1 jaar geleden

God vertrouwen in moeilijke tijden (10)

Psalm 127:

1. Een pelgrimslied, van Salomo.
Als de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan; als de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.
2. Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat, laat opblijft, brood eet waarvoor u moet zwoegen: de HEERE geeft het Zijn beminden in de slaap.
3. Zie, kinderen zijn het eigendom van de HEERE, de vrucht van de schoot is Zijn beloning.
4. Zoals pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen, ontvangen in de jeugd.
5. Welzalig de man die zijn pijlkoker daarmee gevuld heeft; zij worden niet beschaamd, als zij met de vijanden spreken in de poort.

Hoe ontstaat zegen?

Psalm 127 toont ons dat alle zegen in het persoonlijke en gemeenschappelijke leven van de gelovigen alleen genade is. Deze psalm beschouwt alles van de kant van God. Daar is alles honderd procent genade.

We vragen ons misschien af: Is zegen ook niet van ons gedrag afhankelijk? Psalm 128, die de kant van de mens voorstelt, geeft ons het antwoord: Het komt zeer zeker op ons gedrag aan, opdat er in het persoonlijke leven en in een plaatselijke gemeente bloei zal zijn.

Met het oog op het werk van de Heer stelt de apostel Paulus ook beide aspecten voor. Hij schrijft in 1 Korinthe 15 vers 10:

  • “Maar door de genade van God ben ik wat ik ben”. Dat is Gods kant.
  • “en Zijn genade is aan mij niet vergeefs geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen”. Dat is de kant van de mens.
  • “maar niet ik, maar de genade van God met mij”. Daar keert hij weer naar de kant van God terug.

Wij kunnen deze beide aspecten niet samenbrengen. Daarom willen we ons eerst met de genade van God – in het bijzonder met het oog op de gemeenschappelijke weg van de verlosten – bezighouden. Het is Zijn goedheid dat wij ons week na week en jaar voor jaar tot de naam van de Heer Jezus vergaderen mogen!

Psalm 127 stelt ons vanuit het oogpunt van het werken van de Heer verschillende aspecten van de zegen van God in een plaatselijke gemeente voor:

  • De Heer bouwt de gemeente;
  • De Heer beschermt de gemeente;
  • De Heer bewerkt vrucht in de gemeente.

De Heer bouwt

“Als de HEERE het huis niet bouwt”. Dat spreekt van geestelijke opbouw en geestelijke groei. Daarvoor gebruikt Hij het Woord van God. In Zijn genade geeft de Heer ons inzicht in Zijn gedachten. Zijn wij Hem dankbaar dat Hij ons in het samenkomen rondom het Woord steeds weer een woord schenkt, zodat wij geestelijk groeien kunnen?

De Heer beschermt

“als de HEERE de stad niet bewaart”. De vijand van God probeert een plaatselijke gemeente te schaden en haar van buiten en van binnen te verwoesten.

Wat de kant van God betreft, weten wij: De Heer beschermt ons. Hij zorgt ervoor, dat de vijanden niet binnen kunnen dringen en er vrede onder de broeders en zusters zijn zal. Wanneer we dit voorrecht in een plaatselijke gemeente genieten, is het alleen Zijn genade.

De Heer geeft zegen

Dit vers is de kernboodschap van deze psalm: “Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat, laat opblijft, brood eet waarvoor u moet zwoegen: de HEERE geeft het Zijn beminden in de slaap”. Wanneer men iets in de slaap ontvangt, heeft men het niet bewerkt maar geschonken verkregen.

Er staat hier niet: “Zijn beminden”, maar: “Zijn beminde” [1]. Wie is dat? Het is Salomo die deze psalm geschreven heeft. 2 Samuël 12 vers 24 bericht ons: “Daarna troostte David zijn vrouw Bathseba. Hij ging naar haar toe en sliep met haar. Zij  baarde een zoon, die hij de naam Salomo gaf. De HEERE had hem lief”. Salomo is een duidelijk beeld van de Heer Jezus. In tegenstelling tot David, die in zijn verdrukking, strijd en lijden een voorafschaduwing is van Hem, stelt Salomo Hem in verbinding met zegen en heerlijkheid voor. Zo kan God in de toekomst het volk Israël alleen zegenen, wanneer het zich met de Jezus Christus, de Messias, één maakt.

De toepassing van dit vers op de plaatselijke gemeente is daarmee duidelijk: God geeft ons alleen zegen in en met Christus. Dat bevestigt de apostel Paulus in 1 Korinthe 1 vers 5: “… dat u in alles rijk geworden bent in Hem“. Alles wat van Christus losgemaakt is, is geen zegen, alleen maar schade.

De Heer bewerkt vrucht

Zonen spreken hier van vrucht. Ook dat is alleen genade. Altijd wanneer God – misschien door onze kleine en zwakke dienst – een vrucht voortbrengt, dan probeert de vijand ons in te fluisteren: Dat heb je goed gedaan. Hoe gevaarlijk is dat! Daarom willen we vasthouden: Alles wat God door ons bewerken kon, is alleen genade.

Zonen wijzen ook op het voortbestaan van een plaatselijke gemeente. Wanneer geen jonge broeders en zusters het samenkomen tot de naam van de Heer Jezus verwerkelijken, houdt het eens op. Maar ook dit geestelijk nageslacht is een geschenk van de Heer. Hij bewerkt dat jonge gelovigen de gedachten van God over de gemeenschappelijk weg verstaan en beslist realiseren willen.

NOOT VERTALER:
1. De uit de grondtekst vertaalde Duitse Elberfelder Vertaling heeft ‘geliefde’. Ook andere vertalingen hebben dit.

 

Max Billeter, © Beröa Verlag

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol