11 jaar geleden

Godsvrucht

Wie wil in zijn leven niet graag alles “goed” doen? Wie wil niet steeds de bewaring van God ervaren? En wie wil niet dat God zijn leven als Christen zegent?

Deze wensen zijn goed – maar God verwacht daartoe, dat wij aan een voorwaarde voldoen: dat wij Hem “vrezen”!

Godsvrucht in de bijbel

De Godvruchtige heeft vele beloften:

  • Wijsheid: “De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid” (Spreuken 9:10; vergelijk ook 1:7; 15:33; Job 28:28; Psalm 111:10).
  • Leiding: Wie is de man die de HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in de weg, die hij zal hebben te verkiezen” (Psalm 25:12).
  • Bewaring en redding: “De Engel des HEEREN legert Zich rondom degenen, die Hem vrezen, en rukt hen uit” (Psalm 34:8).
  • Verzorging: “Vreest de HEERE, gij Zijn heiligen! want die Hem vrezen, hebben geen gebrek” (Psalm 34:10).
  • Geborgenheid: In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen, en Hij zal Zijn kinderen [dat betekent, zij die God vrezen] een Toevlucht wezen” (Spreuken 14:26).
  • Gods gunst: “Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen” (Psalm 103:11).
  • Erbarmen: “Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen” (Psalm 103:13).
  • Vreugde: “Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden …” (Psalm 119:74).

We merken: Het loont zich godvruchtig te zijn! Maar voor alles wordt God verheerlijkt, wanneer wij Hem vrezen – en dat is absoluut het belangrijkste.

Maar wat is dat: “Godsvrucht”?

Sommige gelovigen menen dat wij voortdurend angst moeten hebben voor een toornende God, die ons misschien toch eens straffen zal. Maar dat wordt met Godsvrucht niet bedoeld. Paulus onderwijst ons: “Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar u hebt ontvangen een geest van zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader!” (Romeinen 8:15). En Johannes zegt: “Hierin is de liefde bij ons volmaakt1 (opdat wij vrijmoedigheid hebben in de dag van het oordeel), … In de liefde is geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit, want de vrees heeft pijn [of: houdt straf in], en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde (1 Johannes 4:17 en volgende). Hoe vaak heeft ook de Heer Jezus tot Zijn discipelen of tot afzonderlijke mensen gezegd: “vreest niet [of: weest niet bang]” (zie bijvoorbeeld Mattheüs 14:27; 17:7; Lukas 5:10)! Neen, wij hoeven geen oordeel meer te vrezen!2

God vrezen betekent Hem als autoriteit over zich erkennen en Hem door zijn gedrag eren. Men vreest iets te doen wat Hem mishaagt.

God heeft een aanspraak op Godsvrucht

God heeft in dubbel opzicht aanspraak erop, dat wij Hem vrezen: Ten eerste is Hij God en daarmee ook de hoogste autoriteit, waaraan ieder zich moet onderwerpen. Ten tweede – en dat is voor ons Christenen de verhevenste beweegreden – heeft Hij ook als onze Vader autoriteit over ons: “En als u als Vader Hem aanroept die zonder aanzien des persoons oordeelt naar het werk van ieder, wandelt dan in vrees de tijd van uw bijwoning , …” (1 Petrus 1:17). Het is geen slaafse vrees, maar wij doen het graag uit liefde tot Hem, omdat wij “met het kostbare bloed van Christus”, Zijn geliefde Zoon, verlost zijn geworden.

Hoe kan en moet de Godsvrucht in ons leven te zien zijn? – Wij laten het Woord van God spreken: “Komt, gij kinderen! hoort naar mij! ik zal u de vreze des HEEREN leren” (Psalm 34:12).

Ons spreken

Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken” (Psalm 34:14). Overleggen wij altijd voor wij onze mond openen, of dat, wat wij zeggen willen, waar is? En wanneer het waar is – is het misschien iemand tot schade? En wanneer het niet tot schade is – is het dan nuttig? hoe gemakkelijk veronteren wij onze God door lichtvaardig spreken. “Laat geen vuil woord uit uw mond komen, maar veeleer één dat goed is tot opbouwing” (Efeze 4:29).

Onze daden

Psalm 34 gaat verder: “Wijk af van het kwaad, en doe het goede; …” (15a). Dat gaat heel ver. Elke boze daad is een belediging van God en getuigt daarom niet van Godsvrucht! Wanneer ik mij altijd bewust zou zijn, dat God al mijn doen ziet en beoordeelt, zou mij dat voor boze daden bewaren. “De vreze des HEERE is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en de hoogmoed, en de kwade weg; Ik haat ook de mond der verkeerdheden” (Spreuken 8:13).

De bijbel stelt Godsvrucht vaak onmiddellijk in verband met “gerechtigheid doen”. Diegene is God aangenaam die “Hem vreest en gerechtigheid werkt” (Handelingen 10:35). Simeon was rechtvaardig en Godvrezend, daarom kon de Heilige Geest ook op hem komen (Lukas 2:25). Ook de hoofdman Cornelius kreeg het predikaat, een “rechtvaardig en Godvrezend man” geweest te zijn (Handelingen 10:22). En Job was “oprecht en vroom, Godvrezende en wijkende van het kwaad” (Job 1:8). En wij?

Ons leven

Nauw met de vorige gedachten verbonden is de opdracht, een rein en heilig leven te leiden. “Laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van [het] vlees en van [de] geest, en [de] heiligheid volbrengen in [de] vrees van God” (2 Korinthe 7:1). Dat houdt dus in, ons van iedere vorm van onreinheid – die ons immers helaas in de wereld in rijke mate aangeboden wordt – te onthouden, en wel zowel lichamelijk als ook in gedachten. Juist het laatste valt ons vaak zwaar. Maar de gedachte aan de heiligheid van God en aan Zijn afschuw van de zonde kan ons daarbij helpen. Nemen wij de jonge Jozef als voorbeeld, die zo’n Godsvrucht bezat, dat het hem duidelijk was: Wanneer ik aan deze verleidelijke vrouw toegeef, zondig ik tegen God (Genesis 39:9).

Onze aspiraties

Verder zegt Psalm 34: “… zoek de vrede, en jaag die na” (vers 15b). Behoor ik tot diegenen, die “tweedracht zaaien” (vergelijk Spreuken 16:28) of ben ik een “vredestichter”? Zulken zijn gelukkig en zullen zonen van God genoemd worden (Mattheüs 5:9). God is namelijk een God van vrede (Hebreeën 13:20), en wanneer wij deze eigenschap van Hem in de wereld en onder de geloofsgenoten openbaren, eren wij Hem – en tonen daarmee, dat wij Hem vrezen.

Onze betrekkingen

Ieder van ons staat in een bepaalde betrekking tot anderen: De echtgenoot tot zijn echtgenote, de kinderen tot hun ouders, de werknemer tot zijn chef. Ook hier kunnen wij tonen, of voor ons de verordeningen van God belangrijk zijn, dus of wij Hem vrezen. Een voorbeeld: “Slaven weest uw heren naar [vlees] in alles gehoorzaam niet met ogendienst, als mensenbehagers, maar in eenvoud van hart3, in vrees voor de Heer. Wat u ook doet, doet het van harte, als voor de Heer en niet voor mensen, … u dient4 de Heer Christus” (Kolosse 3:22 en volgende). En heel algemeen wordt tegen een ieder van ons gezegd: “… weest elkaar onderdanig in [de] vrees van Christus” (Efeze 5:21).

Ons getuigenis

Wanneer wij een Godvruchtig gedrag aan de dag leggen, komen onze medemensen tot nadenken. Dat werkt beter dan duizend woorden! Velen zijn daardoor al tot geloof in de Heer Jezus gekomen. Petrus schrijft daarover: “Evenzo, vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, opdat, ook als sommigen ongehoorzaam zijn aan het woord, zij door de wandel van hun vrouwen zonder woord gewonnen worden, wanneer zij uw kuise wandel in vrees hebben opgemerkt. Laat uw versiering niet de uiterlijke zijn: [het] vlechten van [het] haar en [het] omhangen van gouden [dingen] of [het] aantrekken van kleren, maar de verborgen mens van het hart, in de onvergankelijke [versiering] van de zachtmoedige van de zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God” (1 Petrus 3:1 en volgende). – Dat brengt ons direct tot het volgende aspect:

Ons uiterlijk

Misschien is iemand verbaasd, dat Godsvrucht zich niet alleen in onze gedachten en handelen openbaart, maar ook in onze uiterlijke opmaak. Paulus schrijft: “… dat vrouwen zich tooien in waardige kleding met bescheidenheid en ingetogenheid, niet met haarvlechten en goud of parels of kostbare kleding; maar – zoals het vrouwen past die belijden Godvrezend te zijn – door goede werken (1 Timotheüs 2:9 en volgende). – Lopen wij mannen misschien ook het gevaar, door onze “outfit” ontbrekend Godsvrucht te verraden?

Onze dienst

Ook bij onze dienst voor de Heer Jezus moet ons steeds voor ogen staan, dat Hij onze Heer is en wij Hem verantwoording schuldig zijn. Daarom kan een dienaaar alleen dan de Heer welgevallig zijn, wanneer hij Godvruchtig is: “laten wij …, [de] genade vasthouden, en laten wij daardoor God dienen op een [Hem] welbehaaglijke [wijze] met eerbied en ontzag” (Hebreeën 12:28).

Onze aanbidding

Godsvrucht uit zich ook daarin, dat wij God loven en aanbidden. Dat lezen we in Psalm 22:24: “Gij, die de HEERE vreest! prijst Hem!” Zijn wij ons altijd de grootheid van God bewust, wanneer wij Hem met lof en aanbidding naderen? Ook daarbij betaamt ons Godsvrucht: “Maar ik zal door de grootheid van Uw goedertierenheid in Uw huis ingaan” (Psalm 5:8).

De Heer Jezus ons voorbeeld

Toen de Heer Jezus als mens op deze aarde leefde, heeft Hij in alles God geëerd. Bij Hem bleek waar het aan het begin geciteerde vers: “De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid”. Jesaja zegt profetisch over Hem: “En op Hem zal de Geest van de HEERE rusten, de Geest van de wijsheid en van het verstand, de Geest van de raad en van de sterkte, de Geest van de kennis en van de vrees van de HEERE” (Jesaja 11:2 en volgende). Wanneer wij Zijn leven in alle details overdenken, dan leren wij wat werkelijk Godsvrucht is.

Egbert Brockhaus, © Folge mir nach

NOTEN:
1. Of ‘volmaakt geworden’ (perfectum: het voortduren van een ontstane toestand).
2, Ook voor de rechterstoel van Christus (2 Korinthe 5:10) worden wij niet veroordeeld, maar “openbaar”. Daarop verheugen wij ons, omdat wij dan pas de genade van onze Heer in haar ganse volheid onderkennen zullen – hoewel ook met de rechterstoel een plechtige ernst voor elke gelovige verbonden is.
3. letterlijk ‘uit [de] ziel’.
4. Dit is ‘als slaaf dienen’; ‘dient’ kan ook de gebiedende wijs zijn.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM