5 maanden geleden

Heilig hen door de waarheid

Bij een onderzoek werd eens de vraag gesteld: “Waarom ga je naar de kerk waar je nu heen gaat?” Het bleek dat veel mensen naar de kerk gaan omdat het naar hun smaak is, het is geriefelijk, hun familie ging er altijd naar toe of omdat daar hun vrienden zijn.

Frisse Wateren

In Exodus 20 lezen we dat God verlangde God een plaats voor Zich te hebben, ook in de woestijn, om te wonen en tot gedachtenis. In Exodus 29 zien we dat God bepaalt dat deze plaats in het midden van de legerplaats is. Dit is daar, waar de tent van de samenkomst werd gevonden, en waar God Zijn volk ontmoette op de grondslag van het brandoffer. Maar in Deuteronomium 12, bijna aan het eind van de woestijnreis, bevond het volk zich aan de rand van het land. In het land is er geen legerplaats.

“Waar zal deze plaats in het land zijn?”

De vraag rijst dus: “Waar zal deze plaats in het land zijn?” Waar konden zij de Heer in het beloofde land dienen?

Waar is de plaats waar Hij Zijn Naam wilde doen wonen? In dit belangrijke hoofdstuk van Deuteronomium geeft de Heer instructies over waar zij samen konden komen.

Hij maakt het duidelijk dat er in het beloofde land één plaats van aanbidding is. Er zijn veel kenmerken van deze plaats van aanbidding dat overeenkomt met wat in het Nieuwe Testament is geopenbaard.

Er wordt 14 maal in Deuteronomium 12-16 aangegeven dat deze plaats door de Heer is gekozen en 6 ervan worden in hoofdstuk 12 gevonden. Dit is hoogst essentieel. Het was niet aan het volk om de plaats te kiezen. Zij konden niet het land ingaan, rondkijken en dan de meest geschikte plaats uitkiezen om samen te komen. Het was de Heer die deze plaats had te verkiezen; het was niet aan de mens. Hoe belangrijk is dit principe voor ons vandaag.

Veel geliefde en goedbedoelende Christenen falen om dit principe na te volgen; zij komen samen op grond van menselijke instellingen en organisaties die prediken willen om zo te eindigen met “het eten in hun eigen poorten” (vs. 17). Niet al het eten in eigen poort is verkeerd; bepaalde dingen kunnen persoonlijk opgevat worden. Echter wanneer het gaat om de plaats van samenkomen, en waar de Heer Zijn Naam stelt (wonen wil onder Zijn volk) komt het niet overeen met onze eigen ideeën. Dit is erg belangrijk voor de praktijk. Veel mensen stellen deze vraag: “Waar moet ik heengaan op zondag?” Hoe gemakkelijk is het om een straatadres te geven en de plaatsnaam. Maar de Heer doet dat nooit.

Het antwoord is te vinden in het Nieuwe Testament en lees het van begin tot eind; kijk naar alle dingen wat de Heer zegt over hoe Hij wil dat Zijn volk zich tot Zijn Naam vergaderd en waar Hij in het midden wil zijn; dan gebeurt dat.

De volgende vraag is of er Christenen zijn die aan deze beginselen aandacht schenken? Heel belangrijk is het die plaats te zoeken die de Heer duidelijk beschrijft in Zijn Woord (vs. 5). God zei niet dat Jeruzalem deze plaats zou zijn; Hij zei: “Naar Zijn woning moet u vragen”. Je moet er naar zoeken. Het heeft 400 jaar gekost om de plaats te vinden omdat zij niet erg ijverig zochten.

Het is goed om op te merken dat de Naam die de Heer gebruikt om onder Zijn volk te wonen in het Nieuwe Testament de Naam van de Heer Jezus is. Wij vergaderen tot Zijn Naam (Matth. 18:20). We hebben ook de Naam van de Vader. “Want wij hebben beiden door één Geest de toegang tot de Vader” (Ef. 2:18). Het is belangrijk om te zien dat gehoorzaamheid zeer noodzakelijk is. We vinden in Deuteronomium 11 het eigenlijke motief achter gehoorzaamheid. Vers 1 vermeldt: “Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben en Zijn voorschriften, Zijn verordeningen, Zijn bepalingen en Zijn geboden in acht nemen, alle dagen”; vers 13: “… door de HEERE, uw God, lief te hebben en Hem te dienen met heel uw hart en met heel uw ziel”; vers 22: “de HEERE, uw God, liefhebbende, wandelende in al Zijn wegen”. Dit zijn de echte redenen van het zoeken.

Wij zouden liefde moeten hebben voor de plaats waar de Heer het Middelpunt is van de Zijnen.

De plaats waar Hij Zijn Naam wil doen wonen is daarom, als we de Heer werkelijk liefhebben, het eerste waar wij naar zoeken.

In Psalm 132 vers 5 krijgt iemand besef om te zoeken; David wil een plaats zoeken voor de Heer, de “Machtige Jakobs”. Merk op dat David deze plaats niet zocht toen hij koning werd of toen hij een oude man was. Hij zei: “Zie, wij hebben van de ark gehoord in Efratha” (vs. 6). Hij was niet in Efratha toen hij koning was, maar toen hij als jonge man bij de schapen was. Er zijn veel dingen waar jonge mensen over nadenken: Welke baan wil ik hebben? Waar wil naar school? Wat wil ik doen in de toekomst? Sommigen willen zelfs actief zijn in de prediking van het Evangelie. Maar hoe lijkt je het de liefde te hebben die David had toen hij een jonge man was? Maar deze verbazingwekkende jonge man overwoog de woonplaats van God.

Jonge mensen zouden vandaag over hetzelfde moeten nadenken. Waar woont God in het midden van Zijn volk? In Psalm 132 verwijst David naar de ark. De ark was gedurende 20 jaar in het huis van Abinadab verborgen. Blijkbaar bekommerde zich niemand erom en had iedereen de ark vergeten. Maar er was een jonge man in het veld met de schapen en hij bekommerde zich erom. Hij wist dat het niet de juiste plaats voor de Heer was om te verblijven omdat de ark de representatie van Zijn tegenwoordigheid onder Zijn volk was. Hij was een jonge man die nooit verwachtte dat hij koning zou zijn. Hij bekommerde zich om de ark en wilde de juiste woonplaats voor de Heer. Hij zocht er naar.

De volgende vraag is: Waar vond hij het?

Toen hij koning werd en Jeruzalem veroverde, wist hij niet dat dit de plaats was die God had uitverkoren. 1 Kronieken 21 maakt duidelijk dat dit een zeer beschamende tijd was; een tijd van verwarring.

Vandaag is het een zelfde tijd: een tijd van kerkelijke verwarring. In Davids tijd was er een plaag van de Heer; vandaag is er een plaag onder het Christendom: de plaag van onze zondige toestand. In vers 28 zag David dat de Heer hem antwoordde op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet, en hij offerde aldaar. In 1 Kronieken 22 vers 1 en in 2 Kronieken 3 vers 1 vond men het antwoord op Deuteronomium 12. Het duurde 400 jaar om dat antwoord te vinden (1 Kon. 6). Het is te hopen dat bij u, bij jou de heenwijzing naar het huis van de Here God niet zo lang duurt. Het was slechts een dorsvloer maar hij wist dat dit het antwoord was.

“Dit hier is het huis van de HEERE God, en dit is het brandofferaltaar voor Israël” (1 Kon. 22:1). De grondslag voor deze plaats vind je in Exodus 29, met het brandoffer; de grondslag nu is het werk van de Heer Jezus op het kruis in een positie van vernedering. Dit is een belangrijke les voor ons. Buiten de legerplaats gaan (Hebr. 13:13) is erg vernederend, omdat het een veroordeling betekent van veel van wat we in het Christendom zien1.

In Mattheüs 20 lezen we: “Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen”. We vinden:

  • de Goddelijke plaats (waar);
  • het Goddelijke aantal (2 of 3);
  • het Goddelijke middelpunt (Zijn Naam) waar Zijn rechten en autoriteit worden gehandhaafd.

In Lukas 22 volgen we de man die de kruik met water draagt (de Heilige Geest van God past dit toe op het Woord van God). Hij geeft de richting aan naar de plaats van vergaderen in de opperzaal waar de Heer een plaats van rust vindt onder de Zijnen. In Johannes 1 vers 38 vraagt de Heer aan twee discipelen: “Wat zoekt u?” Zij doorstonden de test; zij zochten niet ‘iets’, zij vroegen: “Waar hebt U Uw verblijf?”2

In Hooglied 1 vers 7 (in het Engels: The song of songs – vertaler FW) is er een soortgelijke vraag: “U, Die ik innig liefheb, maak mij bekend waar U de kudde weidt …”. Zij bedoelt de “kudden van Uw metgezellen”, die de vrienden van haar geliefde zijn. Er zijn veel Christenen die de Heer liefhebben maar hebben hun ‘eigen’ kudde niet in tel. Echter zij wilde niet zijn bij een of andere kudde; zij had alleen interesse in: “… maak mij bekend waar U de kudde weidt!” Men moet niet ‘ronddolen’ van de een naar de andere plaats3.

Wil ik zijn waar Hij is? Er is geen straat noch huisnummer. “Komt en ziet” (Joh. 1:40) als je het niet weet, dan zul je het zien. Volg niet de voetstappen van de kudde, volg de man met de waterkruik. Laten we dat vasthouden. Laten we die plaats zoeken.

Laten we oog krijgen voor de Ene die deze plaats zo kostbaar maakt. Het is niet gewoonweg een of andere plaats. Er is slechts één plaats waar de Heer Zijn Naam wil doen wonen.

NOTEN VERTALER:
1. We gaan echter niet louter en alleen buiten de legerplaats om er niets meer mee te maken te hebben, maar we gaan uit “tot Hem”; bovendien lezen we in 2 Timotheüs 2:22: “Met hen die de Heer aanroepen uit een rein hart”; die “hen” zijn er dus ook nog.
2. Zij zochten dus IEMAND.
3. Bedoeld wordt om niet een plaats te zoeken waar het er zo aan toe gaat, dat het overeenkomt met menselijke smaak; een plaats waar het gaat om menselijke gevoelens en waar het gaat om intellectuele spitsvondigheden van zogenaamde theologen, die het vaak nog beter weten dan de Heer Jezus Zelf, tenminste zo lijkt het; een plaats waar het gaat om de wereld en haar principes zo veel mogelijk na te doen; een plaats waar het gaat om zoveel mogelijk mensen te werven, dus waar het gaat om het aantal personen; een plaats waar het in de samenkomsten van de gemeente van God gaat om de mens; een plaats waar het uitoefenen van het priesterschap wordt beperkt tot één persoon, die dan tegelijkertijd de ‘alles-kunner’ moet zijn, maar dit natuurlijk nooit kan. Kortom: Waar het niet meer gaat om de Heere Jezus en om het onderwijs van de Schrift, dus om dat wat God gezegd heeft in Zijn Woord, de Bijbel, over alle zaken die te maken hebben met ons persoonlijk en gemeenschappelijk leven.
Deze plaatsen moet men dus mijden, maar zoeken naar de plaats waar Hij het ‘Middelpunt’ is. En deze plaats is er ook nu nog! De Heer Jezus Zelf zegt: “Bidt, en zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een ieder die bidt, ontvangt; en die zoekt, vindt; en die klopt zal opengedaan worden” (Matth. 7:7-8). Zou Hij ons laten zoeken naar iets dat er niet is, wat van Hem is en waar Hij alleen gezag heeft, dus waar Hij niet aan de zijlijn staat

 

E.S.N.
Uit het Engelse magazine “Toward the Mark”.

Eerste publicatie: april 2005; herplaatsing 15-12-2018.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM