3 maanden geleden

Herstel …

“Afvallige!” Wat een akelig woord is dit. Zo akelig, dat het door ons gewoonlijk gereserveerd wordt voor hen die zich openlijk en flagrant van Christus hebben afgekeerd naar de wereld, maar het is een feit dat het overgrote deel van de christenen afvalligen zijn. Ieder van ons die ooit een dag heeft gekend van meer oprechte toewijding aan Christus dan hij nu kent, is een afvallige. En dat is de reden waarom het geestelijk leven verkommert en het getuigenis voor Christus zo mat en zwak is, en de noodzaak aan herstel zo indringend nodig is.

De gemeente heeft haar eerste liefde al heel vroeg in haar geschiedenis verlaten en zij is er niet naar teruggekeerd. Een tijdlang bleef zij actief in de dienst, ijverig voor de gezonde leer, en zeer strikt wat betreft in wat zij dacht, dat de juiste beginselen waren, maar de bron van alles – die liefde – ontbrak, en toen de zoekende ogen van haar gekleineerde maar trouwe Geliefde de schone buitenkant doordrongen, moest Hij zeggen: “Maar Ik heb tegen u, dat u uw eerste liefde hebt verlaten” (Openb. 2:4).

Wat een ernstig oordeel! Een vreselijke aanklacht voor die ware Geliefde tegen de keuze van Zijn hart! Bracht die beschuldiging de rode blos van schaamte op het gezicht van de onteerde gemeente? We weten het niet. Het kan zijn, dat sommige gewetens zich onrustig voelden, en sommige harten zuchtten naar de vreugden die waren heengegaan, en sommigen hebben misschien de voeten van Jezus gezocht met oprecht berouw. Maar het merendeel ging achteloos voort, zich steeds minder om Christus bekommerend, en steeds meer ruimte gevend aan de wereld, het vlees en de duivel in hun raadslagen en harten, totdat zij nu, in deze vreselijke dagen, juist voor het einde van haar geschiedenis op aarde heeft ze haar deuren op slot gedaan en vergrendeld, en Christus, die stierf om haar te verlossen, buiten staat. Zo heeft het heilige Woord de geschiedenis van ontrouw voorspeld, en zo heeft de gemeente het naar de letter vervuld (zie Openbaring 2 en 3, die ons een profetisch overzicht geven van de kerkgeschiedenis).

Maar stop, het is niet ons doel om stil te staan bij de ontrouw van de gemeente aan haar hemelse Bruidegom, – wij zouden dat kunnen doen en ons eigen leven onberoerd laten – wij willen, als de Heilige Geest genadig onze woorden wil gebruiken, ons allen de vraag opleggen hoe wij vandaag ten opzichte van Hem staan. Het falen van de gemeente is geen verontschuldiging voor het falen van het individu, en ieder christenhart dat niet geheel voor Christus is, is een afvallig en ontrouw hart, en moet Hem hiervoor onder ogen komen, hetzij nu, hetzij bij Zijn rechterstoel.

Hij komt eraan! Hij komt spoedig! Maar hoe kunnen wij zeggen: “Amen, kom, Heer Jezus,” (Openb. 22:20b) als Hij niet de eerste plaats inneemt in onze genegenheid? Hij komt eraan! Hij komt spoedig! Maar hoe kunnen wij Hem met blijdschap begroeten als wij Hem ook hebben verwaarloosd, en als de wereld en haar aanzien, of ons eigen ik en onze begeerten ons meer zijn geweest dan het geluid van Zijn stem en de ervaring van Zijn liefde? Ontwaak, o zorgeloos hart, voor Zijn wensen. “Bedenk dan waarvan u afgevallen bent en bekeer u en doe de eerste werken” (Openb. 2:5). Hij is niet veranderd. Gezegend zij Zijn naam!

 

J.T. Mawson

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW