3 weken geleden

Gebarsten waterreservoirs …

“Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten, om zich bakken uit te hakken, lekkende bakken, die geen water houden” (Jer. 2:13).

 

Wat is het verschil tussen een stortbak en een levende bron? Stortbakken zijn waterbekkens waarin regen wordt opgeslagen om in droge perioden aangevoerd te worden. In het verleden waren dit in rotsen uitgehouwen holtes, maar tegenwoordig zijn er andere mogelijkheden. In ieder geval is het belangrijk, dat stortbakken worden afgedicht. Want als ze barsten, loopt het water weg en komen de mensen die ervan afhankelijk zijn in grote moeilijkheden. Bij een levende bron is dat anders. Hier borrelt het frisse water voortdurend op en geeft water aan de dorstigen.

Het is nauwelijks voorstelbaar dat een woestijnbewoner die bij een levende bron woont, deze zou verlaten en waterreservoirs zou uithouwen die geen water kunnen bevatten. Want ten laatste tijdens de volgende droge periode, zou hij voor een enorm probleem komen te staan.

Helaas is een dergelijke gevaarlijke onverstand in figuurlijke zin helemaal niet zeldzaam: De mensen keren zich af van God – die zichzelf vergelijkt met een bron – en wenden zich tot dingen die de dorst van de ziel niet kunnen lessen. Daartoe behoren ook drugs. Hun effecten verschillend, maar ze zijn altijd schadelijk. Sommige veroorzaken een gelukzalige roes, dompelen moeilijkheden in rozige kleuren, verminderen remmingen en wekken gevoelens van triomf op, maar storten de gebruiker na een korte roes in een diep gat. En de gevolgen op lange termijn zijn vaak verwoestend: onherstelbare schade aan de gezondheid, veranderingen in de persoonlijkheid, financiële ondergang en, uiteindelijk, de dood door drugs. God wil dit allemaal niet! Hij wil ons gelukkig maken; onze ziel moet worden als een geïrrigeerde tuin. We hoeven maar één ding te doen: tot Hem komen.

* * *

U bent de bron van licht en leven,
bron van genâ voor wie gelooft.
U wilt geluk en vrede geven,
al wat Uw Woord ons heeft belooft.

U bent de bron van liefd’ en zegen,
die in het heiligdom ontspringt.
Zalig is hij die op zijn wegen,
ja, eeuwig van Uw volheid drinkt.

Zalig is hij, die bij die stromen
staat als een boom door U geplant,
om daar tot groei en bloei te komen,
bij deze bron die nooit verzandt.

Zo brengt hij vruchten voort van waarde,
groeit in het licht van d’ eeuwige zon.
Zalig is hij die reeds op aarde
drinkt uit die helder liefdebron.

Lied 210 – Geestelijke liederen
20e gewijzigde en uitgebreide druk GL-216

 

Gerrid Setzer; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 07.09.2007.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW