14 jaar geleden

Het aanhoudende gebed – Manasse

“En hij [Manasse] deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israels uit de bezitting verdreven had” (2 Koningen 21:2). Wie dit opschrift boven het leven van een mens leest – hier boven het leven van een koning van Juda – die heeft geen hoop voor hem. En wie uitsluitend dit bericht over deze koning in 2 Koningen aanschouwt, wordt in deze opvatting gesterkt. Want hier lezen we niets van een omkeer (bekering) – alleen van boze wegen en verschrikkelijke zonden. Maar wij zouden mensen nooit moeten opgeven, tot niet God deze geschiedenis tot het einde “beschreven” heeft. Dat leren we juist bij Manasse!

Want we lezen in het parallelbericht over de latere geschiedenis van deze koning: “En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht van de HEERE, zijn God, ernstig aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van de God van zijn vaderen, en bad Hem; en Hij liet Zich door hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem terug te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is” (2 Kronieken 33:12-13).

Wanneer wij mensen er vaak nogal snel bij zijn, anderen af te schrijven – God niet! Hij werkt aan vele mensen tot aan het eind. Zelfs Judas werd door de Heer tot aan het eind met alle liefde en toewijding bedacht, hoewel de Heer van het begin af aan wist, dat deze de “zoon van het verderf” was, die eeuwig verloren zou gaan. Maar Christus gaf hem niet op, tot Judas zelf definitief zijn plaats van bestemming koos.

Bij Manasse was het anders! – Hij deed verschrikkelijk dingen, zonden, die erger waren dan van zijn voorgangers, erger zelfs als die van de ongelovige volkeren om hem heen. Deze zonden worden met die van de ergste koning in Israël – Achab – vergeleken (2 Koningen 21:13). En dat alles, hoewel Manasse uit een gelovig en godvruchtig ouderlijk huis stamde. En dat alles, hoewel zijn vader Hiskía een van de trouwste koningen in Jeruzalem was. Zou er daar nog een mogelijkheid tot omkeer zijn? Kon God een man genade bewijzen die door en door zondig leefde, hoewel hij het beter weten kon, ja, beter wist? Zo iemand moet men toch opgeven, nietwaar?

Wie van ons kent niet zulke goddeloze en boze mensen, die uit gelovige ouders voortkomen? En wie van ons zou al niet lang zulke mensen opgegeven hebben? God doet het niet! Zelfs niet bij mensen zoals Manasse.

Laten we hun einde afwachten! Want God heeft het einde van hun geschiedenis nog niet beschreven. Maar beter nog: Laten we niet ophouden voor zulken te bidden, intensief en anhoudend! Het loont zich. Want er zal er zeker een bij zijn, die zich op het eind toch nog bekeren zal en tot God omkeert, om Hem trouw te dienen zoals Manasse.

Misschien zijn er niet zoveel voorbeelden van dit soort. En Manasse is in zeker opzicht een uitzondering. Hij is de enige (!) gelovige koning, van wie wij in de samenvatting van zijn leven lezen: “En hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN”. Maar ondanks deze erge karakterisering zullen wij hem in de hemel weer terug zien. Want hij heeft zich van zijn boze wegen bekeerd. Wij lezen er niets van, wanneer precies deze omkeer heeft plaatsgevonden. Het lijkt er veel op, dat het zeer laat plaatsvond, zodat het in de levensbeschrijving in het boek Koningen geen ingang vond – naar Gods wil. Maar het tijdstip is voor ons thema van het gebed niet van betekenis. Want er zijn zulke mensen – zoals de rover aan het kruis -, die de Heer Jezus pas op hun ‘sterfbed’ als Redde aannemen. Ook dan kan men zich nog bekeren1. Tot dan kan men nog voor een mens bidden!

Heb jij uit je familie- of kennissenkring al iemand opgegeven, die eigenlijk nog op je gebedslijst zou kunnen staan? Of moeten staan? Wanneer we over Manasse lezen, zouden zulken op onze harten moeten branden, bij die we ieder hoop opgegeven hebben. Ten onrechte! Want nog is de tijd voor omkeer – zij het tot bekering, of zij het van een verkeerde weg.

Volharding is één van de moeilijkste eigenschappen, die we leren kunnen (moeten?). Ook en juist, wat onze gebedsleven betreft.

Manuel Seibel, © Folge mir nach

NOOT:
1. Dat is geen woord aan iemand die nog niet bekeerd is of nog op een verkeerde weg gaat. Want hij weet niet, of God hem nog zo’n gelegenheid geeft om om te keren. Voor zo iemand geldt: Wanneer je vandaag het heil door de Heer Jezus afwijst, kan het morgen te laat zijn. Voor altijd!

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM