2 jaar geleden

Goede Vrijdag – het kruis van Christus

Op een vrijdag – vrijdag van Paasfeest – stierf Jezus Christus, ongeveer 2000 jaar geleden. Hij stierf geen natuurlijke dood. Hij werd vermoord!

“De God van onze vaderen heeft Jezus opgewekt, die u hebt omgebracht door Hem te hangen aan een hout” (Hand. 5:30). Dat zei Petrus tegen de hogepriesters en Sadduceeën nadat de Heer Jezus in de hemel opgenomen en de Heilige Geest op de aarde gekomen was. De mensen waren daarvoor verantwoordelijk, dat Jezus Christus aan het kruis werd genageld. Ze hebben Hem daarheen gebracht. Zij zullen eens ervoor geoordeeld worden, dat de Heiland van de wereld sterven moest.

Alleen Christus had gezag om Zijn eigen leven te laten

Is Jezus werkelijk vermoord? “Daarom heeft de Vader Mij lief, omdat ik Mijn leven afleg, opdat Ik het weer neem. Niemand neemt het van Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af; Ik heb macht om het af te leggen en heb macht het weer te nemen. Dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen” (Joh. 10:17-18). Het is en blijft waar, dat mensen ervoor verantwoordelijk zijn, dat de Heer Jezus sterven moest. Maar het blijft evenzeer waar, dat alleen de Heer Jezus Zelf Zijn leven geven kon. Niemand had de macht om het Hem af te nemen. Pas op het moment toen Hij het juiste ogenblik voor Zijn offerdood aan zag komen, gaf Hij Zijn leven. Daarom lezen we herhaaldelijk, dat Zijn uur nog niet gekomen was.

Want Christus moest Zijn leven vrijwillig laten. Hij is de soevereine God, de Zoon van de Vader die Zijn leven als verzoening voor onze zonden zou geven. Hij ging naar het kruis. Vrijwillig. “Zij dan namen Jezus en terwijl Hijzelf zijn kruis droeg, ging Hij uit naar de plaats die Schedel[plaats] heet, die in het Hebreeuws Golgotha heet, waar zij Hem kruisigden …” (Joh. 19:17). Krachtens Zijn eigen almacht ging Jezus naar het kruis. Want het ging om een werk dat tussen Hem en God stond. Hier had geen mens de mogelijkheid om in te grijpen. Daarom lezen we ook van de drie uren van duisternis. Dit kon geen mens aanschouwen. Hier rekent God af met de Persoon, die als enige Mens geen enkele  zonde gedaan heeft (1 Petr. 2:22).

De Rechtvaardige droeg onze ongerechtigheden

Aan de ene kant was er de voorwaarde, dat Hij het verzoeningswerk zou volbrengen. Want alleen het offer van een Rechtvaardige kon God aanvaarden. Aan de andere kant brengt dit feit ons al daarom tot bewondering, omdat Hij – in tegenstelling tot wij, die in Jezus Christus geloven als onze persoonlijke Heiland – het oordeel van God verdragen moest. Daar nam Hij plaatsvervangend voor ons het gehele oordeel van God op zich. Elk van onze zonden droeg Hij. Hij heeft voor alles betaald. En net zoals bij het schuldoffer in het Oude Testament meer betaald moest worden, dan wat gedaan werd, heeft ook onze Verlosser meer betaald, en een bovenmate volmaakt werk volbracht.

Maar de drie uren van duisternis waren niet genoeg. Hij moest ook sterven! Maar ook in Zijn dood, is Hij uniek. Want Hij gaf Zichzelf. Hijzelf blies Zijn adem uit: “En Jezus riep met luider stem de woorden: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest! En toen Hij dit gezegd had, stierf Hij”1 (Luk. 23:46). De volmaakte Mens stierf. Wie kan zich voorstellen wat dat betekende. De enige Volmaakte – de zondeloze Mens blies Zijn adem uit. Hij moest het loon van de zonde, de dood, verdragen. Hij, die het leven is, Hij moest werkelijk sterven. Dat wat Henoch en Elia nooit beleven zullen, dat kwam over de Redder van de wereld.

De Opgestane herinnert ons aan Hem die gestorven is

Vandaag kennen wij Hem als de Opgestane! Maar we zullen tot in alle eeuwigheid ons Zijn dood herinneren. In tegenstelling tot de gelovigen, bij wie egeen wonden zullen zijn, die aan ons leven op deze aarde zouden kunnen herinneren, behoudt Hij – dat is een wonder – deze wonden in alle eeuwigheid aan Zijn lichaam. We zullen altijd de doorboorde zijde zien. Altijd zullen we de afdrukken van de nagels in Zijn handen en voeten zien. Ze zullen ons in alle eeuwigheid aan de liefde herinneren, die zo onzelfzuchtig was, dat ze speciaal voor mij gestorven is.

“De Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven” (Gal. 2:20).

24.03.2005

NOOT VERTALER:
1. Of: “En Jezus riep met luide stem en zei:  Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest” (HSV).

Manuel Seibel, © Bibelpraxis

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol