2 weken geleden

Falen in het leven van een gelovige (2)

Pasted Graphic.tiff

 

Stanley Bruce Anstey; © SoundWords, online in het Duits sinds: 05.10.2021, geactualiseerd: 06.10.2021.

Het voorbeeld van Petrus en zijn falen

God heeft het falen van sommige van Zijn volk in de Schriften opgetekend, zodat wij van hun fouten kunnen leren. In het boek Spreuken wordt dit “inzichtelijk onderricht” genoemd (Spr. 1:3; 7:6,7; 24:30-34). Het gaat er in wezen om te leren van de negatieve ervaringen en mislukkingen van anderen. Iemand formuleerde het zo: “Gelukkig is de man die van zijn eigen fouten leert, maar nog gelukkiger is de man die van de fouten van anderen leert. Maar het gelukkigst is hij die leert van de beginselen van het Woord van God.” Je moet de lessen van het leven niet leren door te falen. Als je dat doet, kun je je leven vrij snel overhoop gooien. In plaats daarvan kun je leren door naar het leven van andere mensen te kijken; maar het beste van alles is, dat je kunt leren van het Woord van God zelf. Wanneer wij aan de voeten van de Heer zitten en naar Zijn Woord luisteren, zoals Maria van Bethanië deed, kunnen wij alles leren wat wij nodig hebben voor de weg van het geloof. Dat is het gelukkigste van allemaal!

Met dit in gedachten zou ik Petrus in het Woord van God willen bekijken. We willen opmerken, dat de Heer ons er enkele waardevolle lessen uit laat trekken. Daarbij willen we Petrus niet zwartmaken of bekritiseren, maar leren van zijn fouten. Wij willen lezen over zijn falen en daarbij onze hand in eigen boezem steken en beseffen, dat wij hetzelfde hadden kunnen doen.

Uit Lukas 22 vers 31 en 32 leren wij, dat Satan probeerde Petrus te “ziften”. Iets “ziften” betekent het uit de rest halen waarmee het vermengd is. In Petrus’ geval, wilde Satan hem uit de kudde van de discipelen weghalen. En dat is precies wat er gebeurd is. Niet lang nadat Petrus met de Heer en de andere discipelen in de bovenzaal was geweest en het avondmaal had gegeten, ging hij alleen op weg. En toen kwam hij in slecht gezelschap terecht waar hij zijn geloof in de Heer verloochende.

Geliefde medechristen, Satan wil ook jou ziften! Een van de dingen die we hier gewoonlijk zien gebeuren wanneer iemand valt: zijn val wordt voorafgegaan door een reeks dingen die tot die misstap leiden. Broeder Percy Clark placht te zeggen, dat er in Markus 14 zeven waarneembare stappen naar beneden waren in Petrus leven, die ertoe leidden dat Petrus uiteindelijk de Heer verloochende. Evenzo zien we in Petrus de drie kenmerken van een falend christen die hierboven zijn genoemd. Ik zou deze zeven punten nader willen uitwerken:

1. Hoogmoed en zelfvertrouwen

Laten we beginnen met het verslag in Markus 14 vers 27:

• Markus 14 vers 27: “En Jezus zei tot hen: Allen zult u ten val komen, want er staat geschreven: ‘Ik zal de herder slaan en de schapen zullen verstrooid worden’.”

Daar kondigde de Heer Zijn discipelen aan dat zij die nacht “ten val” zouden komen omwille van Hem – en de schapen die aanstoot namen zouden “verstrooid” worden. Petrus antwoordde: “Ook al zullen allen ten val komen, ik echter niet” (Mark. 14:29). Hij dacht, dat hij de beste discipel van de Heer was en pochte er over! Hij twijfelde niet aan de woorden van de Heer, dat de anderen zouden falen, maar hij kon zich niet voorstellen dat hijzelf zou falen. Hij achtte anderen niet hoger dan zichzelf (Fil. 2:3). Achter zijn zelfvertrouwen zat trots. En de bijbel zegt: “Trots komt vóór de ondergang en hoogmoed komt vóór de val” (Spr. 16:18). Dit is wat Petrus op het pad van falen bracht. W.T.P. Wolston zei, dat dit het punt is waar Petrus werkelijk viel; het was het punt waar de gemeenschap met God werd verbroken. Als hij zichzelf hier had geoordeeld, zou dat het einde van de zaak zijn geweest. Wat volgde bewees slechts, dat hij de trots in zijn hart niet had geoordeeld. Uiteindelijk bracht zijn ontkenning van de Heer de slechte toestand aan het licht, waarin hij zich al die tijd bevond. Het probleem was: hij vertrouwde op zijn eigen hart en onderschatte de kracht van het vlees. De bijbel waarschuwt ons: “Wie op zijn hart vertrouwt, die is een dwaas” (Spr. 28:26). Hij was bezig met zichzelf en zijn vermeende kracht in plaats van met de Heer, en hij werd misleid. Er was een afwijking in zijn hart, ook al dacht hij, dat het zijn onovertroffen liefde voor de Heer was! Dit toont aan hoe bedrieglijk onze harten kunnen zijn. Petrus bevond zich op een hellend vlak en wist het niet!

Wat kunnen we hieruit leren? Welnu, wij kunnen ons zorgen maken dat er misschien verborgen trots en zelfvertrouwen in ons hart is, waarvan wij ons niet bewust zijn. En we kunnen de Heer vragen onze harten te doorzoeken en elke boze weg in ons bloot te leggen, zodat we die kunnen oordelen, voordat we ons op een hellend vlak begeven dat ons wegleidt van de Heer.

2. weigering om een terechtwijzing te aanvaarden

• Markus 14 vers 30 en 31: “En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg je dat je vandaag, in deze nacht, voordat [de] haan tweemaal kraait, Mij driemaal zult verloochenen. Hij sprak echter zeer nadrukkelijk: Als moest ik met u sterven, ik zal u geenszins verloochenen.”

Toen de Heer Petrus hoorde pochen, dat hij niet ten val zou komen, trachtte Hij hem te bereiken door hem te zeggen dat hij reeds op een weg was, die hem ertoe zou brengen Hem te verloochenen. Dit had Petrus moeten alarmeren en hem doen inzien, dat hij op het verkeerde pad was en zich vergiste. Maar hij sloeg de waarschuwing in de wind en beweerde het tegendeel. Hij zei zelfs tegen de Heer, dat Hij zich vergiste door te denken dat hij, als Zijn beste discipel, zoiets zou doen. Petrus heeft de waarschuwing van de Heer niet gehoord. Spreuken zegt: “… maar een arme krijgt zelfs geen bedreiging [berisping] te horen” (Spr. 13:8). De Heer zei hem, dat waar Hij hem voor gewaarschuwd had nog diezelfde nacht zou gebeuren. Dit toont aan hoe snel wij ons in onze ziel van de Heer kunnen verwijderen!

3. Verlies van interesse

• Markus 14 vers 32-38: “En zij kwamen aan een plaats, Gethsémané geheten, en Hij zei tot Zijn discipelen: Gaat hier zitten terwijl Ik bid. En hij nam Petrus en Jakobus en Johannes met Zich mee. En begon ontsteld en zeer beangst te worden, en Hij zei tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd tot [de] dood toe; blijft hier en waakt. En hij ging iets verder, viel op de aarde en bad dat, als het mogelijk was, dat uur aan Hem mocht voorbijgaan. En Hij zei: Abba, Vader, alles is U mogelijk, neem deze drinkbeker van Mij weg; maar niet wat Ik wil, maar wat U [wilt]. En Hij kwam en vond hen in slaap, en Hij zei tot Petrus: Simon, slaapt je? Was je niet in staat één uur te waken? Waakt en bidt, opdat u niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.”

Om Petrus’ neerwaartse spiraal te stoppen, neemt de Heer hem met de andere discipelen mee naar Gethsémané. Wij weten dat dit de plaats is, waar de Heer wachtte op het kruis en Zijn lijden. Hij was zeer ontsteld en “beangst in de geest [oppressed in spirit]” (vertaling van Darby) en vroeg Petrus met Hem te waken in het uur van Zijn “zware strijd” (Luk. 22:44). Men zou denken dat zo’n blik op het lijden van de Heer Petrus in het hart zou hebben geraakt en hem ertoe zou hebben gebracht zijn ziel te onderzoeken. Maar Petrus had zijn interesse verloren; hij viel in slaap! De Heer wekte hem en zei hem te “bidden” opdat hij “niet in verzoeking zou komen” (Luk. 22:40), want “de macht der duisternis” was in de hof aanwezig ( Luk. 22:53). Satan was daar met al zijn dienaren, probeerde de Heer onder druk te zetten en Hem te laten inzien wat het Hem zou kosten als Hij doorging en de wil van Zijn Vader op het kruis volbracht (Joh. 14:30; Ps. 18:6; Ps. 22:22,23). Ongetwijfeld was Satan aan het werk om Petrus op de neerwaartse koers te houden waarop hij zich bevond. Hoe staat het met ons? Verliezen wij de belangstelling voor de dingen van de Heer?

4. Strijd

Markus 14:46-47: “En zij sloegen de handen aan Hem op en grepen Hem. Eén van hen echter die daarbij stonden, trok zijn zwaard en trof de slaaf van de hogepriester, en sloeg hem het oor af.”

Mattheüs, Markus en Lukas vertellen ons niet wie het zwaard trok. Dit leert ons dat wij niet onnodig de fouten van de andere geloofsgenoten niet onnodig aan de kaak moeten stellen. Johannes daarentegen vertelt ons, dat het Petrus was (Joh. 18:10). Misschien was het meer een bekentenis, want Johannes voelde zich op de een of andere manier verantwoordelijk voor Petrus’ val, omdat hij hem had geholpen in de hof van de hogepriester te komen, waar Petrus de Heer verloochende (Joh. 18:26).

We kunnen hieruit leren wat het kan doen als iemand de gemeenschap verlaat zonder het te beseffen. Zoiets leidt tot verkeerde daden. Zonde maakt ongevoelig. Petrus besefte niet, dat hij zich op een hellend vlak bevond. Hij dacht dat hij iets goeds deed – hij wilde de Heer beschermen! Misschien dacht hij dat zijn handelen gerechtvaardigd was omdat hij voor de goede kant streed. Hij is niet de enige die er zo over denkt. Soms ontstaat er onenigheid tussen gelovigen over een of andere kwestie. Dan denken sommige broeders dat, omdat zij – misschien alleen in hun ogen – aan de goede kant staan, zij gerechtvaardigd zijn om met hun broeders te redetwisten en zich vleselijk te gedragen. Zijzelf zouden het waarschijnlijk niet zo zien; zij zouden het waarschijnlijk rechtvaardige verontwaardiging [heilige toorn] of zoiets noemen, maar in werkelijkheid is het gewoon het vlees. Wel, in principe, is het hetzelfde wat Petrus hier deed.

Mijn vrienden, men kan opkomen voor een goede zaak op een verkeerde manier. Petrus heeft hier niets positiefs bereikt. Het enige wat hij deed was iemands oor afsnijden met zijn zwaard. Het “zwaard” verwijst naar het Woord van God (Hebr. 4:12; Ef. 6:17). Een strijdlustige aanval met het zwaard, zoals Petrus deed, belemmert alleen maar het werk van God in een mens. Als wij aanvallen met de waarheid van het Woord, kunnen wij iemands “rechteroor” ( Luk. 22:50) in geestelijke zin afsnijden, zodat hij ons niet meer hoort. Dat willen we niet doen.

5. de afzondering opgeven

Markus 14 vers 54: “En Petrus volgde Hem uit de verte, tot binnen in de voorhof van de hogepriester; en Hij zat samen met de dienaren zich te warmen bij het vuur.”

We zien hier dat Petrus de Heer “uit de verte” begon te volgen. Mozes zei: “De door de HEERE beminde, hij zal onbezorgd bij Hem wonen. Hij zal hem heel de dag beschermen, en tussen zijn schouders zal Hij wonen!” (Deut. 33:12). Maar geborgenheid wordt ons niet beloofd als wij in onze ziel ver van de Heer verwijderd zijn. Psalm 1 zegt: “Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters” (Ps. 1:1). Maar dat is precies wat Petrus niet deed! In Mattheüs 26 vers 57 en 58 zien we Petrus meegaan met de schriftgeleerden, oudsten en anderen als zij de Heer wegleiden. Dan lezen we in Johannes 18 vers 18 dat hij bij hen stond. En tenslotte zit Petrus bij hen (Mark. 14:54). Dit is erg triest. Petrus had zich in slecht gezelschap begeven. En in dat slechte gezelschap deed hij dingen, waarvan hij nooit gedacht had, dat hij ze zou doen.

Dit is de tweede van de drie kenmerken van een falend christen die hierboven zijn genoemd: hij geeft het op zich af te zonderen van de wereld. Juist dan versnelt zijn neerwaartse ontwikkeling als een sneeuwbal die bergafwaarts rolt; hij komt in een stroomversnelling.

6. leugens

Markus 14 vers 66-68: “En toen Petrus beneden in de voorhof was, kwam een van de dienstmeisjes van de hogepriester, en toen zij Petrus zich zag warmen, keek zij hem aan en zei: Ook u was bij die Nazireeër, bij Jezus. Hij loochende het echter en zei: Ik weet niet en ook begrijp ik niet wat u zegt. En hij ging naar buiten naar het portaal, <en de haan kraaide>.”

Hier hebben we een volgende neerwaartse stap bij Petrus: hij liegt over zijn ware identiteit. Hij komt onder druk te staan van de groep in deze situatie en probeert zijn band met de Heer te verbergen. Hij wilde niet met de Heer Jezus vereenzelvigd worden! Wat een verandering was er over hem gekomen! Degene die er zich op beroemde, dat hij bereid was voor de Heer te sterven, was nu niet bereid met Hem vereenzelvigd te worden.

Er staat: “En de haan kraaide.” De Heer had gezegd dat de haan “tweemaal” zou kraaien; dit was de eerste keer. Het was een van die waarschuwingslichten die de Heer op ons pad zet om ons te waarschuwen op een bepaalde weg verder te gaan. Maar Petrus hoorde de waarschuwing niet. Hij zat op een hellend vlak. Toen de haan voor het eerst kraaide, had Petrus wakker moeten worden en zich moeten realiseren wat hij op het punt stond te doen en er van weg moeten lopen. In plaats daarvan zien we Petrus de noodzaak negeren om zichzelf te oordelen. Dit is het derde kenmerk op de weg van falen, die wij reeds hebben genoemd: de weigering zichzelf te oordelen en zich tot de Heer te wenden. Hoezeer spreekt dit tot onze harten, want wij weten allen dat de Heer op soortgelijke wijze tot ons heeft gesproken.

Dit soort groepsdruk ontstaat door te proberen erkend te worden door de verkeerde mensen. Petrus slaagde er niet in zich ten overstaan van dit dienstmeisje bekend te maken als één van de discipelen van de Heer. Ik zou u willen vragen: Zijn er situaties in uw leven waarin u moeite hebt Christus te belijden in een bepaalde omgeving uit vrees voor wat anderen denken? Als dat zo is, is het waarschijnlijk omdat u in het gezelschap bent van mensen waar u niet bij zou moeten zijn. Spreuken 29 vers 25 zegt, “Mensenvrees legt iemand een valstrik … .”

7. het verloochenen van de Heer met zweren en vervloekingen

• Markus 14 vers 70-72: “Hij loochende het echter opnieuw. En kort daarna zeiden zij die daarbij stonden opnieuw tot Petrus: Werkelijk, u bent [één] van hen, want u bent ook een Galileeër. Hij begon zich echter te vervloeken en te zweren: Ik ken die mens niet over Wie u spreekt. En terstond kraaide [de] haan <voor de tweede maal>. En Petrus herinnerde zich het woord dat Jezus tot hem gezegd had: Voordat [de] haan tweemaal kraait, zult je Mij driemaal verloochenen. En toen hij daaraan dacht, weende hij.”

Hier zinkt Petrus nog lager: hij verloochent de Heer met eden en vloeken. Moeten we verbaasd zijn, dat hij zo ver gaat? Nee, want als we eenmaal op de weg van falen zijn, is niet te zeggen hoe ver we zullen gaan. Petrus had nooit gedacht, dat hij zo snel zó ver weg zou zijn. Het is zeer ernstig. Petrus moest tot de bodem gaan voordat hij omkeerde, en God liet hem gaan.

Leven in het “verre land”

Het verhaal van de verloren zoon (Luk. 15:11-17) beschrijft een leven ver van God in het “verre land”. Wat een droevige toestand waarin de verloren zoon zich bevond, en hij was zelf schuldig aan deze toestand!

Ten eerste leefde hij niet in gemeenschap met zijn vader. Hij was uit het huis van zijn vader weggetrokken en woonde ver van hem vandaan in een “ver land” (Luk. 15:13). Dit spreekt over het verlies van vreugde en gemeenschap. Mijn vriend, als de vreugde van de liefde van Christus en de gemeenschap met God de Vader in uw hart verloren is gegaan, dan bent u inderdaad in een ellendige toestand. Je hebt het beste wat je in het leven kan hebben verloren!

De zoon had ook “zijn rijkdommen verkwist” (Luk. 15:13) aan dingen die hem niet bevredigden, en dat maakte hem berooid: “En hij begon gebrek te lijden” (Luk. 15,14). Mijn vriend, is dit wat je doet? Besteed jij je geld en je tijd aan dingen en ga je dan hier en dan daarheen, maar het eindresultaat is dat je niet tevreden bent – inderdaad dat je “gebrek lijdt”? De verloren zoon was helemaal niet gelukkig. Als je de Heer eenmaal hebt gekend, zul je nooit meer gelukkig zijn in deze wereld, omdat je iets hogers hebt ervaren. Ieder van ons heeft geleerd of zal leren, dat deze wereld ons niet kan bevredigen. Hoe eerder we dat hebben ingezien, hoe beter.

Bovendien werd hij in verband gebracht met iemand (“een van de burgers van dat land”; Luk. 15:15) die hem niet erg goed behandelde. Hij ervoer de harteloosheid van de wereld. Hij leerde dat deze wereld je alleen wil omdat ze iets van je kan krijgen; en als je niets hebt, wil ze je niet meer. Hij moest zich voeden met “het voer dat de varkens aten” (Luk. 15:16)! De beste vrienden die je ooit kunt hebben, zijn de mensen uit het volk van God die met de Heer wandelen. Hij zat in een hamsterwiel dat bleef draaien maar nergens heen ging. Hij was totaal gedesillusioneerd over het leven, maar moest eerst tot de bodem gaan, voordat hij omhoog kon kijken. Mijn vriend: Als je achteloos door de wereld wandelt, wat moet er dan gebeuren voordat je wakker wordt? Er is geen voeding voor je ziel, geen vrede, geen rust als je hart ver van de Heer is. Dat hoef ik je echt niet te vertellen; je weet het waarschijnlijk zelf heel goed.

Hieronder volgen enkele trieste resultaten die zich voordoen wanneer een mens in zijn hart afdwaalt van de Heer. Het is echt maar een klein overzicht van een leven in het “verre land”:

• Gemeenschap en vreugde gaan verloren (Ps. 51:14).
• Er ontstaat een schuldig geweten (1 Joh. 3:20).
• Geestelijke kracht gaat verloren (Hebr. 12:12).
• Het onderscheidingsvermogen is verloren (Hos. 7:9).
• Men wordt een slaaf van zijn zonde (Joh. 8:34).
• Men voelt de kastijdende hand van God (1 Petr. 1:7).
• Men bederft zijn eigen getuigenis (Rom. 2:24).

Dit zijn inderdaad zeer ernstige dingen! Als dit jouw leven beschrijft, heb je herstel nodig. Alleen als je weer in het reine komt met de Heer, zal alles weer goed zijn.

 

Wordt DV vervolgd.

Het volgende deel gaat over het herstel van een ziel.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW