14 jaar geleden

Hemelse cosmetica voor de Christin

Het gaat in dit artikel over (jonge) zusters, vrouwen. Maar (jonge) broeders, (jonge) mannen, laat dit je niet afschrikken. Wanneer je ziet dat steeds meer interesse wordt getoond voor het ‘uiterlijke’ in de wereld, zien we dit ook steeds meer onder de Christenen vandaag. Het uiterlijke en innerlijke. ‘Onderdanigheid’, ‘zachtmoedigheid’, ‘stilheid’. Hoe ziet God dat? Wat zegt de Bijbel daarover? Hoe gaan wij daar mee om?

Het uiterlijke

Wanneer je ziet dat steeds meer interesse wordt getoond voor het ‘uiterlijke’ in de wereld, zien we dit ook steeds meer onder de Christenen vandaag. Daarin houdt men gelijke tred met de wereld. In de wereld wordt steeds openlijker, brutaler en schaamtelozer datgene – zoals men dat vaak noemt – wat men in huis heeft, getoond. Dat valt duidelijk, zoals de Bijbel dat noemt, onder de noemer “vleselijke begeerten”. Dat kun je natuurlijk niet van elke ‘uiterlijke’ uiting zeggen, want ook het uiterlijke heeft zijn plaats en rol, ook in het leven van een Christen. Maar ook de Bijbel spreekt over het uiterlijk.

Twee voorbeelden, één uit het Oude Testament en één uit het Nieuwe Testament.

“En het geschiedde, toen zij inkwamen, zo zag hij Eliab aan, en dacht: Voorzeker, is [deze] voor de HEERE, Zijn gezalfde. Doch de HEERE zei tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte van zijn statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan … Voorts zeide Samuel tot Isaï: Zijn dit al de jongelingen? En hij zei: De kleinste is nog over, en zie, hij weidt de schapen. Samuel nu zei tot Isaï: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn. Toen zond hij heen, en bracht hem in; hij nu was roodachtig, alsook schoon van ogen en schoon van aanzien; en HEERE zeide: Sta op, zalf hem, want deze is het” (1 Samuël 16:6-7; 11-12).

De Heer ziet dus het hart aan, daar gaat het om. Hij is dan ook de grote ‘hartenkenner’ (zie onder andere Psalm 139:1; Handelingen 1:24). Maar de Heer wijst ook op de schoonheid van David. Dat vinden we wel vaker in de Bijbel. Toch gaf deze uiterlijke schoonheid niet de doorslag bij de verkiezing van David tot koning. Daar gaan we hier nu niet verder op in.

“Evenzo, vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, opdat, ook als sommigen ongehoorzaam zijn aan het Woord, zij door de wandel van hun vrouwen zonder woord gewonnen worden, wanneer zij uw kuise wandel in vrees hebben opgemerkt. Laat uw versiering niet de uiterlijke zijn: [het] vlechten van [het] haar en [het] omhangen van gouden [dingen], of [het] aantrekken van kleren, maar de verborgen mens van het hart, in de onvergankelijke [versiering] van de zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God. Want zo versierden zich vroeger ook de heilige vrouwen, die hun hoop op God stelden, terwijl zij aan hun eigen mannen onderdanig waren; zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem ‘heer’ noemde; en haar kinderen bent u geworden, als u goed doet en geen enkele verschrikking vreest” (1 Petrus 3:1-6).

De onderste weg

Het gaat in dit laatste gedeelte wel over vrouwen. Dus lieve (jonge) zusters, voel je dus niet verongelijkt als jullie nu worden aangesproken. Wijs nu eventjes eens een keer niet – tenminste als je dat gewoonlijk doet – op die (jonge) broeders, die het ook niet zo goed doen. Overigens het gaat ook niet om het wijzen met een beschuldigende vinger naar jullie. Het gaat om de gedachten van de Heer omtrent onze harten en onze hartetoestand.
Maar het gaat hier echt wel om jullie en jullie uitermate belangrijke positie ten opzichte van de mannen. In vers 1 gaat het om mannen die ongehoorzaam zijn aan het Woord. Dat kunnen ook gelovige mannen zijn. Maar ook als de man de Heer niet toebehoort, (nog) een ongelovige is, vinden we in dit gedeelte kostbare lessen.
Ga nu eventjes recht zitten, zet je schrap en wordt niet boos.
Wanneer je als vrouw denkt – en er ook zo mee bezig bent – dat het uiterlijk het belangrijkste is, dan kunnen deze verzen jou, (maar ook jullie, (jonge) mannen die dit lezen!) helpen. En is het in onze dagen, zeker ook voor jonge mensen, niet van het grootste belang om het uiterlijk weer in de juiste – dat wil zeggen ‘Bijbelse’ proporties -, te benaderen en er zo mee om te gaan? Het Woord van God moet zichtbaar worden door onze wandel. En als het Woord (in deze verzen ‘onderdanigheid’, ‘zachtmoedigheid’, ‘stilheid’, kortom de ‘verborgen mens’) door jullie, lieve (jonge) zusters zichtbaar wordt in jullie wandel, kunnen de (jonge) mannen hun ogen daarvoor niet sluiten. Dat geldt voor gelovige, alsook voor ongelovige mannen. Deze zal wel proberen om dingen te vinden in je leven die in strijd zijn met datgene, wat je al tegen hem hebt gezegd over God en Zijn Woord, over de Heer Jezus. Misschien heb je al te veel ‘gepreekt’. Dat prikkelt de man die ongehoorzaam is aan het Woord. Nee, er is een betere weg, namelijk de ‘onderste’ weg. Deze weg wordt gekenmerkt door het verwerkelijken van het Woord van God in je wandel. Een weg van onderdanigheid, van zachtmoedigheid en van stilheid. Niet direct dingen waarmee je in de wereld ‘scoort’. Integendeel! Ook niet in de Christenheid vandaag. Je moet vooral opvallen en meedoen met de vrouwen in de wereld. Je kunt niet achterblijven … je moet mee in de mode die bepaald wordt door de wereld, die voor Christus geen plaats had en heeft, die Hem verwezen naar het kruis.
Hoe kunnen we nu verwachten dat een wereld (inclusief de zogenaamde ‘Christelijke’ wereld) die Hem verwierp, gevoelig zou zijn voor de gedachten van God? Dat is in volkomen tegenspraak met alles ‘wat’ en ‘Wie’ de Bijbel ons voorstelt. Het kruis is de scheiding tussen de wereld en ons; op het kruis van Golgotha werd voor mij de wereld gekruisigd. “Maar ik wil volstrekt niet roemen dan alleen in het kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie1 voor mij de wereld gekruisigd is” (Galaten 6:14). Als er nu voor Christus geen plaats was in deze wereld, zou die er dan voor mij wel zijn? Nee, ook ik ben een vreemdeling en bijwoner hier. Als ik Christus toebehoor, dan hoor ik niet meer bij het systeem dat ‘wereld’ heet. Daar heeft de Heer Jezus mij uitgetrokken. De wereld is ‘boos’ (1 Johannes 5:19) en Hij heeft mij uit deze tegenwoordige boze wereld ‘getrokken’, doordat Hij zichzelf voor mijn zonden heeft overgegeven (Galaten 1:4).
Deze wereld, en vooral onze huidige wereld, heeft totaal geen gevoel meer wat de scheppingsorde van God is. Zij is daar totaal ongevoelig voor geworden en verwerpt deze dan ook heftig. Dat zien we om ons heen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de ondermijning van het huwelijk en het gezin, de emancipatiedrift van de vrouw, homofilie. Het huwelijk en het gezin is door God in de schepping ingesteld. Wat zien we vandaag op dit terrein? Totale verdorvenheid en vernieling. Gevolg? Een en al verdriet en eenzaamheid; als gevolg daarvan weer scheidingen van huwelijken, moord en doodslag door ondermeer jalouzie.
De homofilie is een totale ommekeer van de gedachten van God over man en vrouw (zie ” nummer 22 en 23). Ook de emancipatie van de vrouw is totaal in tegenspraak met wat de Bijbel leert over de positie en de taak van de vrouw in deze schepping. Ik heb het natuurlijk niet over de onbijbelse onderdrukking, uitbuiting van de vrouw als het ‘zwakke vat’ (1 Petrus 3:7). Ook binnen het Christendom vond (en vindt) dit helaas nog altijd plaats. Maar … en nu komen we weer in de buurt van ons onderwerp … volgens de gedachten van God nemen de vrouwen de plaats in van onderwerping. Een plaats die alles te maken heeft met de ‘onderste weg’. Dat is de hoogste plaats die ingenomen kan worden. Waarom? Omdat de Heer Jezus die plaats ook innam. Maar we moeten onze ogen niet sluiten voor het feit, dat de gevallen mens deze plaats niet wil. Daarom worden ook de vrouwen in het Woord van God aangespoord en vermaand om hun mannen onderdanig te zijn. En wel zeven maal specifiek tot hen. Dat is niet voor niets. Ik herinner je eraan hoe het gegaan is met Eva.

Onderdanigheid van de vrouw

“Maar ik wil dat u weet, dat Christus het hoofd is van iedere man, en de man [het] hoofd van [de] vrouw, en God [het] hoofd van Christus” (1 Korinthe 11:3). De man is dus het hoofd van de vrouw, volgens de scheppingsorde van God. “Een vrouw moet zich stil, in alle onderdanigheid laten leren; maar ik sta aan een vrouw niet toe dat zij leert of over een man heerst, maar zij moet stil zijn. Want Adam is eerst geformeerd, daarna Eva; en Adam werd niet verleid, maar de vrouw werd verleid en viel in overtreding. Maar zij zal bewaard blijven tijdens het ter wereld brengen van kinderen, als zij blijven in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid” (1 Timotheüs 2:11-15). Hier wordt dit hoofdschap door de woorden ‘Adam is eerst geformeerd’ nog eens bevestigd. Maar tevens wordt in dit laatste vers aangetoond door de woorden ‘en Adam werd niet verleid, maar de vrouw werd verleid en viel in overtreding’, dat door de zondeval. Eva de leiding had genomen in de ongehoorzaamheid en afwijking van God. Daardoor werd het hoofdschap van de man zeer versterkt. Eva had zich in een positie gemaneuvreerd waar God haar niet gesteld had en waar God haar daarom ook niet de capaciteiten voor had gegeven. Dit in tegenstelling van wat velen vandaag ter rechtvaardiging menen te moeten aandragen, namelijk dat een vrouw dezelfde capaciteiten heeft als mannen voor taken, die tot dusver door mannen werden waargenomen (vooral in de gemeente). Hoe kan iemand nu op de ondersteuning en kracht van God als Schepper rekenen, wanneer hij of zij een plaats wil innemen die de Schepper niet heeft gegeven? Maar Eva wist het beter, helaas! moeten we zeggen. Zij sloeg zelfs na haar val de raad van God in de wind doordat zij de kinderen die geboren waren, namen gaf. Dit was voorbehouden aan Adam (Genesis 2:19-20). Zij vergiste zich dan ook behoorlijk in de naam Kaïn (4:1). Er zijn trouwens meer voorbeelden in de Bijbel waar we zien wat een rampzalige gevolgen het heeft, als een vrouw haar plaats van onderdanigheid niet inneemt en leiding wil geven.

Zoals ik al aangaf, vinden we zeven keer dat de vrouw onderdanig moet zijn. We gaan kort deze verzen eventjes na.
Vooraf wil ik hen, waaronder helaas ook vele broeders, die deze waarheid van de onderdanigheid van de vrouw aan de man proberen te ontduiken met het argument, dat we deze ‘slag’ nu toch al verloren hebben. Met andere woorden, als een bepaalde waarheid niet meer door het geheel wordt geaccepteerd, moeten we er maar niet meer over spreken en in de ijskast bewaren. Als de tijd dan daar is om het tevoorschijn te halen, kan het altijd nog; het is immers toch niet zo belangrijk en stelt niet zoveel voor. Wel, als we zolang moeten wachten, ben ik bang dat het al bedorven is. En als het niet zo belangrijk is, waarom doen we dan zo moeilijk om God hierin te gehoorzamen? Maar … belangrijker is natuurlijk dat we nooit een gekende waarheid van God mogen veronachtzamen, door welk argument dan ook. Dat is tot oneer van God en het bedroeft Zijn hart als Zijn kinderen zo omspringen met Zijn gedachten. En behalve dat, is het ook nog zo, dat wanneer we doen wat in overeenstemming is met de gedachten van God, we Zijn zegen en Zijn blijdschap zullen ervaren; doen we dat niet, dan zullen we veel missen. Gehoorzaamheid wordt door God altijd beloond! Ongehoorzaamheid brengt ook de rest van wat we door genade mogen kennen van onze God en Vader in gevaar. We lopen het risico dat we ook dat verliezen (vergelijk Mattheüs 25:29). Dit zien we dan ook veel om ons heen. Als we in het kleine niet trouw aan Zijn Woord zijn, zouden we dat in het grote dan wel zijn? Ongehoorzaamheid is gewoon gebrek aan liefde voor dat wat Hij ons geboden heeft. Laten we er geen doekjes omwinden. “Want dit is de liefde van God, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar” (1 Johannes 5:3). “Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft …” (Johannes 14:21). Dit bewaren betekent absoluut niet: we moeten het met God maar op een akkoordje gooien, want in deze moderne tijd kun je het maar beter niet meer hebben over ‘onderdanigheid’ en zeker niet datgene, wat de Bijbel daarmee verbindt. De beloning van gehoorzaamheid vinden we onder andere in het tweede deel van dit vers: “En Wie Mij liefheeft, zal door Mijn Vader worden geliefd; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren”. Maar ook: “Als iemand Mij liefheeft zal hij Mijn woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en woning bij hem maken” (Johannes 14:23). Dit is veruit te verkiezen boven de goedkeuring van de wereld, dat zal ons allen wel duidelijk zijn. Gemeenschap met de Heer Jezus en met God de Vader. De Heer Jezus zal Zichzelf aan ons openbaren en maakt met de Vader woning bij ons. En de Vader zal ons liefhebben, juist ook door onze praktische gehoorzaamheid.

Dan nu de tekstplaatsen met hier en daar enkele korte opmerkingen.

  • “Laten de vrouwen zwijgen in de gemeenten; want het is hun niet geoorloofd te spreken, maar laten zij onderdanig zijn, zoals ook de wet zegt” (1 Korinthe 14:34). Ook al kan een vrouw misschien nog zo goed haar woordje doen, toch behoort zij te zwijgen in de gemeenten. Dat is wel heel iets anders van wat we vandaag in de meeste kerken en kringen tegenkomen. Zou Paulus het dan mis gehad hebben? Is hij dan toch die ‘vrouwenhater’, waarvoor sommigen hem houden? Weten wij het dan misschien toch net iets beter dan Paulus? Besef dan wel dat het de Heilige Geest is die hier spreekt! Hij weet wat in het hart van de vrouw is, èn Hij kent veel beter dan wij de geschiedenis van de vrouw (denk aan de zondeval!). Bovenal spreekt de Geest datgene wat van God is en wat met Zijn gedachten overeenstemt!!!
  • “Vrouwen, [weest[ aan uw eigen mannen [onderdanig] als aan de Heer, want de man is [het] hoofd van de vrouw, evenals ook Christus [het] hoofd is van de gemeente … Maar zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo ook de vrouwen aan hun mannen in alles” (Efeze 5:22, 24). Jammer voor sommigen misschien, maar er staat wel bij “in alles”. Dat gaat heel ver, lieve (jonge) zuster. Als je die weg wilt gaan, de weg van onderdanigheid, treed je de zegen van God binnen. En jij niet alleen. Ook je man zal daarin delen, wat meer is … zo eer je de Heer Jezus. Wie wil dat niet?
  • “Vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, zoals het betaamt in [de] Heer” (Kolosse 3:18).
  • “… kuis, huishoudelijk, goed, aan hun eigen mannen onderdanig …” (Titus 2:5).
  • “Evenzo, vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, opdat, ook als sommigen ongehoorzaam zijn aan het Woord, zij door de wandel van hun vrouwen zonder woord gewonnen worden, wanneer zij uw kuise wandel in vrees hebben opgemerkt … Want zo versierden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God stelden, terwijl zij aan hun eigen mannen onderdanig waren” (1 Petrus 3:1-2, 5). Hier geeft de tijdsvorm aan, dat de onderdanigheid een gewoonte, een toestand moet zijn. Dat is ook het geval met wat we vinden in 1 Petrus 2:18.

In bijna alle aangehaalde schriftplaatsen valt het op dat de Heilige Geest spreekt over “uw eigen mannen onderdanig”. Niet “mannen … uw eigen mannen”, maar “vrouwen … uw eigen mannen”. Uw “eigen” mannen. ‘Ja, maar dat is toch logisch, dat ik mijn eigen man gehoorzaam’, zeg je misschien. Wel, blijkbaar niet. Het Woord van God gebruikt nooit een woord zonder betekenis. Iemand merkte hierover op: ‘Is het niet zo dat in de wereld veel mannen een ongepaste invloed op anderen hebben?’ Ja, dat is waar. Maar dat bleef de gemeente niet bespaard. Ook onder de Christenen vind men dit. Veel vrouwen luisteren liever naar andere mannen dan naar hun eigen mannen. Daardoor komen zij ook snel onder de invloed van die andere man. Dat is niet wat God wil. God wil dat zij met haar vragen en problemen eerst naar haar eigen man gaat. Dat is normaal in het oog van God. Wederom: God is de grote hartenkenner, ook van de vrouwen. Daarom deze bijzondere toevoeging. Bovendien kan het funest zijn voor een goed huwelijk, als een vrouw haar heil zoekt bij een andere man dan haar eigen. Zij zou er goed aan doen om net als Sara haar man ‘mijn heer’ te noemen. Dit getuigt van respect, eerbied en onderworpenheid aan haar eigen man. Daar zal zij zeker niet minder van worden of slechter mee uit zijn, omdat God het zo bepaald heeft. Het voorkomt tevens onnodige spanningen. Er zijn mannen die zitten te wachten dat hun vrouwen bij hen komen met hun vragen en problemen. Niet dat zij dan overal een antwoord op hebben of een oplossing weten maar hij wil haar graag helpen, omdat hij haar lief heeft. Dit versterkt ook de onderlinge vertrouwensband. Komt hij er niet uit, wel dan kan men altijd nog een beroep doen op anderen. En vooral: zij kunnen dan samen ook bidden voor die zaak. Maar jij als zuster, als vrouw van je man, moet hem dan wel de kans geven om zich voor jou in te zetten. Wees hem onderdanig!

Wat de ongehuwde (jonge) vrouwen betreft, zij kunnen natuurlijk altijd een broeder om raad vragen. Wat de jongeren betreft: als zij een vader en moeder hebben, zullen deze haar graag te hulp komen en naar haar willen luisteren. Als zij geen vader of moeder meer hebben kunnen zij ook oudere broeders raadplegen. Er is veel nood onder jongeren, ook onder zusters. Zeker ook op het terrein waar we het in dit artikel over hebben. Schaam je niet om je problemen of vragen te berde te brengen. Maar ook voor hen die niet gehuwd zijn, geldt: “Maar ik wil dat u weet, dat Christus het hoofd is van iedere man, en de man [het] hoofd van [de] vrouw, en God [het] hoofd van Christus” (1 Korinthe 11:3).

Ben jij ook een heilige vrouw?

De heilige vrouwen. Niet zo maar een enkeling. De Schrift ken er nog wel meer. Dat Sara haar man ‘heer’ noemde, was niet zo maar een uitschieter. Nee, de tijdsvorm van het woord ‘gehoorzaamde’ geeft aan dat het niet één bepaalde handeling was, maar het leven van Sara werd door gehoorzaamheid gekenmerkt. Hoe zit dat met jou? Voeg je ook bij die ‘heilige vrouwen’.
We weten van Sara, dat zij een knappe vrouw was. Dat vonden tenminste de mensen van de wereld van toen. Trouwens dat vond Abraham ook en zij dit ook tegen haar (Genesis 12:11, 14-15). Ze mocht er dus wel zijn. Daarom vonden de farao en zijn vorsten Sara een welkome verschijning aan het hof. Daar had ze trots op kunnen worden. Maar Sara werd daardoor niet verblind, zij werd geen ijdeltuit. Nee, zij bezat iets wat nog veel kostbaarder was, zij hoopte op God en was daarom haar man onderdanig. Zij behield de zachtmoedige en stille geest die kostbaar was voor God. Dat heeft ze bewezen en het Woord van God geeft daarover getuigenis. Ook in die moeilijke situatie waarin Abraham haar had gebracht, daar in Egypte, bleef zij onberispelijk. Abraham wordt berispt, maar Sara niet (Genesis 20:9-10).

Kuis

Vervolgens wil ik wijzen op de woorden ‘kuise wandel’. Het woord ‘kuis’ betekent volgens de Van Dale: rein, zuiver; eerbaar, rein van zeden. De NBG-vertaling heeft hier ‘reine en Godvrezende wandel’. Dat verklaart het mogelijk eenvoudig. Want een ‘kuise wandel’ van een vrouw heeft alles te maken met een wandel die gekenmerkt wordt door het ‘vrezen’ of ‘eerbiedigen’ van God. Het zal een wandel zijn die rein is in alles en wil wijzen op Hem die zij liefheeft. Een gelovige vrouw zal dus niet door haar uiterlijk de aandacht op haar zelf willen vestigen, maar zal door haar innerlijke omgang met de Heer Jezus in haar uiterlijk leven wijzen op Hem die zij toebehoort. Ben jij je daar altijd bewust van? Waar ben jij op uit, lieve (jonge) zuster? Vind jij het nog altijd zo belangrijk om indruk te maken door je uiterlijk op (jonge) broeders? Op wie wijs jij?

Innerlijke en uiterlijke versiering

Verder bestaat er een ‘uiterlijke versiering’. De elementen die hier genoemd worden – het haar, goud en kleding – zijn nog even actueel als toen. Hoeveel aandacht gaat daar vandaag toch naar uit! Als dit in de wereld zo is, kun je dat nog wel begrijpen. Zij hebben niets anders. Maar onder de Christenen moet dit geheel anders zijn. Daar gaat het om ‘innerlijke’ schoonheid en reinheid. Let wel, er staat hier niet dat je geen aandacht aan je haar mag besteden en geen haarknip mag dragen, en ook niet dat je geen kleren mag dragen; ook niet dat je geen gouden trouwring mag dragen. Dat moeten we goed begrijpen. Dat zou ook helemaal absurd zijn, want kleding moeten we wel dragen. In tegenstelling met wat vandaag in onze westerse wereld daarover wordt geëtaleerd. Het lichaam van de vrouw wordt ‘tentoongesteld’. We willen daar ook niet verder op in te gaan, dat zou eer geven aan de invloeden van de wereld, aan de satan. Kleding draag je om je lichaam te bedekken en om je te beschermen tegen dingen die onreine gedachten of verlangens opwekken. Ons lichaam is ook gekocht door de Heer Jezus. Onze ziel en geest en lichaam zijn het eigendom van Hem, behoren Hem toe (1 Thessalonika 5:23).
Wat het haar betreft wil ik de (jonge) zusters graag bemoedigen met het feit dat God jullie haren aanmerkt als een sieraad. In ons vers gaat het erom dat je versiering niet bestaat uit de manier waarop je je haar vlecht. Je hoeft dus niet meedoen met de ijdele wedstrijd ‘wie heeft het mooiste kapsel’. Je lange haren zijn een eer voor God. In jouw haren heeft God een natuurlijke schoonheid gelegd, die haar weerga niet kent. Je lange haar zelf is al een sieraad voor God, niet de manier van opmaken. Het getuigt van je onderworpenheid aan de Heer, het spreekt van je vrouw-zijn en van je bereidheid je plaats in te nemen die God aan jou gaf. Bedenk ook dat wanneer je je haar laat afknippen en het kort gaat dragen, je wel scoort in de wereld, maar niet bij God (1 Korinthe 11:6,15).
Lieve (jonge) zusters, waar ik op wijzen wil is, dat je niet moet opvallen door het ‘uiterlijke’. Daarbij denk ik onder andere aan het ingrijpen en veranderen van je natuurlijke haargroei en kleur enzovoorts; aan het je optuigen met allerlei sieraden en je lichaam in gevaar brengen door bijvoorbeeld ‘piercing’ of het aanbrengen van ‘tatoeage’. Dit verraadt allen maar, dat je de gedachten van God die we ook in onze tekst in 1 Petrus 3 tegenkomen, niet (meer) kent of niet (meer) wilt accepteren. Je aandacht gaat alleen uit naar je uiterlijk. Maar het gaat juist om je ‘innerlijk’. Een ‘innerlijk’ dat onder de invloed en controle van de Heer staat. Een ‘innerlijk’ dat niets liever en anders wil dan Hem tonen, dat een beeld van Hem wil zijn. We kunnen ook in het Oude Testament een duidelijke beoordeling van God over dit soort dingen lezen. Lees Jesaja 3:16-26 maar. Uiterlijke versiering moeten altijd iets ‘toevoegen’ van iets wat men niet bezit. Hoe men er werkelijk uitziet, moet gecamoufleerd worden. Soms laat men zich zelfs ‘verbouwen’. Men wil bijvoorbeeld een andere neus. Dit laat duidelijk zien dat men niet tevreden is met wat God hen in de schepping heeft meegegeven. Er zijn nogal wat meisjes (maar ook jongens) die niet tevreden zijn over hun uiterlijk. De wereld om hen heen besteedt zoveel aandacht aan het uiterlijk, dat deze meisjes helemaal gefrustreerd raken en psychisch in de problemen komen. Wanneer het meisjes zijn die de Heer Jezus kennen, Hem toebehoren, wil ik hen aanraden na te gaan denken over hoe God over het ‘uiterlijk’ en over ‘versiering’ denkt.
Er bestaat namelijk ook een ‘innerlijke versiering’. In de ogen van God is dit iets wat innerlijk helemaal bij jou hoort. Omdat het jullie, liever (jonge) zusters toch wel eigen is, om je te willen ‘versieren’, deelt God hier in dit stukje van Zijn Woord mee wat ware versiering is.

De verborgen mens van het hart

Dat is het. De “verborgen mens van het hart” (vers 4). De oude mens die we met zijn daden hebben uitgedaan. Maar we hebben de nieuwe mens aangedaan, die vernieuwd wordt tot kennis van het beeld van Hem (Kolosse 3:9-10). Dat is de verborgen mens van het hart. Dat heeft alles te maken met het nieuwe leven, dat we in onze nieuwe geboorte ontvangen hebben. Dat leven is Christus zelf.
Onze harten nu worden gevormd door de Heer Jezus en door het Woord van God. Dat wordt zichtbaar in de ‘onvergankelijke versiering van de zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God’. Dat heeft niets met onze haardracht, onze kleding of met de gouden voorwerpen als zodanig te maken. Verlang jij ook om kostbaar te zijn voor God? Schenk dan aandacht aan je ‘innerlijke versiering’. Daarbij gaat het om ‘zachtmoedigheid’ en een ‘stille geest’. Heeft de Heer Jezus niet gezegd: “… Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” (Mattheüs 11:29). In gemeenschap met Hem kun je dit dus ‘leren’. Dat kost soms strijd en moeite, zelfs tranen. Zeker in het verband waarin we deze verzen vinden, mogen we denken aan een ongelovige man die gewonnen moet wonnen. Wat een strijd kan dit geven. Maar in het algemeen, ook als er geen sprake is van een ongelovige man, gelden deze dingen natuurlijk ook. Een ‘stille geest’ heeft grote invloed op de omgeving. Je plaats innemen als vrouw ten opzichte van de man is daarom ook uitermate belangrijk. Een ‘stille geest’ straalt rust uit, want het kent de stilte van de Heer; het kent de gemeenschap met Hem die haar ziel bemint.
“Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van [de] Heer aanschouwen, worden naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door [de] Heer, [de] Geest” (2 Korinthe 3:18). Als jij en ik kijken naar de heerlijkheid van de Heer Jezus – Die nu, nadat Hij de reiniging van jouw en mijn zonden tot stand heeft gebracht, verheerlijkt is en aan de rechterhand van God zit – zullen wij innerlijk daardoor gevormd gaan worden (zie onder andere Hebreeën 1:3). Daar ontstaat ware schoonheid die eigenlijk bestaat uit Christus, die gezien wordt in mijn en jouw leven. Maar dan moet Hij wel in ons hart wonen. Dan is er sprake van ware gemeenschap met Hem Die onze ziel zo bemint. Als Hij niet in ons hart leeft, zal er iets anders zijn. Dat iets zal dan het karakter van ‘wereld’ dragen. Dan is er geen ware versiering. Innerlijke schoonheid wordt veroorzaakt doordat wij tot een beeld van Hem gevormd worden.

Hemelse cosmetica

Het Griekse woord voor versiering is ‘kosmos’. Dan weten we ook direct waar ons woord ‘cosmetica’ vandaan komt. Dit woord komt meermalen voor in het Nieuwe Testament. Het is hier overigens vertaald door het woord ‘wereld’. In het klassieke Grieks vindt men de uitdrukking: ‘Zwijgen is de ware versiering (kosmos) voor vrouwen’ (Sophocles). De grondbetekenis van het woord ‘kosmos’ is, een systeem waar orde heerst. Toegepast: de orde van God moet in je hart gevormd worden door het Woord van God. En in ons gedeelte vind je daar de ingrediënten voor, namelijk de verborgen mens van het hart, dat zich uit in de onvergankelijke versiering van de zachtmoedige en stille geest, die onderdanig is. Dat is geen chaos, maar is de orde van God. Dàt nu is kostbaar voor God! De ware versiering voor jou als (jonge) zuster, als (jonge) vrouw moet dus zijn, dat je uiterlijk dát uitstraalt, wie je innerlijk werkelijk bent. Dat is een bevel, niet van mij maar van God zelf. De zin staat namelijk in de gebiedende wijs! Neem het daarom ernstig!
Hemelse cosmetica verspreid een welriekende reuk van Christus (zie 2 Korinthe 2:15).

Er zou nog veel meer hierover gezegd kunnen worden, maar deze dingen lagen op mijn hart aan jullie door te geven.

“Maak mij een beeld van U”  Ja, dat mag wel ons gebed zijn.

NOOT:
1. Of ‘waardoor’.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM