11 jaar geleden

Evolutie: Kool, Neandertaler en haaien (IV – slot)

Dit jaar – 2009 – is het jaar dat de evolutionist Charles Darwin, en natuurlijk vooral zijn evolutietheorie – in de picture is. Er is al heel veel geschreven over hem en zijn theorie. Graag wil ik wijzen op het feit dat de heilige Schrift, het Woord van God, zegt: “Door het geloof verstaan wij, dat de werelden door het woord van God bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is”. “Door het geloof verstaan wij”, niet begrijpen wij. En het geloof is de zekerheid van de dingen die men hoopt, de overtuiging van de dingen die men niet ziet” (zie Hebreeën 11:1-3). Let wel, door geloof! Als we dit voortdurend in gedachten houden, zal dit ons helpen ook ‘deze storm’ te weerstaan … De storm die nu over Nederland waait m.b.t. de evolutietheoriëen wordt wel extra onder de aandacht gebracht door een folder die 23 februari 2009 j.l. door vele brievenbussen rolde. De arrogantie en met soms hatelijke woorden waarmee men vanuit de ‘evolutiekerk’ deze actie veroordeelde, spreekt boekdelen en laat zien dat Nederland rijp is voor een bijna totale afval van het Woord van God. Zij die het Woord van God aangenomen hebben en daarbij blijven worden ‘religieuze fanaten’ genoemd. Dit belooft niet veel goeds. Toch zal de Heer Jezus overwinnen. Hij, de grote Schepper van het heelal wordt grote oneer aangedaan, helaas ook door steeds meer Christenen, die de aanvallen van satan niet kunnen pareren omdat zij geen ‘geestelijke wapenuitrusting’ aan hebben in ‘deze boze dag’ (zie daarvoor de artikelen over “Gewapende Christenen”).

– overwegingen over het ontstaan van het levende wezen

5. “En de haai, die heeft tanden …”

Over de grote revolutie in de schepping

De bijbel beschrijft hoe God een harmonisch functionerende wereld schiep. Alles was het beste tot leven ingericht. De dood was er niet. De mens werd verboden van de boom van kennis te eten, anders zou hij sterven. In de hele bijbel wordt van de dood als vijand gesproken (zie daarvoor punt 4). Hoe mooi zou het zijn als hij er niet was – niemand zou hem missen.

Of sommigen misschien toch?!

Haaien hebben namelijk – dierkundig gezien – geen tanden, zoals het in Bertolt Brechts lied heet, maar een rij kraakbenen. Maar die hebben zij ook niet om aardbeien te plukken, maar om levende prooi te scheuren en te doden. Niet alle haaisoorten, maar de beruchte zijn roofdieren – zoals tijgers en adelaars en spinnen en zeer vele andere diersoorten. Zij leven van prooi jagen, van doden. Hoe is dat te rijmen met de bijbelse schildering van het begin? Zeer veel huidige diersoorten zijn toch juist voor de jacht gebouwd – hebben tanden of heel gecompliceerde voorzieningen om prooi te vangen. Zelfs “vleesetende” planten met speciale insectenvallen zijn er. Was de dood dus toch vanaf het begin in de schepping mee ingebouwd? Kunnen wij ons een natuur zonder eten en gegeten worden, zonder dood eigenlijk wel voorstellen?

Wij kunnen het ons niet voorstellen; en daarom is de oplossing van de vraag, die wij nu voor ons hebben, niet in detail mogelijk. Vast te houden is: De bijbel ziet de dood als vijand van het leven, als vernietiger aan. Hij is er – tenminste voor ons mensen -, sinds Eva en Adam hun trouw tegenover God gebroken, tegen Zijn gebod gehandeld hebben. Overwonnen werd de dood vanuit Christelijk oogpunt door de offer- en verlossingsdood van Jezus Christus. De gehele schepping wacht rijkhalzend daarop, dat Jezus Christus wederkomt; want dan zal ook de schepping van het onherroepelijke van de vergankelijkheid verlost worden (Romeinen 8:19-22). De bijbel zegt in de zojuist geciteerde tekstplaats dat de schepping aan de vruchteloosheid onderworpen is – dat betekent: er is ergens een verandering opgetreden. Deze en andere uitspraken van de bijbel alsook de veranderingen, die over die tijd van de definitieve verlossing profeteren, laten enkel de volgende conclusie toe: God heeft de gehele natuur ná de menselijke zonden-val veranderd. Christelijke biologen spreken daarom van een “valgestalte” van de organismen. De levende wezens zijn in hun anatomie1 en levenswijze veranderd. Zij zijn nu aan het heersende gegeven van eten en gegeten worden aangepast. Dat wordt aangeduid in het bericht in Genesis 3 in de verandering, die de slang ervoer, in het opkomen van distels en doornen en in de moeilijkheden die zwangerschappen nu met zich mee brengen zouden – de voortgang van het leven (geboorte) is sindsdien levensgevaarlijk.

Verdere bijzonderheden vermeldt ons de bijbel niet. Ook fossielen helpen niet verder; want de schildering in Genesis 2-3 laat vermoeden, dat schepping en zonde(n)val wat de tijd betreft niet ver uit elkaar lagen. Vandaar zal men nauwelijks fossielen uit de tijd vóór de zondeval vinden kunnen, omdat er in het begin nog niet zoveel individuen waren (zij moesten zich immers eerst vermeerderen en de aarde vervullen). Meer uitvoerige overdenkingen over dit thema vindt men in JUNKER 1988 en in VETTER 1993 en 19942 en in de daar geciteerde literatuur2.

Slot

Peter Imming – Folge mir nach

NOOT VERTALER:
1. Ontleedkunde. Leer van het inwendig samenstel van de organismen.
2. Dit is van toepassing voor hen die Duits kunnen lezen.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW