4 jaar geleden

Echtscheiding – uitzonderingsregel (1)

“Er is ook gezegd: Ieder die zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidbrief geven. Maar Ik zeg u, dat ieder die zijn vrouw verstoot anders dan uit oorzaak van hoererij, maakt dat zij overspel pleegt; en wie een verstotene trouwt, pleegt overspel” (Matth. 5:31-32).

De Heer verwijst hier niet naar een gebod uit het Oude Testament, maar op een gewoonte van de Joden die mogelijkerwijs al vóór de wetgeving bestond. In Deuteronomium 24 wordt de scheidbrief door Mozes toegestaan (Deut. 24:1-4). De Joden hadden de concessie in Deuteronomium 24 misbruikt, om met het huwelijk lichtvaardig om te gaan en een echtgenoot vanwege banaliteiten weg te sturen (Rabbi Hillel leert dat eigenzinnig voedsel al zou volstaan als grond voor echtscheiding, of dat men van zijn vrouw zou kunnen scheiden, als men een mooiere gevonden heeft).

De Heer Jezus nu stelt de vraag van de echtscheiding en hertrouwen in het juiste licht. Hij zegt dat als iemand van zijn vrouw scheidt, hij er verantwoordelijk voor is dat zij overspel pleegt – omdat de vrouw op zoek gaat naar een andere man. En nogmaals laat Hij zien, dat hij, die trouwt met zo’n verstoten vrouw, overspel pleegt. Dit maakt duidelijk dat het huwelijk in de ogen van God niet werkelijk is ontbonden en daarom is een nieuwe verbinding voor zowel de vrouw als ook voor de man overspel.

Maar de Heer spreekt van een uitzondering: echtscheiding op grond van overspel. In dit geval bewerkt de man niet, dat de vrouw overspel pleegt. Waarom? Want de vrouw heeft al overspel gepleegd. Nu bewijst de echtscheiding om zo te zeggen het openlijk, wat er in het geheim gebeurd is.

Op hetzelfde niveau beweegt Mattheüs 19 vers 8-9 zich: “Hij zei tot hen: Mozes heeft om de hardheid van uw harten u toegestaan uw vrouwen te verstoten; van [het] begin af is het echter  niet zo geweest. Ik zeg u echter, dat wie zijn vrouw verstoot, niet om hoererij, en met een andere trouwt, overspel pleegt; en wie met een verstoten [vrouw] trouwt, pleegt overspel”. Hier wordt de man, die uit eigen wil en volgens eigen goeddunken zich scheiden laat, als echtbreker aangeduid en niet als degene gezien, die er voor zorgt, dat de vrouw een echtbreekster wordt.

Overspel doet het huwelijk op haar fundamenten schudden, en de Heer laat zien dat in een dergelijk geval – en ook alleen in deze! – de bedrogen partner niet de schuld van overspel op zichzelf laadt, wanneer hij een echtscheiding voorneemt. Dat een christen vergeven moet en de partner de mogelijkheid voor een nieuwe start behoort te geven, is duidelijk. En toch staat de Heer in Zijn barmhartigheid jegens hem of haar die bedrogen is, de mogelijkheid van echtscheiding toe.

Gerrid Setzer

Geplaatst in: , , ,
© Frisse Wateren, R. Mol