4 jaar geleden

Een pleidooi voor 30-jarigen

“En Hij, Jezus, was ongeveer dertig jaar toen Hij Zijn dienstwerk begon …” (Luk. 3:23) {HSV}.

“Als Timotheüs komt, let er dan op dat hij zonder vrees bij u kan zijn, want hij doet het werk van de Heere, zoals ook ik. Laat dus niemand hem gering achten, maar help hem op weg in vrede, zodat hij naar mij toe kan komen, want ik en de broeders wachten op hem” (1 Kor. 16:10-11) {HSV}.

Behalve zoals het hier staat, dat Jezus Zijn bediening begon toen hij ongeveer 30 jaar oud was, zou de Geest van God natuurlijk ook de exacte dag hebben kunnen aangeven. Maar dat was niet belangrijk. Het is niet zo, dat de Heer Zijn 30e verjaardag afwachtte om Zijn openbare bediening te beginnen – maar Hij was zo ongeveer op die leeftijd.

Ook begint vandaag vaak een dienst voor de Heer in het openbaar1 rond de leeftijd van 30 jaar. Op deze leeftijd worden sommigen door de Heer een stap verder geleid. Zeldzaam is dat niet.

Nu echter doen dienaren de ervaring op, en dat blijft nauwelijks uit, dat hen obstakels in de weg gelegd worden en verwijten gedaan. Kelly2 schreef ooit, daarmee overeenkomend, dat jongere broeders, die met het Woord dienen, bedacht moeten zijn op de beschuldiging van hoogmoed.

Nu, het is waar dat dit vaak een probleem is, en dat het valse zelfvertrouwen tot de begeerten van de jeugd behoort, die we moeten ontvluchten. Maar spreekt het automatische verwijt van hoogmoed ten opzichte van actieve jongere broeders werkelijk van behulpzaamheid en is het gerechtvaardigd?

Het is gebleken dat jongere dienaars soms geen aandacht gegeven wordt, zelfs als hun kennis van de Schrift goed is, hun argumentatie zuiver en hun houding niet verkeerd is. Ze worden veracht – en dit kan niet juist zijn. “Laat niemand u minachten vanwege uw jeugdige leeftijd” (1 Tim. 4:12), schrijft Paulus aan Timotheüs; en dit is zeker niet zo bedoeld, als zou de verantwoordelijkheid uitsluitend bij Timotheüs liggen, zich zo te gedragen dat hij niet veracht zou worden. Zo schrijft Paulus ook aan de Korinthiërs dat niemand Timotheüs verachten zou – en legt de verantwoordelijkheid bij de gemeente (zie 1 Kor. 16:11).

Met alle respect voor de raad van de ouderen en met alle respect voor het grijze haar, wil ik u vandaag eraan herinneren dat we niemand er om verachten mogen, dat hij relatief jong is. We behoren bij jongeren objectief te zijn en nuchter te blijven en dankbaar te erkennen, wat de Heer gewerkt heeft – zelfs als dat zou betekenen dat men zich (als oudere) een beetje heeft te schamen of een beetje verantwoordelijkheid en eer “af te geven” heeft.

NOOT VERTALER:
1. ‘Een dienst voor de Heer” d.w.z. dat men de Heer dient met bijvoorbeeld het evangelie prediken, met het bezoeken en opbouwen en vertroosten van gelovigen, met het mee arbeiden aan allerlei facetten van het zendingswerk, het schrijven van artikelen voor magazines, tot opbouw van gelovigen om het evangelie door te geven.
2.  William Kelly, bekend christelijk schrijver uit de 19e eeuw. Hij werd in een klein dorp, in Ulster (Noord-Ierland), in mei 1821 geboren en ontsliep in 1906 in Engeland te Exeter, in Devonshire.

 

Gerrid Setzer, © www.bibelstudium.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol