jezus Christus, want Hij moet in alles de voorrang hebben (Kol. 1:18). Er is een Goddelijke afstand tussen Hem en Zijn volk. Hij is de weg, en Hij heeft die gemaakt. Hij is de Gids en Hij leidt. We leren de wegen van God als we Hem zien, en we betreden ze als we Hem volgen. Als we naar elkaar kijken, kijken we niet naar Jezus. Elk oog moet op Hem gericht zijn. Als de Israëlieten geen ruimte hadden gelaten tussen hen en de ark van het verbond, zouden de eerste rijen verhinderd hebben dat degenen die volgden hem konden zien. Hoe mooi leiden de leiders hier de ogen van het volk weg van hun eigen leiderschap naar de leiding van de ark van het verbond. Wat een heerlijk voorbeeld voor predikers en leraren van Christus! De Christen moet een ononderbroken blik op Christus hebben als hij in de wegen van God wil wandelen, een blik op Christus Zelf en niet op leiders die kunnen doen alsof waar ze moeten kijken om redding en zegen te krijgen, maar die noch kunnen redden noch zegenen. “Wie is dan Apollos, en wat is Paulus? Dienknechten door wie u tot geloof gekomen bent.” Nooit belemmerde de grote apostel het zicht van de zwakste gelovige door zichzelf tussen zo’n gelovige en Christus te plaatsen.

Bij de Rode Zee maakte God de weg vrij door de staf van Zijn macht, daar had Israël de wolk van heerlijkheid achter zich en de weg door het gespleten water voor zich. Bij de Jordaan maakte de staf plaats voor de ark van het verbond. De ark van het verbond stelt Christus op een bijzondere manier voor als persoonlijkheid: haar acaciahout Zijn mensheid, haar goud Zijn goddelijkheid, haar inhoud (de wet) Zijn gerechtigheid als Mens. Alles getuigt van Hem persoonlijk. Het teken van vertrek, hun enige teken, was de leidende ark van het verbond.

“U bent die weg niet eerder gegaan” – dit geldt, wat de ervaring betreft, voor vele gelovigen met betrekking tot hun toegang tot de hemelse gewesten. Wij zeggen wat de ervaring betreft, omdat in feite alle gelovigen nu reeds in Christus zijn overgebracht naar de hemelse gewesten. Het is niet mogelijk een waar Christen te zijn en niet door God in Christus overgebracht te zijn naar de hemelse gewesten. Maar bij het volgen van God zal de gelovige zich vaak op een onbekende weg bevinden – een eenvoudig maar ernstig feit, dat ons geloof op de proef stelt.

Het volgende woord aan Israël was: “Heilig u.” Eerbied en ernst waren de noodzakelijke voorwaarden voor het zien van de wonderen van de Heer die Hij spoedig voor hun ogen zou doen. Geen waarheid van God kan door de gelovige lichtvaardig worden ontvangen, behalve tot zijn geestelijk verlies. En als deze heilige vrees voor de Heer onze God er niet is, zullen wij in de Geest nooit werkelijk ingaan op Zijn werk voor ons. Het is onmogelijk in geloof te wandelen op de weg die de Heer Jezus gegaan is, zonder een eerbiedig gedrag. Maar hóe moeten wij onszelf heiligen? Geen uiterlijke heiliging of uiterlijke afzondering van elke vorm van kwaad kan volstaan. Een werk in het hart, in de kracht van de Heilige Geest Die in ons woont, is noodzakelijk. “Het vlees heeft geen enkel nut” (Joh. 6:63).Het is de Geest van God Die ons heiligt. Hoe nauwkeuriger wij kijken naar de Joodse ceremoniële heiliging, hoe duidelijker we zullen zien, dat de beelden ervan bedoeld zijn om het ware werk in het hart en het geweten voor te stellen.

Ten derde beloofde de Heer Jozua een plaats van heerlijkheid in de ogen van heel Israël zoals hij nog nooit had gehad, een plaats gelijk aan die van Mozes toen hij de door God aangewezen leider van het volk van God was. Dit is zeer kostbaar voor de ware gelovige die zijn Heer en Heiland liefheeft. Het is een heerlijke zaak te weten, dat alles wat de Heer Jezus Christus direct tot heerlijkheid strekt, hetgeen God in macht bewerkt heeft doordat Hij de Heer uit de doden heeft opgewekt, en doordat Hij aan allen voor wie Hij gestorven is, in Hem, de Opgestane, leven gegeven heeft. Hoe dieper gelovigen in hun hart begrijpen, wat God heeft gedaan doordat Hij Christus uit de doden heeft opgewekt, en hen naar de hemelse gewesten heeft overgebracht, hoe meer zij Christus in hun hart verheerlijken.

Laten we Jezus groot maken, Die ons van de zonde en van het verderf van Egypte heeft gered, en die ons als onze Gids stap voor stap door de woestijn van deze wereld zal leiden. Laten we Hem ook verheerlijken als Wie Hij is, de opgevaren Zoon des Mensen in heerlijkheid. Zolang Hij niet bekend is als de Jozua, de opgestane en opgevaren Heer, wordt Hij in het hart niet ten volle verheerlijkt. De Heer beloofde, dat Jozua groot zou worden vóór de oversteek van de Jordaan, en Israël erkende Jozua als de door God aangewezen Gids door de opgedroogde Jordaan. Christenen kennen Christus als hun Jozua, omdat Hij de dood overwonnen heeft, en omdat Hij de hemel is ingegaan. Als er één wens is voor de Christen met betrekking tot de zegeningen van het volk van God, die dieper gaat dan al het andere, dan is het dat alle gelovigen hun zegeningen in de opgestane Christus zo mogen kennen en genieten, dat zij Hem groot maken.

 

NOOT:
1. Meestal wordt er in de Bijbel gerekend met een el die ongeveer 52 cm was.

 

H. Forbes Witherby; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 11.06.2013.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW