5 jaar geleden

Hemelvaart: Jezus Christus – opgenomen in de hemel

In de komende dagen is er weer de over het algemeen gevierde vakantiedag “Hemelvaart”. Veel mensen kunnen zich daarbij niets anders voorstellen dan alleen: Nu hebben we weer een vrije dag. Andere vieren het als Vaderdag. Maar wat is de betekenis van de Hemelvaart van Jezus voor christenen?

Het is algemeen bekend dat de dood en opstanding van Jezus Christus de hoekstenen van het Evangelie van genade zijn: “Want ik heb u in de eerste plaats overgegeven wat ik ook ontvangen heb: dat Christus voor onze zonden gestorven is, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij op de derde dag is opgewekt, naar de Schriften” (1 Kor. 15:3,4). Door Zijn dood heeft de Heer Jezus onze zonden verzoend, ons met God verzoend en de basis voor onze relatie met God gelegd. Hij is opgewekt om onze rechtvaardiging (Rom. 4:25): De opstanding is het zichtbare bewijs dat God het werk van Jezus Christus aangenomen heeft als basis voor onze redding. Maar waarom is de Heer Jezus dan niet op de aarde gebleven, maar opgevaren naar de hemel?

De Hemelvaart – Gods antwoord op het lijden van Christus

Natuurlijk kan men een verscheidenheid van redenen daarvoor aanvoeren. De belangrijkste reden is zeker het antwoord van God op het lijden van Christus, op Zijn verlossingswerk – ja, op het persoonlijke gebed van Jezus aan zijn Vader: “Ik heb U verheerlijkt op de aarde, terwijl Ik het werk heb voleindigd dat U mij te doen hebt gegeven; en nu, verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik bij U had voordat de wereld was” (Joh. 17:4,5). Dit gebed heeft de Vader verhoord – Hij heeft Christus verheerlijkt, en de Zoon troont nu ook als Mens in de heerlijkheid van het Vaderhuis.

Een andere reden voor de Hemelvaart van Jezus is deze: De Heer Jezus heeft de verwerping van deze wereld “aanvaard”. Hij was in deze wereld, die Hijzelf had geschapen. Maar de wereld kende Hem niet en wilde Hem niet kennen. Ze heeft Hem verworpen. De Heer Jezus kwam tot de Zijnen – het volk der Joden. Maar de Zijnen  hebben Christus niet aangenomen, maar aan het kruis gebracht (Joh. 1:10,11). Het kruis is het hoogtepunt van verwerping – en voor de ongelovige mens is dit de laatste maal geweest, dat hij Jezus in het vlees zien kon. Pas als Rechter van levenden en doden zal Christus de mens weer ontmoeten. Op een bepaalde manier heeft de Heer Jezus dus de verwerping door de mensen aanvaard – tot eeuwige schade voor hem die niet in Jezus Christus als zijn persoonlijke Verlosser geloven wil.

Maar de raad van God had iets wat nog groter is voor, dan Jezus de Verlosser van de wereld te maken. God wilde Jezus Christus verbinden met de gelovigen van de tegenwoordige tijd op een manier die voorheen niet bestond. Vóór de grondlegging van de wereld besloot God om de vergadering (kerk, gemeente) uit alle mensen te vormen, die Zijn Zoon als persoonlijke Verlosser zouden aannemen. En deze gemeente – in beeld beschouwd als een menselijk lichaam – moet als een goddelijk geschenk de in de hemel verheerlijkte Heer Jezus als Hoofd ontvangen (Ef. 1:22).

De Hemelvaart – een noodzakelijke voorwaarde voor de vorming van de gemeente

De gemeente is van haar oorsprong af hemels – het raadsbesluit werd in de hemel voordat de wereld was, gemaakt. Aangezien er geen universum was, laat staan de planeet “aarde”. De gemeente is van haar aard hemels – met Hem, waarmee zij onlosmakelijk verbonden is, komt uit de hemel (Joh. 3:13). En ook haar doel is hemels – daar zal de gemeente in eeuwigheid zijn (verg. Openb. 21:2).

Daarom was het nodig dat vóór de vorming van de gemeente Degene, met Wie zij vanaf het begin verbonden is, in de hemel is. En daarom moest Hij van de aarde opvaren in de hemel. “De Heer Jezus dan, nadat Hij tot hen had gesproken, werd opgenomen in de hemel en ging zitten aan de rechterhand van God” (Mark. 16:19).

In het Oude Testament reeds is er een aanduiding van deze verheerlijking: “Zie, Mijn knecht zal verstandig handelen, Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden” (Jes. 52:13). Mogen we dat niet op de drievoudige verheerlijking van de Heer betrekken? Hij is opgestaan, Hij is opgevaren in de hemel en Hij ging aan de rechterhand van God, de Majesteit in de hoge, zitten.

Het Nieuwe Testament  bericht ons op verschillende plaatsen van de geweldige verhoging van de Heer. Het bericht van Zijn hemelvaart vinden we in Markus 16, Lukas 24 en Handelingen 1. Uit Hebreeën 4 vers 14 leren we, dat de Heer Jezus niet alleen in de hemel opgevaren is, maar zelfs “de hemelen is doorgegaan”. In Hebreeën 7 vers 26 vindt men dat Zijn hemelvaart er toe leidde, dat Hij “hoger dan de hemelen geworden” is. En Efeze 4 vers 10 beschrijft Zijn hemelvaart als “opgevaren boven alle hemelen, opdat Hij alles zou vervullen”.

Dus als we het hebben over de hemelvaart, bedoelen we nooit eenvoudig Zijn weggaan van deze aarde in de geschapen wolkenhemel, zoals de discipelen hun Meester ook zo zagen opvaren. Nee, de hemelvaart betekende een verheerlijking van onze Heiland, wat we met ons verstand niet begrijpen kunnen. Want wat is de hemel? Het is de atmosfeer van de tegenwoordigheid van God – niet geschapen, maar eeuwig en daarmee ook geen fysieke, materiële plaats. En daar troont nu de Heer Jezus als Mens – boven alles wat ooit geschapen werd. Hij heeft daar als eersteling het Vaderhuis voor mensen “ingewijd”, die hem eens volgen zullen (Joh. 14:3).

Tegelijkertijd werd Hij aan ons nu al gegeven als Hoofd, Wiens volheid (voltooiing) wij zijn. Maar opdat wij geen ogenblik tot verkeerde voorstellingen komen, voegt Paulus eraan toe dat wij de volheid zijn van Hem die “alles in allen vervult” (Ef. 1:23). Hij vervult alles – de (geschapen en de ongeschapen) hemel, het hart van God, eenvoudig alles!

De Hemelvaart – voorwaarde voor de komst van de Heilige Geest

Er is nog een ander belangrijk punt om te overwegen. Voor de vorming van de gemeente waren niet alleen de hemelvaart en verheerlijking van de Heer Jezus nodig. Pas met de komst van de Geest van God op deze aarde werd ze daadwerkelijk in het leven geroepen (1 Kor. 12:13) – en dat vooronderstelde ook de Hemelvaart van de Heer. Dat zei de Heer tot Zijn discipelen in de bovenzaal: “Maar Ik zeg u de waarheid: het is nuttig voor u dat Ik wegga; want als Ik niet wegga, zal de Voorspraak (Trooster) niet tot u komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden” (Joh. 16:7). De Heilige Geest kan alleen in van zonde(n) bevrijde, verloste mensen permanent wonen; en dat was alleen mogelijk na het werk van de verlossing – de verheerlijking van de Heer vormt in zekere zin de kronende afsluiting van dit werk. En deze goddelijke persoon – God, de Heilige Geest – woont nu in de gemeente (1 Kor. 3:16) en ook in iedere gelovige persoonlijk (1 Kor. 6:19).

Bent u zich er bewust van wat u zou ontbreken, wanneer de Geest van God niet in u wonen zou? Als voor u de mogelijkheid van een persoonlijke Gids voor elke dag niet beschikbaar zou zijn – of laten we ons zo weinig door de Heilige Geest leiden?

Zo leidde de hemelvaart van Jezus ertoe, dat we met een Mens in de hemel verbonden zijn, die tegelijk God Zelf is. En een Goddelijk persoon is uit de hemel naar de aarde gekomen om in ons te wonen. Deze gaven kunnen we niet genoeg waarderen!

En als in de komende dagen een hele dag “vrij” is, om aan de hemelvaart van Christus te denken, zullen waarschijnlijk veel mensen alleen maar aan vrije tijd en de feesten denken, zonder gedachten aan Jezus. Maar laten we niet vergeten, dat Degene die Zich zo oneindig diep vernederd heeft en Mens geworden is, na het volbrachte werk verheerlijkt en verhoogd werd. Dat was Gods antwoord op Zijn lijden. Ook zonder een speciale gedenkdag – want als gelovigen vieren we immers geen bijzondere feestdagen, omdat het Nieuwe Testament dit afwijst (Gal. 4:10,11) – moeten deze gedachten voor een christen belangrijk zijn.

“Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de Naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader” (Fil. 2:9-11).

Manuel Seibel, © Bibelpraxis.de

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW