14 jaar geleden

“Grofvuil-opruiming in Jeruzalem”

Manasse – Men schreef het jaar 696 vóór Christus. De regeringstijd van de godvruchtige koning Hiskia was ten einde gekomen. Zijn zoon Manasse, nog een knaap, volgde hem op de troon op. Twaalf jaar was hij oud, toen de verantwoording van de regering op hem gelegd werd (2 Kronieken 33). Ondanks zijn jeugd lezen we er niets over, dat zijn raadgevers hem terzijde stonden. Weliswaar wordt de naam van zijn moeder genoemd, maar er wordt niets over haar afkomst meegedeeld noch laat zich uit haar naam iets speciaals afleiden. Maar al aan het begin van zijn regeringstijd wordt ons het oordeel van God over hem meegedeeld – hij deed, wat kwaad was in de ogen des HEEREN.

De invloed van heidense omgeving

Waar lagen de oorsprongen van zijn handelen? Hij liet zich door de ongelovige volkeren om zich heen inspireren. Hij begon ermee toen hij de hoogten weer opbouwde, die zijn vader omvergehaald had. Weliswaar werd op hoogten werd op de hoogten tevoren ook de HEERE geofferd, maar God heeft het volk duidelijke aanwijzingen over de godsdienst gegeven. Zo waren deze offerplaatsen een gruwel voor God – op z’n laatst na de bouw van de tempel zou dit voor iedereen uit het volk van Israël duidelijk moeten zijn. Nadat God bekend gemaakt had op welke plaats Hij in het midden van Zijn volk wonen wilde, was dit handelen ondubbelzinnig zonde. Daarbij offerde Manasse niet aan God, mar aan valse goden. Dit begin werd door vele erge dingen gevolgd. Van het gesternte van de hemel bouwde Manasse afgodsbeelden en diende hen. Hij verschoonde daarbij ook het heiligdom van God niet en bouwde zelfs daar deze gruwelen op. Het zondige handelen bereikte haar hoogtepunt tenslotte daarin, dat hij zijn zonen aan Moloch [afgod van de Ammonieten] in het vuur offerde. Bovendien waren er nog een reeks occulte dingen zoals toverij, waarzeggerij aan de orde van de dag en stelde hij duivelskunstenaars1 aan. Niets liet hij na om God te irriteren. Zijn handelen was natuurlijk niet zonder invloed op zijn omgeving. Hij verleidde de bewoners van Juda en Jeruzalem ertoe om meer boosheid te doen dan de volkeren.

Het is helaas tot op vandaag geen zeldzaamheid, dat zich mensen uit gelovige ouders op een manier tegen God en Zijn geboden opstellen, die het handelen van ‘normale’ ongelovigen nog overtreft. Denken we daarbij maar eens aan Charles Darwin, de uitvinder van de evolutietheorie. Zijn hele streven was erop gericht, het scheppingshandelen van God door de evolutie te vervangen. Hij stamde uit een Anglicaans gezin en studeerde na het afbreken van een medicijnstudie in Cambridge theologie, waarmee hij zich op het beroep van een geestelijke zou voorbereiden. Hij veranderde toen echter naar natuurwetenschappelijke studie en raakte toen volkomen af van de geloofsweg.

Gods opvoedingswegen

Zweeg God over dit handelen van Manasse en Judas? nee, Hij gaf Zich moeite hen in hun harten te treffen. Maar zij gaven geen acht op het spreken van God. Pas nadat God naar nog hardere middelen greep, doordat Hij Manasse in Assyrische gevangenschap in Babel in grote moeiten bracht, kwam deze tot nadenken en verootmoedigde zich. Het grote wonder gebeurde. God liet Zich verbidden en kwam hem in zoverre tegemoet, dat Hij hem zijn koningschap teruggaf. Zijn grootvader Achaz verzette zich daarentegen en kwam niet onder de indruk van het spreken van God. Hij handelde in zijn verdrukking nog trouwelozer. Er staat van hem: “Ja, ter tijd, toen men hem benauwde, zo maakte hij het overtreden tegen de HEERE nog meer” (2 Kronieken 28:22).

Eerst komt de grote opruiming

Vergeet Manasse, nadat het hem weer goed gaat, dit wonderbare geschenk van God? Nee, hij is zo onder de indruk van zijn handelwijze, dat hij onmiddellijk aan het werk gaat, om de hele puinhoop die hij de afgelopen jaren opgehoopt had, weer op te ruimen. Zeker hebben dat ook zijn vader en menige voorvaders gedaan. Maar zij ruimden de afgodsbeelden op die anderen opgesteld hadden. De omgeving van Manasse zal het hem daarbij niet gemakkelijk gemaakt hebben. Eerst had hij hen ertoe aangezet zoveel kwaads te doen, en nu wilde hij plotseling vroom zijn! We weten allen veel te goed, dat spot vaak sterker dan openlijke vijandschap werkt.
Maar Manasse liet zich daardoor niet uit het veld slaan. Hij zette zijn inspanningen voort, totdat alles weer uit de weg geruimd was, wat hij in vele jaren aan verkeerde dingen had opgebouwd.

… en dan het opnieuw opbouwen

Nadat de afgodsbeelden en haar dienst verwijderd was, moest nu de juiste godsdienst weer in het leven geroepen worden. Daartoe moesten het altaar weer opgebouwd en de Levieten tot een God welgevallige dienst aangesteld worden. Dat kon niet helemaal goed gaan, zonder zich intensief met de gedachten van God bezig te houden. maar net als toen geldt ook vandaag: God komt een ieder te hulp die in oprechtheid Zijn wil wil uitvoeren. Zo wordt ons bericht, dat hij op dit nieuwe altaar zowel vredes- als ook brandoffers voor God bracht.
Nu kwam zeker nog een verdere zware opgave. De mensen die hij voorheen op een verkeerde weg gebracht heeft, moest hij er nu van overtuigen met hem terug te keren, om God trouw te dienen. Als men voor zichzelf nog de kracht vindt om terug te keren, anderen kan men alleen door een werkelijke en zichtbare omkeer daarvoor winnen. Zoals het in ons bericht duidelijk wordt, bleven ook hier de gevolgen van vroegere verkeerde handelingen zichtbaar. De mensen offerden nog op de hoogten. Zeker, zij brachten deze offers aan de levende God van Israël, maar helaas niet op de door Hem gewenste wijze. Zijn zoon Amon liet zich niet door de bekering van zijn vader aansporen, het net zo te doen als hij. Hij verviel weer in al die verschrikkelijke gruweldaden, waarmee deze gebroken had.
Manasse regeerde langer dan alle andere koningen. Wanneer het tijdstip van zijn bekering was, wordt ons niet verteld. Maar hij heeft nog de gelegenheid om zijn verkeerde wegen te corrigeren. Wij mogen ons verwonderen over de lankmoedigheid en genade van God!

Wat kunnen we uit deze levensbeschrijving leren?

God wil ook ons ervan weerhouden in het verderf te rennen. Laten we die tijd benutten. God roept niet onophoudelijk tot omkeer.
Als God ons op verkeerde dingen opmerkzaam maakt, laten we dan schoonschip maken. Halve zaken bergen het gevaar in zich, dat de oude nood weer gaat roeren. Aansluitend moet men echter niet vergeten de nieuwe beschikbare tijd en energie voor de Heer te gebruiken. De duivel blijft niet werkeloos. Hij zal de vrije ruimte, als hij die krijgt, spoedig weer opvullen.

“En wanneer de onreine geest van de mens uitgevaren is, gaat hij door dorre plaatsen, op zoek naar rust, en vindt ze niet. Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik uitgevaren ben; en als hij komt, vindt hij het leeg, geveegd en versierd. Dan gaat hij heen en neemt zeven andere geesten mee, bozer dan hijzelf, en zij komen binnen en zij wonen daar; en het laatste van die man wordt erger dan het eerste. Zo zal het ook zijn met dit boos geslacht” (Mattheüs 12:43-45).

Belangrijk is ook dat wij de mensen om ons heen geloofwaardig betuigen, dat wij vanaf nu weer de oude koers varen – zoals vóór de afwijking. Onze Heer hecht belang daaraan. Bovendien is het ons een hulp tot bewaring. Wij willen toch niet ongeloofwaardig zijn, of wel?
En één ding is zeker, wanneer wij tot zo’n omkeer komen, is dit met vreugde en kracht verbonden. Het loon van onze Heer blijft niet uit.

Hoe goed zou het zijn, wanneer wij zulke ‘grofvuil-opruimingen’ in onze dagen zouden beleven. Hoeveel dingen blijven onopgeruimd en verhinderen ons het zicht op God en ook het zicht op onze broeder of onze zuster. Hoe langer men wacht, hoe groter wordt de afvalberg en hoe moeilijker wordt het, dit uit de weg te ruimen. “Heden, als gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet” (Hebreeën 4:7).

Rainer Möckel, © Folge mir nach

NOOT VERTALER:
[het Hebreeuwse woord voor duivelskunstenaars (ook wel zwarte kunstenaars genoemd) komt van ‘weten’ omdat deze mensen zich niet alleen erop lieten voorstaan veel te weten over dingen die gebeuren en die aan anderen onbekend waren, maar ook wat nog gebeuren zou en hiervoor duivelse kunsten gebruikten. Waarzeggers en duivelskunstenaars worden vaak in één adem genoemd. Daaraan kunnen we ook zien onder wiens invloed deze mensen staan, namelijk de satan. Ook in onze huidige tijd komen deze dingen voor en het is goed om ons hiermee niet in te laten, zoals het Woord van God ons ook nadrukkelijk gebiedt (Leviticus 19:31). Mochten we er onverhoopt toch mee in aanraking gekomen zijn, is het raadzaam te handelen naar wat Jakobus 4:8 zegt: “Onderwerpt u dan aan God. Weerstaat de duivel en hij zal van u vluchten. Nadert tot God en Hij zal tot u naderen”. En zeer zeker is het ook van groot belang is wat de Heilige Geest ons door de apostel Paulus voorhoudt: “Overigens, broeders, sterkt u in de Heer en in de kracht van Zijn sterkte. Doet de hele wapenrusting van God aan, opdat gij kunt standhouden tegen de listen van de duivel. Want onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke machten van de boosheid in de hemelse gewesten. Neemt daarom de hele wapenrusting op, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag …” (Efeze 5:1-13; en verder tot vers 18; zie vooral ook even naar vers 16).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM