5 maanden geleden

Gedachten over het dienen van God (03)

Bijbelgedeelte: Numeri 8-10

In hoofdstuk 8 wordt de kandelaar aangestoken. De zeven met olie gevulde lampen, die eerst de kandelaar zelf verlichten, spreken van de Heilige Geest, Wiens meest nobele taak het is om Goddelijk licht te werpen op de Persoon van Christus, om Hem te verheerlijken (Joh. 16:14). Een door de Geest geleide dienst kan herkend worden aan het feit dat Christus wordt grootgemaakt. Het persoonlijke genot van de gemeenschap van de dienaar met Christus onder leiding van de Geest zal voelbaar zijn in zijn bediening, maar ook in zijn praktisch gedrag. Hij zal de noodzaak voelen om “zichzelf te reinigen zoals Hij rein is” (zie 1 Joh. 3:3). De reiniging van de Levieten (Num 8:5-22) spreekt hier op voorbeeldige wijze over. Vooral het scheren van het hele lichaam is een verwijzing naar het “doden van de leden,” wat niets anders is dan een consequent zelfoordeel (Kol. 3:5-9). De gewassen kleren spreken van de reine levenwandel van de dienaar – een niet te onderschatten voorwaarde voor het aanvaarden van de dienst.

De Leviet had met 50 jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De dienaar van de Heer van vandaag stopt niet met dienen op een bepaald moment. Maar de aard van de taken zal veranderen naargelang de leeftijd. Dit is goed voor elke oudere dienaar die een nuchtere kijk heeft op zijn eigen dienst.

Het Pascha in hoofdstuk 9 is het enige Pascha waarover we horen tijdens de woestijnreis van het volk Israël. De herinnering aan wat er op Golgotha voor onze verlossing gebeurde, zou een permanente plaats in het leven van de dienaar moeten hebben. Hoe gemakkelijk kan de last van de dienst of de volheid van de taken tussen de dienaar en zijn Meester komen te staan. En hoe gemakkelijk kan het dan gebeuren, dat we onze persoonlijke aanbidding van de Heer achterwege laten vanwege alle dienstbaarheid.

Verder vinden we in dit hoofdstuk de wolk waarin de Heer bij Zijn volk woonde. Elk vertrek, elke reisroute en elke stop werd bepaald door de wolk. Er was geen ruimte voor eigen tijd en reisplannen. Hoe mooi is het als een dienaar zich zo laat leiden en niet zijn eigen weg gaat. Zeven keer lezen we in deze passage “op het bevel van de HEERE.” Dat is volledige afhankelijkheid, maar het is ook troost en zekerheid. Zelfs als we vandaag niet weten waar de reis van morgen ons zal brengen – als we naar Hem kijken, zullen we het morgen weten.

En laten we niet vergeten: kijken naar de wolk betekent niet alleen leiding ontvangen, maar het betekent ook kijken naar de heerlijkheid van de Heer (verg. Ex. 40:34). En dit kijken blijft nooit zonder effect op ons (verg. 2 Kor. 3:18).

Ten slotte vinden we in hoofdstuk 10 de instructies over de twee zilveren trompetten. Ze zijn een beeld van de leiding door de geopenbaarde gedachten van God in Zijn Woord. Dit woord moet de grondslag en de inhoud van alle dienst zijn. De trouwe dienaar luistert zelf naar het geklank van dit Woord. En als zijn bediening een “bediening van het Woord” is (Hand. 6:4), dan moet hij het duidelijk en ondubbelzinnig en vrij van eigen gedachten verkondigen – voor het getuigenis aan de wereld en voor de opbouw van het lichaam van de gemeente.

Dit is het einde van de voorbereidende aanwijzingen van Mozes voor de reis door de woestijn. We hebben de 10 hoofdstukken slechts vluchtig bekeken vanuit het specifieke perspectief van dienstbaarheid. Maar misschien wordt één van de dienstknechten van de Heer (en dat zijn we allemaal) hierdoor geïnspireerd om dieper in te gaan op de individuele kenmerken en voorwaarden voor een dienst die God welgevallig is.

 

Marco Leßmann; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 12.02.2018.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW