1 maand geleden

Hebreeën 4 vers 15

“Want wij hebben niet een Hogepriester Die niet met onze zwakheden kan meelijden, maar Eén Die in alle dingen verzocht is als wij, met uitzondering van de zonde”.

Het meelijden van Christus met ons

Dit is de dag van het meelijden van Christus; en de vraag voor de beproefde en de in verleiding gebrachte, de gekwelde en onderdrukte, is deze: Wat zou je liever hebben, de kracht van de hand van Christus in bevrijding uit de beproeving, of het meelijden van het hart van Christus in  de beproeving? Het menselijke denken, het niet onderworpen hart, de rusteloze geest, zal ongetwijfeld onmiddellijk roepen: “O, laat Hem alleen Zijn kracht inzetten en mij verlossen uit deze beproeving, deze ondraaglijke last, deze verpletterende moeilijkheid”.

Sommigen van ons kunnen dit wel begrijpen. We zijn zo vaak als een stier die niet gewend is aan het juk, rusteloos worstelende, in plaats van zich geduldig te onderwerpen. Maar het geestelijk gemoed, het berustende hart zal zeggen: Laat me alleen genieten van het liefelijke meelijden van het hart van Jezus in mijn beproeving, en meer vraag ik niet. Ik wil zelfs niet de kracht van Zijn hand om mij één druppel vertroosting te ontnemen door de tedere liefde en het diepe meelijden van Zijn hart. Ik weet zeker dat Hij mij zou kunnen verlossen. 

Ik weet dat Hij in een oogwenk deze boeien kan losmaken, deze gevangenismuren kan doorbreken, die ziekte kan doen verdwijnen, dat geliefde doel dat voor mij in de koude greep van de dood ligt, mij kan verwerven, deze zware last kan wegnemen of in deze behoefte kan voorzien.

Maar als Hij het niet geschikt acht om dit te doen, als het niet in overeenstemming is met Zijn onnaspeurlijke raad, en overeenstemt met Zijn wijze en trouwe bedoelingen betreffende mij om zo te doen, weet ik dat het alleen maar is om mij naar een diepere en rijkere ervaring van Zijn dierbaarste meelijden te leiden. Als Hij het niet juist acht om mij van het moeilijke pad van beproeving en moeilijkheid af te brengen – dat pad wat Hijzelf in volmaaktheid, en al Zijn heiligen van eeuw tot eeuw, heeft betreden – is het Zijn genadig doel om te komen en met mij te bewandelen alleen dát pad dat, hoewel ruw en vol doornen, leidt naar die eeuwige woningen van licht en gelukzaligheid hierboven.

C.H. Mackintosh, © The Lord is near

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol