10 jaar geleden

Gewapende christenen (4)

Om de vijand te kunnen weerstaan, moeten we als Christenen tot aan de tanden bewapend zijn. De bijbel geeft ons aan hoe we dit kunnen doen maar ook waarom. Deze keer gaat het om onze voeten (wandel) en om het Schild. Hoe moeten we ‘geschoeid’ zijn om in de strijd in de hemelse gewesten stand te kunnen houden tegen de vijand? Ook zoekt de vijand hier alleen maar onze schade, niet ons bestwil. Dat is zijn handelsmerk. Daarvoor hebben we gelukkig een Schild, die ons beschermt …

We gaan weer verder met Efeze 6. Het volgende deel van de wapenuitrusting gaat over een ander deel van ons lichaam onze voeten. Maar ook nu gaat het niet om onze ‘letterlijke’ voeten maar om de ‘geestelijke’ toepassing ervan. De apostel maakt vaker gebruik van ons lichaam om ons geestelijke waarheden duidelijk te maken (zie bijvoorbeeld 1 korinthe 12).

3. De voeten geschoeid

“… en de voeten geschoeid met [de] toerusting1 van het evangelie van de vrede” (vers 15). Om goed te kunnen lopen en wandelen zijn er vandaag de dag schoenen te kust en te keur. Met name de wandelsport heeft heel goed ingespeeld op de behoefte aan passend en geschikt schoeisel om zonder al te veel problemen niet alleen vooruit te kunnen komen, maar juist om te kunnen blijven lopen. Een bergwandelaar zie je dan doorgaans ook niet met sandalen wandelen. Er wordt juist door hem veel aandacht besteed aan goed schoeisel. Hij kijkt of het niet knelt maar goed past, zodat er geen blaren veroorzaakt kunnen worden, maar ook of zijn wandelschoenen goed tegen water bestand zijn. Goede veters zijn ook belangrijk in dit verband omdat deze ervoor zorgen dat deze schoenen aan onze voeten blijven zitten en niet los geraken. Er wordt nogal veel gevraagd van zijn voeten en daarom moeten deze goed ‘geschoeid’ zijn. Persoonlijk heb ik daar ook enige ervaring mee opgedaan. Als je al na twee kilometer voelt dat er blaren opkomen en je toch nog vele kilometers voor de boeg hebt, wordt het heel moeilijk, zo niet onmogelijk om het einddoel te bereiken. Als je het al bereikt, moet je niet vragen ‘hoe’. Bovendien wordt je erg gehinderd tijdens je wandeling en kun je je niet zo goed oriënteren op de route die je volgen moet. Ook onze ‘geestelijke’ voeten moeten goed geschoeid zijn. En daar geeft ons het Woord van God duidelijke aanwijzingen voor. We vinden hier dat onze voeten geschoeid moeten zijn “met [de] toerusting van het evangelie van de vrede”. Wat betekent dat? Het woord toerusting kan ook vertaald worden met “bereidheid”. We moeten dus bereid zijn om het evangelie van de vrede uit te dragen. Deze schoenen, dit schoeisel moeten we zelf aandoen. Dat komt ons niet zomaar aanwaaien. We moeten ons daar zelf ook mee bezig houden. Wij hebben daar verantwoording voor. Het hoort bij onze wapenuitrusting. Een soldaat moet ook goede schoenen hebben. Dat kunnen we begrijpen. Dus ook wij moeten zorgen dat we goed geschoeid zijn, en wel met de ‘bereidvaardigheid van het evangelie van de vrede’. Het moet ons dus niet teveel zijn om daarnaar te leven en het evangelie uit te dragen. Het gaat immers om het evangelie van de “vrede”. Hebben wij ook niet vrede ontvangen door het bloed van het kruis? Wij hebben immers vrede met God door onze Heer Jezus Christus (zie Kolosse 1:20; Romeinen 5:1). Mocht jij/u, die dit leest, dit nog niet hebben, ga dan met jouw/uw zonden naar de Heer Jezus. Erken en belijd dat je een zondaar/zondares bent. Dan zul je ook vergeving ontvangen, ja vrede met God. Geloof vervolgens in de Heer Jezus Christus, neem Hem aan als je Heer en Heiland en ervaar in de praktijk van je leven de vrede van God. De Heer Jezus heeft gezegd: “Vrede laat ik u, Mijn vrede geef Ik u” (Johannes 14:27). Hier vind je beide soorten van vrede; de vrede met God die Hij ons ‘nagelaten’ (als een erfenis) heeft door Zijn volbrachte werk aan het kruis van Golgotha, toen Hij al onze zonden in Zijn lichaam droeg. Vervolgens krijg je ook Zijn vrede, dat kun je de vrede van God noemen (zie Filippi 4:7). Dat is de vrede die je ontvangt in dit leven, tijdens je wandel hier op aarde. Een wandeling richting het Vaderhuis met de vele woningen (Johannes 14:1-4). Een wandeling die gepaard gaat met strijd en verdriet, maar ook met aanvallen van de satan die ons het genot van de hemel wil ontroven. Als we nu onze voeten met ‘vrede’ geschoeid hebben, zal ons dat ook helpen in de boze dag, waarin wij nu leven, stand te houden en vast te staan. De mensen van deze wereld die de Heer Jezus niet kennen, kennen dit niet (Romeinen 3:17; vergelijk ook Jesaja 59:8). Wat een genade dat wij de God van de vrede mogen kennen!!! (Romeinen 16:20; 2 Thessalonika 3:16). We zien dat de bijbel ons veel meedeelt over de vrede van God. Wij nu mogen dat in onze wandel meedragen en onze wandel mag daarop gebaseerd zijn. Dan zullen we ook vrede kunnen verspreiden, dan zijn we geschoeid met het evangelie van de vrede. We laten zo dan zien dat het evangelie van de vrede ons leven beheerst en beïnvloed en dat is tot eer van God.

4. Het schild van het geloof

“Terwijl u bovenal het schild van [het] geloof hebt opgenomen …” (vers 15). Slechts eenmaal komt dit woord ‘schild’ voor in het Nieuwe Testament. Dat maakt het echter niet minder belangrijk. Wat moet ik nu met een schild? Een schild dient om mij als soldaat te beschermen tegen de aanvallen van de vijand. Daarom volgt er ook op: “waarmee u al de brandende pijlen van de boze zult kunnen uitblussen”. Deze vijandelijkheden komen dus van buitenaf. De christen ondervindt vandaag de dag ook veel vijandschap. Vele pijlen vliegen om ons heen. Bij een wapenuitrusting hoort ook een schild. Het is een uitermate belangrijk verdedigingsmiddel. Er staat niet voor niets ‘bovenal’. En we moeten ook dit ‘opnemen’. We kunnen misschien prachtige schilden aan de muur hebben hangen op op zolder hebben liggen, maar dat zal ons niet beschermen. We moeten deze ook opnemen. Het wordt het schild van “het geloof” genoemd. Dit is het vertrouwen in God, dat we als het ware omhoog heffen en waarachter wij schuilen tegen de aanvallen van satan. Het geloof geeft dus ook bescherming. Wat ontbreekt dat dikwijls in ons leven! In het Oude Testament komt het woord ‘schild’ vaker voor. David bijvoorbeeld kende God als zijn Schild (Psalm 18:3). In dit schild ging hij ook de reus Goliath tegemoet. In het 6e couplet van ons Nederlands volkslied staat:

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer’
op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer.

Blijkbaar had de dichter van dit lied ook weet van de Heer als zijn schild. O, dat wij dit ook in ons hart meedragen, dit schild van geloof. We moeten er ook weer op wijzen dat we natuurlijk niet moeten gaan rondlopen met een ‘letterlijk’ schild waarop allerlei bijbelteksten staan. Dat is hier niet de bedoeling van deze tekst. Het is wederom een geestelijke toepassing van een letterlijk voorbeeld. Het schild van het geloof spreekt van “geloof”. En dat schild is de Heer voor ons. In Psalm 84 vinden we dit ook, zoals we dit al bij David zagen: “Want God de HEERE is een Zon en Schild … welgelukzalig is de mens die op U vertrouwt” (vers 12-13). Als we dat opnemen, laten we zien dat we op Hem vertrouwen dat Hij ons zal beschermen. Daar rekenen we dan op. En dat is niet onterecht want de Heer houdt de vurige pijlen van satan op een afstand. Ze komen wel op ons af maar kunnen ons niet schaden. Het noopt ons juist zelfs meer om onze toevlucht te nemen tot Hem om bescherming. Alleen de Heer kan deze vurige pijlen van de boze blussen maar Hij gebruikt er ons vertrouwen op Hem voor. Hij wil graag dat we op Hem vertrouwen en achter Hem schuilen voor de gevaren. Dan zal Hij ons zeker helpen en beschermen. Wat een Heer hebben we toch!!! Zullen we dan niet instemmen met dit lied:

Ik heb U lief, o God, zo vol genade,
zo goed, zo trouw, zo mild.
Ik heb U lief, U, die het eerst mij minde;
mijn Rotssteen en mijn Schild.

En ook met dit lied:

Wil de vijand pijlen op ons richten,
maakt ons heil de satan ook verwoed,
vliegen om ons heen zijn felste schichten,
U, Heer Jezus, maakte alles goed.
Ja, wij kennen, Jezus, Uw genade,
die ons hart in vrede rusten doet;
zoekt de vijand hier ook onze schade, —
U, Heer Jezus, maakte alles goed.

Achter dit Schild kunnen we zelfs “alle” brandende pijlen doven van de boze. Het is immers van hemelse makelij. Daar mankeert niets aan en is zeker niet aan roest onderhevig. Het is volkomen betrouwbaar en beschermt ons geheel en al. Hoeveel pijlen van de boze zijn al door dit Schild uitgeblust!!! Laten we het daarom opnemen.

Wordt D.V. vervolgd

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM