10 jaar geleden

Door mijn Geest (1)

Lezen: Zacharia 4.

“Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest”

Dit hele hoofdstuk kun je samenvatten in dit ene vers (Zach. 4:6). We gaan nu niet in op de geschiedenis en achtergrond. We zullen ons alleen bepalen tot de geestelijke toestand die we hier aantreffen, omdat zo’n toestand vaak voorgekomen is in de geschiedenis van Gods volk. Waar gaat het om? Hierom: alles wat van de Heere was had een diepe terugval. Het huis van de Heere had veel zware klappen gehad en er was ernstige schade aangericht. Vanwege die ervaring hadden velen van Gods volk zich van de Heere afgewend. Ze hadden besloten niet door te gaan met dit werk van de Heere. Ze hadden het geloof en de hoop opgegeven. De meerderheid had gezegd: “Het is allemaal te moeilijk” en ze hadden besloten dat het gemakkelijker was in de wereld te blijven. Maar er was een kleine groep die gezegd had dat deze situatie niet was wat de Heere bedoelde. Ze zeiden: “Deze situatie is totaal verkeerd, de naam van de Heere wordt erdoor gesmaad, we moeten er iets aan doen”. Deze kleine minderheid werd Gods instrument om de heerlijkheid van de Heere terug te brengen. Er waren onder hen enkele leiders die hen daarin aanmoedigden. Zij zagen hoe het zou moeten zijn. Zij zagen hoe de Heere het wilde hebben en zij inspireerden dit groepje mensen om aan het werk te gaan zodat er herstel zou komen. Dat is de geestelijke verklaring van dit hoofdstuk. U bent het vast met me eens dat zo’n situatie vaker voorkomt. Omdat de dingen van de Heere veel schade hebben opgelopen en Zijn naam onteerd wordt, hebben veel mensen de strijd maar opgegeven en zich erbij neergelegd. En net als Petrus na het kruis hebben ze gezegd: “Ik ga vissen. Ik ga terug naar mijn oude leven en mijn oude werk”. Deze manier om de Heere te volgen is te moeilijk. En zo besloot de meerderheid van het volk terug te gaan naar het dagelijkse leven in de wereld. Zo dacht het grote aantal Israëlieten dat in Babylon bleef. Maar gelukkig waren er enkelen die er anders over dachten. De eer van de naam van de Heere ging hun erg ter harte en zij vonden dat er iets aan gedaan moest worden: “Wij moeten iets doen om de naam van de Heere in ere te herstellen”. En er waren leiders die wisten wat er gedaan moest worden en hen aanspoorden. Maar er waren enkele bijzonder grote moeilijkheden. In de eerste plaats waren ze maar met een betrekkelijk kleine groep. Dat blijkt uit vers 10. De Heere zei: “Wie veracht de dag der kleine dingen?” Ze waren met weinig mensen en ze dachten: “Wij zijn met zo weinig en dit is een groot werk, we zijn niet sterk genoeg om dit te doen”. Als ze naar zichzelf keken, voelden ze zich totaal ontmoedigd. Maar de Heere zei: “Veracht de dag der kleine dingen niet”, omdat het al zo vaak geweest was dat de Heere kleine dingen gebruikt had om grote dingen te doen. Ik zal één illustratie geven.

Op een nacht lag er in Bethlehem een pas geboren baby in een voerbak. De koning, vertegenwoordiger van het grote Romeinse rijk, wilde dat kindje doden. En later probeerde het hele Romeinse rijk alles te vernietigen wat met dat kindje te maken had. Herodes was een machtige koning en het Romeinse rijk was oppermachtig. U kent de rest van het verhaal. U weet wat er met Herodes gebeurde. Hij had een vreselijk einde. En u weet ook wat er met het Romeinse rijk gebeurde; het bestaat niet meer. En dat kindje dan? God gebruikt vaak heel kleine dingen om heel grote dingen te vernietigen. Daarom zei de Heere tegen deze ontmoedigde mensen: “Veracht de dag der kleine dingen niet”. De apostel Paulus heeft gezegd: “Wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is, heeft God uitverkoren”. Welnu, de eerste grote moeilijkheid was hun eigen kleinheid. En de Heere zei: “Dat is niet echt een moeilijkheid voor Mij”. De volgende moeilijkheid was de grote tegenstand van buitenaf. De andere bijbelboeken die in dezelfde tijd spelen, Ezra en Nehemia, tonen hoeveel tegenstand er was tegen deze Joden en dit werk. Daar verwijst vers zeven naar: “Wie zijt gij, grote berg?” Er was een grote berg van tegenstand tegen het werk dat deze mensen verlangden te doen. Als ze naar die grote berg van tegenstand keken, zeiden zij: “Het is allemaal onmogelijk”. Maar de Heere zei: “Wie zijt gij, grote berg? Voor het aangezicht van Zerubbabel wordt gij een vlakte, en de mensen zullen kijken waar de berg gebleven is en ze zullen zien dat hij verdwenen is”.

Maar voor hen was het op dat moment een grote berg, een grote moeilijkheid. Dan was er nog een moeilijkheid. Deze mensen zeiden: “We hebben geen hulp van buitenaf. We hebben geen soldaten om voor ons te vechten. We zijn maar een hulpeloos volkje dat zich niet kan verdedigen”. Wat zei de Heere daarop? “Niet door kracht, noch door geweld”. In het Hebreeuws staat er in plaats van “geweld”, “een leger”. “Je hebt geen leger nodig, omdat je veel meer hebt dan dat”. Daarom is het antwoord van de Heere: “Niet door een leger, niet door wereldse macht, maar door Mijn Geest”. De Heilige Geest is de Algenoegzame. Hij is groter dan alle zwakheid, alle machtige bergen en alle gebrek aan hulp van buitenaf. Als we de Heilige Geest hebben, hebben we alles wat we nodig hebben. Ziet u, de Heere zei: “Niet alles wat je denkt nodig te hebben, maar door Mijn Geest”. En dat is meer dan al het andere. En ziet u hoe de Heere Zichzelf noemt? “HEERE der heerscharen “.

Telkens wanneer er een groot en belangrijk werk moet gebeuren, noemt de Heere Zich bij deze naam. Dat zien we ook in het boek Jozua. De Heere had Zijn volk uit Egypte gebracht en veertig jaar door de woestijn geleid en nu stonden ze op het punt het land in bezit te nemen. Maar er waren tien machtige volken in het land, die erg sterk waren. Je hoeft alleen maar naar de eerste stad, Jericho te kijken en je ziet hoe machtig ze waren! En Jericho lag aan het begin van het land. Toen de spionnen eropuit gestuurd werden, kwamen ze terug en zeiden: “Wij waren als sprinkhanen in hun ogen”. “Maar Jozua sloeg zijn ogen op en zie, daar stond een man tegenover hem met een uitgetrokken zwaard in de hand. Jozua trad op hem toe en vroeg hem: Behoort gij tot ons of tot onze tegenstanders? Doch hij antwoordde: Nee, maar ik ben de vorst van het heer des HEREN. Nu ben ik gekomen. Toen wierp Jozua zich op zijn aangezicht ter aarde”. In feite zei Jozua: “Het is goed. Deze strijd is niet van mij. Het veroveren van dit land is niet mijn zaak. De vorst der heerscharen neemt dit op zich”. Ik vraag me af wie dat was. Misschien de Heere Jezus wel? Hij is immers de vorst der heerscharen. Zo gaf, de Heere antwoord op al hun problemen door alleen maar te zeggen: “Wat je ook mag missen van nature, Ik maak het geestelijk goed. Je mag dan een klein volk zijn, en een berg aan tegenstand tegenover je hebben, je kunt beseffen datje geen leger hebt om je te helpen, maar Ik, de Heere der heerscharen, ben met je door Mijn Geest”. Okay, als we de Heilige Geest hebben en de Heere der heerscharen, vermogen we alles.

Hebt u dat nogal vreemde vers in Zacharia 4 opgemerkt? Het ging over de zeven ogen van de Heere. Er staat dat die zich verblijden. Zeven is altijd het getal van volmaaktheid. Dit betekent dus eenvoudig het volmaakte geestelijke zien van de Heere. De Heere ziet alle dingen scherp en volkomen. Er is niets mis met de ogen van de Heere. Hij overziet de hele situatie. Hij weet er alles van. Nu staat er dat als de Heere het paslood ziet in de hand van Zerubbabel, Zijn ogen zich verblijden (Eng. vert.). Wat betekent dat? De Heere is erg blij en gelukkig als Hij een volk ziet dat op Zijn eer uit is. En niets inspireert meer dan te weten dat de Heere erg blij is. U weet toch dat als u het gevoel hebt dat de Heere verheugd is, u ook vol vreugde bent. Wat een kracht is dat voor ons als we weten dat de Heere er blij om is! We kunnen alles doen als we maar weten dat de Heere er in is. U weet dat toen Nehemia de muren van Jeruzalem herbouwde en al die vijanden het werk probeerden te stoppen, hij tegen het volk zei: “De vreugde in de HEERE, die is uw toevlucht” (Eng. vert. “sterkte”, Neh. 8:11). Wat u sterk maakt is het weten dat dit iets is wat de Heere gedaan wil hebben en wat Hem behaagt. Ik herhaal: het is altijd een grote bemoediging als je weet dat de Heere aan je kant staat. Als de Heere alles in ogenschouw neemt, komt er vreugde in Zijn ogen. Hij zegt: “Dit is wat Ik graag wil”. Er is niets dat meer onze kracht wegneemt dan weten dat de Heere er niet in is. Wanneer de Heere ziet wat Hij graag wil, betekent dat een bemoediging en sterkte voor ons. Nu komen we bij de allesomvattende boodschap van dit hoofdstuk. We kunnen concluderen dat als dit werk ooit gedaan zal worden, het alleen door de Heere tot stand zal kunnen komen. Stel dat ze met een grote menigte waren geweest, zodat er grote dingen tot stand konden komen en dat ze een groot leger hadden om hun bij te staan en dat ze dan dit werk hadden aangepakt, wat zou er dan gebeurd zijn? Ze hadden gewoon gezegd: “Ziet u, we waren met zoveel en we kregen veel hulp. Daarom konden wij het doen, wij hebben het zelf gedaan”. De Heere accepteert dit niet. De Heere verlangt iets dat alle eer aan Hemzelf brengt. Hier hebben we dus een getuigenis van iets dat helemaal van de Heere is, zonder iets van de mens. Vergeet niet dat dit een eeuwige waarheid is. Er is niets met betrekking tot de Heere dat u en ik zelf kunnen doen. Als het iets is wat te maken heeft met de heerlijkheid van de Heere, kan niemand anders dan de Heere het doen. Hebt u ooit geprobeerd uzelf te redden? Hebt u ooit geprobeerd uw eigen behoudenis te bewerken? Dan weet u hoe onmogelijk dat is. Alleen de Heere kan het en niemand anders. Hebt u geprobeerd in uw eigen kracht de moeilijkheden en tegenstand van het christelijk leven te lijf te gaan? Je hebt geleerd dat je het niet kunt. Als de Heere je geen kracht verleent, kom je om. En zo is het ook in het werk van de Heer. Dat kan nooit door natuurlijke kracht gedaan worden. De Heere moet alle eer krijgen of Hij krijgt niets. En dat is de boodschap van dit hoofdstuk. Het is niet het een of ander, maar Mijn Geest, zegt de Heere. Wat alleen aan Hem toegeschreven kan worden, brengt Hem de meeste eer.

Maar let op het volgende. Als dat zo is, als de Heere het moet doen, als Hij alle heerlijkheid krijgt, dan moet het in een vat zijn van zuiver goud. Daarom lezen we over de kandelaar. De profeet zag een kandelaar van zuiver goud. Dat is een symbool van het vat van dat getuigenis van de Heere. Het licht dat die kandelaar verspreidt, is het getuigenis van de Heere en dat moet in een vat zijn van zuiver goud. We hebben het nu niet over materiële dingen, we spreken over symboliek. Wat is dit zuivere goud? Het is een vat, een werktuig dat geen vermenging kent! Het is niet iets van de Heere én iets van de mens. Het is niet iets van de Heere én iets van de wereld. Niet iets van de wil van God en iets van mijn wil. Nee, het is alleen de Heere, zonder enige vermenging  een kandelaar van zuiver goud. Hoe werd die kandelaar gemaakt? Als je de instructies voor het maken van de kandelaar voor de tabernakel leest, dan zegt de Heere daar twee dingen over. In de eerste plaats moest hij uit één stuk gemaakt worden en ook moest hij “gedreven werk” zijn. Hier zien we twee principes van dat waar de Heere mee gediend wordt, wat Hem werkelijk eer geeft, wat Hem behaagt. Het moest uit één stuk zijn. Dat betekende eenvoudig dat je niet verschillende stukken materiaal kon brengen en ze dan proberen tot één stuk te maken. Het is niet de bedoeling dat je je hand legt op mensen en zegt: “Kom en doe met ons mee!” Dan breng je materialen van buitenaf bij elkaar en voegt ze samen. Zo werken ze in de fabriek. De Heere werkt niet volgens dit principe.

Let nu goed op. Ik geef u de fundamentele principes van alles wat echt van God is. En God zegt dit over het voorwerp van Zijn getuigenis. Het moet niet zo zijn dat veel losse delen gewoon bij elkaar worden gebracht. Er moet een fundamentele basiseenheid zijn. De mens kan daar niet zomaar anderen aan toevoegen. De eenheid moet het gevolg zijn van iets dat God in allen gedaan heeft. Allen die erbij betrokken zijn, moeten één visie hebben. Allen moeten alleen dat ene zien wat God verlangt, wat de apostel Paulus “het eeuwig voornemen van God” noemde. Het is essentieel dat allen die de Heere gaan dienen op deze wijze, één visie hebben. Als twee broeders, slechts twee, die verantwoordelijkheid dragen, niet één zijn in visie, kan dat het hele werk verdeeld maken. Deze eenheid moet in de eerste plaats betrekking hebben op hen die verantwoording dragen. Zij zien dat ene. Ze hebben één gezindheid en één geest. En dat moet ook zo zijn bij allen die betrokken zijn bij het getuigenis van de Heere. Het is absoluut wezenlijk dat wij allen hetzelfde zien, dat wij allen dezelfde visie hebben, en allen dezelfde geest, dat wij één geheel zijn, niet alleen zoveel verschillende mensen die aan elkaar gelast worden, maar “uit één stuk”. In de tweede plaats zegt de Heere dat deze kandelaar van “gedreven werk” moet zijn. Hier is een groot stuk goud. Dat moet gevormd worden tot een kandelaar, een getuigenis. Hoe doe je dat? Je hebt daarvoor twee stukken gereedschap nodig. Je hebt een beitel nodig om te snijden en een hamer om hard mee te slaan. (Daarom staat er in het Engels in plaats van “gedreven” NBG, “geslagen”, beaten). Dit betekent dat het gevormd wordt in tucht en lijden. Dit voorwerp van het getuigenis is het resultaat van heel wat hamerslagen, dat is lijden. Dat bedoelde de apostel Paulus toen hij zei: “… om Hem te kennen … en de gemeenschap aan Zijn lijden” (Fil. 3: 10). Paulus was een bijzonder werktuig voor het getuigenis, maar zie hoe de beitel en hamer bij die man gebruikt werden. Hij had heel veel te verduren. Zo waren ook deze paar mensen in Zacharia mensen die door lijden heen gegaan waren. Ze hadden veel hamerslagen in hun leven gehad. Maar de Heere ging ze vormen tot een werktuig in Zijn hand, een levend getuigenis. Dat kan ons veel te zeggen hebben. Begrijpt u wat de Heere aan het doen is in ons leven? We hebben misschien ook veel hamerslagen gekend en we vreesden het ergste. We dachten dat we eraan ten onder zouden gaan. Maar de Heere wilde ons niet breken, maar ons juist tot één geheel maken. Dat is het gevolg van lijden en tuchtiging. Het moet een werktuig worden, van louter goud en een getuigenis dat door tegenspoed en tegenstand gevormd is. Ik wil eindigen met het volgende. Herinnert u zich de twee olijfbomen in dit hoofdstuk? Dat is een prachtige illustratie die veel verduidelijkt. Aan weerskanten van de kandelaar stond een olijfboom en vanuit deze twee olijfbomen stroomde de olie in de kandelaar. Dit waren niet zomaar oliereservoirs, geen containers die een bepaalde hoeveelheid olie bevatten, nee, dit waren levende bomen met een oneindige voorraad olie. En dat is wat de Heere bedoelde toen Hij zei: “Door Mijn Geest”. – “Voor een werktuig dat door lijden heen gegaan is, dat gevormd is door vele hamerslagen, voor een werktuig dat gelouterd is in het vuur van tegenstand, voor een vat alleen voor Mijn heerlijkheid, heb Ik een onuitputtelijke voorraad. Mijn bronnen raken nooit leeg”. De levende olijfbomen gaan door met het uitgieten van hun olie, voor altijd. Wat een prachtig beeld en hoe waar is het in onze geestelijke ervaring. De wijze waarop de Heere werkt om te verkrijgen wat Hij verlangt en de onuitputtelijke voorraad van Zijn genade, is voor ons! We hebben hier dus een getuigenis van de grootheid van de kracht en de genade van God. Dat is wat de Heere met ons wil doen. Hij wil een kandelaar van louter goud, die door lijden gevormd is zodat Hij hem kan gebruiken, en die de onmetelijke bronnen van Zijn kracht en genade heeft leren kennen. “Niet door kracht noch geweld, maar door Mijn Geest! zegt de HEERE der heerscharen.

Wordt D.V. vervolgd.

Publicatie met toestemming van: Stichting “De Gouden Kandelaar” te Twello, van der Duyn van Maesdamstraat 89, 7391 VK Twello. Het wordt op aanvraag gratis toegezonden en heeft geen abonnementsprijs. Doel van deze publicaties is: Gods volk in onze tijd bewust te maken van de hemelse roeping van de gemeente van Jezus Christus, opdat Hij bij Zijn komst een toebereide bruid zal vinden.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW