4 maanden geleden

Gastvrijheid (5)

“… want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij opgenomen; naakt en u hebt Mij gekleed; Ik was ziek en u hebt Mij bezocht; Ik was in [de] gevangenis en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer zagen wij U hongerig en hebben U gevoed, of dorstig en hebben U te drinken gegeven? En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen, of naakt en hebben U gekleed? En wanneer zagen wij U ziek of in [de] gevangenis en zijn bij U gekomen? En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het hebt gedaan aan één van de geringsten van deze broeders van Mij, hebt u het Mij gedaan” (Matth. 25:35-40).

De gewoonte van gastvrijheid (deel vijf)

Deze verzen staan in een gedeelte, dat de tijd na de opname en de rechterstoel van de gelovigen beschrijft. Het is van toepassing op de tijd van het oordeel over de volkeren: “Wanneer nu de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid en alle engelen met Hem, dan zal Hij zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid” (Matth. 25:31). Toch kunnen we veel leren over ons onderwerp van gastvrijheid.

Wanneer de vraag wordt gesteld: “Heer, wanneer zagen wij U hongerig en hebben U gevoed, of dorstig en hebben U te drinken gegeven? En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen, of naakt en hebben U gekleed? En wanneer zagen wij U ziek of in [de] gevangenis en zijn bij U gekomen?”, dan is het antwoord van de Heer als de rechtvaardige Koning: “Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het hebt gedaan aan één van de geringsten van deze broeders van Mij, hebt u het Mij gedaan.”

Dit is het principe van gastvrijheid, dat werkelijk voor alle tijden geldt. Een test van het ware christendom is het helpen van de hulpelozen, zij die niets hebben om de vriendelijkheid en liefde terug te betalen. Jakobus herinnert ons hieraan in Jakobus 1 vers 27 als hij schrijft: “Reine en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking [en] zich onbesmet van de wereld te bewaren.”

De verzen van vandaag zijn misschien niet direct op ons van toepassing, maar het principe wel. Wanneer wij gastvrijheid tonen aan de minsten onder hen, hebben wij dat werkelijk aan Christus Zelf getoond. Wanneer wij vriendelijkheid en liefde tonen aan onze broeders, worden wij gebruikt als de handen en het hart van Christus Zelf in een wereld die het dringend nodig heeft Hem vandaag te zien!

 

Tim Hadley Sr.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW