15 jaar geleden

Gaven van de Geest of dweperij? (6)

Ondanks de nodige waarschuwingen voor de gevaren van dweperij en andere negatieve invloeden in de charismatische beweging onderkennen we bij velen ware, maar afgedwaalde Christenen de oprechte wens in hun leven ruimte te geven aan de werkzaamheid van de Heilige Geest. Dat ze daarbij van het zekere fundament van het Woord van God zijn afgeweken, hebben we gezien.

Maar aan de andere kant bestaat het ernstige gevaar, dat degenen, die in zulke verwarringen aan de “de waarheid” vast willen houden, zelf in de val van het starre dogmatisme vervallen, dat betekent, meningen en leringen aanhangen, waarvoor ze geen grond vinden in de Heilige Schrift of menen dat een dergelijke grond voor hen niet nodig is.

Alleen als we vasthouden aan het levende Woord van God en daaruit ons inzicht en onze kracht putten, kunnen we de gevaarlijke dweperij aan de ene kant en het starre dogmatisme aan de andere kant ontvluchten.Daarom kunnen we deze overdenking niet besluiten zonder erop te wijzen, wat de Heilige Schrift over de persoon en de werkzaamheid van de Heilige Geest in de gelovigen, zegt. Een belangrijk kenmerk hebben we al in verband met de doop met de Heilige Geest voor onze aandacht gehad. Hoe dor en krachteloos is ons geestelijk leven vaak! We willen daarom ter afsluiting zien, welk eenbron de kracht van de Heilige Geest is.

De leiding door de Heilige Geest

Er zijn vele teksten in het Nieuwe Testament, die ons praktische voorbeelden tonen van de leiding door de Heilige Geest, maar naar mijn weten zijn er maar drie teksten die ons nadrukkelijk leren over de leiding door de Geest.

  1. a) Johannes 16:13: “Maar wanneer hij gekomen is, de Geest van de waarheid, zal hij u in de hele waarheid leiden”. Zo zei de Heer Jezus het tegen Zijn discipelen kort voor Zijn afscheid. Tot dan toe was Hij het geweest, die hen in de gedachten van God had onderwezen. Maar ze hadden er nog maar weinig van begrepen. Nu moest er een andere zaakwaarnemer of voorspraak komen, om hen in de hele waarheid van God te leiden. Hoe dit gebeurde, zien we in 1 Korinthe 2. Gods raadsbesluiten zijn voor de mensen die ver van Hem af zijn, verborgen. Het eerst heeft God deze verborgenheden door de Heilige Geest aan Zijn dienaren geopenbaard, en ze vervolgens geinspireerd alles op te schrijven. Maar daar het Gods gedachten zijn, kan alleen hij ze begrijpen, die de Geest van God heeft ontvangen. Alleen zo is hij in staat, de rijkdom van de Goddelijke zegeningen te kennen en te genieten.
  2. Galaten 5:18: “Maar als gij door de Geest geleid wordt, dan zijt gij niet onder [de] wet”. Het leven van een Israeliet werd stap voor stap geregeld door geboden. Voortdurend was hij in het gevaar, een daarvan te overtreden. Geheel anders de Christen. Hij heeft Goddelijk, eeuwig leven en een Leidsman in de Heilige Geest, die hem Gods Woord ontsluit en in alle levensomstandigheden wijsheid en leiding wil geven. De ware Christelijke vrijheid bestaat daaruit, vrij van het juk van de zonde en van de wet de wil van God te doen onder leiding van de Heilige Geest. Zo was het bij de Heer Jezus, en zo zei Hij het tegen de Joden: “Als dan de Zoon u zal vrijmaken, zult gij waarlijk vrij zijn” (Joh. 8:36). Deze vrijheid is de gehoorzaamheid aan Christus!
  3. Romeinen 8:14: “Want zovelen door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God”. Toen de eniggeboren, eeuwige Zoon van God Zijn openlijke dienst op aarde begon, staat er van Hem geschreven: “En Jezus, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en Hij werd door de Geest geleid in de woestijn en veertig dagen verzocht door de duivel” (Luk. 4:1). Hij, die op grond van Zijn vernedering als mens ook de eerstgeborene was, stelt ons de voorrechten en de verantwoording van het zoonschap in haar gehele omvang voor ogen. Als zonen van God zijn we ertoe bestemd, gelijkvormig te zijn aan het beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de eerstgeborene zij onder vele broeders (Rom. 8:29)! Door Jezus Christus heeft God, de Vader, ons voor Zichzelf tot het zoonschap voorbestemd. We zijn begenadigd, aangenaam gemaakt in Zijn geliefde Zoon, tot lof van Zijn heerlijkheid (Ef. 1:5vv). Wanneer God eens Zijn Eerstgeborene weer invoert op de aarde, zullen alle zonen van God van de gehele schepping openbaar worden (Rom. 8:19; Hebr. 1:6). Nu is het onze opdracht, in het bewustzijn van deze verheven positie als zoon in deze donkere wereld te leven. Het kenmerk van de zonen van God is, dat ze door Gods Geest worden geleid.
    Deze leiding door de Heilige Geest, waarvan de drie aangehaalde teksten spreken, beperkt zich niet tot een “geestelijk terrein”, dat los van het dagelijks leven met zijn opdrachten en zorgen maar ook met zijn dagelijkse eentonigheid, te zien zou zijn. Het is een list van de duivel, ons in te fluisteren, dat er verschillende terreinen in ons leven zouden zijn, een aards en een geestelijk, die we van elkaar zouden moeten scheiden! Hoe gemakkelijk komt de Christen zover, om te denken dat hij zich op dit aardse terrein alleen door zijn verstand en op het geestelijke terrein door de Heilige Geest zou moeten laten leiden! Nee, we zijn naar geest, ziel en lichaam eigendom van de Heer. Ons lichaam is de tempel van de Heilige Geest, en in dit lichaam moeten en kunnen we ten allen tijde God dienen en verheerlijken (1 Kor. 6:19-20).

Vervuld met de Heilige Geest

Door de verzegeling heeft de Heilige Geest bezit genomen van ieder kind van God (Ef. 1:13; 4:30). Maar dat betekent nog niet, met de Geest vervuld te zijn. Maar de vervulling met de Geest is nu geen “tweede ervaring”, geen “tweede zegen”, maar een dagelijks nieuwe bereidwilligheid en opening. Paulus schrijft aan de Efeziërs: “En wordt niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar wordt vervuld met de Geest” (Ef. 5:18). Een dronken persoon staat volledig onder de invloed van de alcohol. Niet meer hijzelf, maar de alcohol is heer van zijn zinnen. Zo kunnen ook andere, “onschuldige” dingen ons beinvloeden, beheersen en ons onttrekken aan de controle van de Heer en de Geest. Wat een ernstige waarschuwing zijn dan de woorden: “En wordt niet dronken van wijn”.

De Heer Jezus heeft er echter recht op, ons geheel onder Zijn controle en autoriteit te hebben. Hij wil ons door de Heilige Geest beinvloeden, beheersen en leiden. Daartoe moeten wij ons bewust voor Hem openen en aan Hem uitleveren. De weg daarnaar is: “Wordt vervuld met de Geest”.

We kunnen ons tegenover de Geest zodanig gedragen, als iemand die aan een ander zijn huis overlaat, maar enkele kamers heeft afgesloten. Tot deze kamers heeft de gast geen toegang. Maar wat we van een gast verlangen, mogen we met de Heilige Geest niet doen. Hij wil geen gast, maar bezitter en gebieder zijn, die ons gehele leven regeert en het vormen voor de Heer Jezus. Ieder vertrek van ons hart moet open staan voor Hem. Nogmaals wijzen we op het gevaar, dat we Zijn tegenwoordigheid niet beperken tot gebieden, waarin we Hem naar onze mening nodig hebben. We vinden het dan genoeg, als Hij ons het bewustzijn van het kindschap van God en het genot van de liefde van God schenkt en ons tot aan een bepaalde hoogte gebruikt voor Zijn dienst. Maar onze familie, ons werk, onze zaak – dat zijn gebieden, waar we Hem de toegang weigeren. We staan Hem niet toe, ons hele leven te regeren en onze harten te laten vormen voor Christus.

Maar hoe wordt ik met de Geest vervuld? Zeker mogen we daar voor bidden. Maar het gebed alleen, zonder de werkelijke innerlijke bereidwilligheid er geheel voor de Heer te zijn, is gevaarlijk. We moeten bewaard blijven voor iedere geest van dweperij, maar aan de andere kant ook voor star dogmatisme zonder geestelijke levenskracht.

De weg naar het vervuld worden met de Heilige Geest is dus niet alleen het ernstig gemeende gebed, maar ook de toewijding aan de Heer Jezus! We neigen ertoe onszelf op de voorgrond te stellen, en we vervallen gemakkelijk in de fout, als “geestelijke Christenen” aangezien te willen worden, terwijl heimelijk zelfzucht en hoogmoed werkzaam zijn. Alleen als we deze verborgen boze wortel van de hoogmoed, van de eigenzinnigheid en van de eerzucht en van de hebzucht enzovoorts belijden en niets ontziend veroordelen, zijn onze harten open en vrij, om de Heilige Geest in ons ruimte geven om te werken.

De kracht van de Heilige Geest

Alleen als we ons zonder voorbehoud aan de Heilige Geest uitleveren, ontvangen we kracht. Hoe zeer missen we vandaag de dag toch vaak de geestelijke kracht en beslistheid!

De Heilige Geest geeft ons kracht voor een dienst voor de Heer. De diaken Stefanus was een man van geloof en van de Heilige Geest (Hand. 6:5, 8). In deze geesteskracht vervulde hij allereerst zijn dienst als diaken. De Heer kon hem een enige tijd later gebruiken voor een veel hogere dienst. Ook toen was hij vol van de Heilige Geest. Hij zag de Heer in Zijn heerlijkheid. Hij ontving de kracht voor Zijn Heer te sterven.

De vervulling met de kracht van de Heilige Geest geeft ook vreugde. Hoeveel kinderen van God worden in hun leven niet meer blij, omdat ze weigeren zich geheel over te geven aan hun Heer en aan de leiding van Zijn Geest! Toen de Joden Paulus en zijn begeleiders uit Antiochië hadden verdreven, werden de discipelen met vreugde en de Heilige Geest vervuld (Hand. 13:52). In plaats van te klagen over de slechte behandeling en de vijandschap, verheugden ze zich, dat ze in de voetsporen van hun Meester mochten wandelen en Hem bij zich wisten (verg. 1 Petr. 4:12-14). Hoe kunnen we ons als Christen zo vaak in zulke en andere uiterlijke dingen vastbijten en daardoor de blik op de Heer verliezen. Dan worden wij terneergeslagen. “Want het koninkrijk God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest” (Rom. 14:17). Deze vreugde kan niet verborgen blijven. Zij is echter geen aardse uitgelatenheid en vrolijkheid, maar een innerlijke, bestendige, diepe vreugde die haar bron vindt in Christus, en onszelf en anderen verkwikt. “Wordt vervuld met de Geest, en spreekt tot elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Heer in uw hart, dankt te allen tijde voor alle dingen de God en Vader in de naam van onze Heer Jezus Christus” (Ef. 5:18-20).

Slot.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW