10 jaar geleden

De wet – de leefregel voor Christenen? (2)

Deel I

Vervolg van 2:

2. De wet van de Sinaï geldt niet voor Christenen

c) De wet is niet voor rechtvaardigen bestemd

De wetgever richt zich soms met een wet tot een bepaalde groep personen met het doel, hen tot een bepaald gedrag te bewegen. Bijvoorbeeld worden emissie-certificaten ingevoerd om energiebedrijven en andere industrie-ondernemingen ertoe te bewegen, hun CO2-uitstoot te verminderen. Ook de wet van de Sinaï jaagt een bepaald doel na met een bepaalde groep personen:

  • “Maar wij weten dat de wet goed is als iemand haar wettig gebruikt, doordat hij dit weet, dat  [de] wet niet bestemd is voor een rechtvaardige, maar voor wettelozen … voor goddelozen en zondaars, voor onheiligen en ongoddelijken, voor vadermoorders en moedermoorders, voor doodslagers, hoereerders, …” (1 Timotheüs 1:9). De meeste mensen uit het volk Israël waren niet wedergeboren. De wet moest  hen tot erkenning van zonden en tot bekering brengen. De Joodse wetgeleerden, tot wie Paulus zich in 1 Timotheüs 1 richt, wilden Christenen die het nieuwe leven hadden en de gedachten van God verwerkelijken wilden, onder de wet brengen. Natuurlijk kan een mens – ook buiten het Jodendom (waar het hier om gaat) – door de wet van een zonde overtuigd worden of zijn zondige toestand erkennen. De wet – de ‘pedagoog’  (zie Galaten 3:24) {pedagoog is iemand aan wie men een kind ter opvoeding toevertrouwt – vertaler} – was echter niet gegeven, opdat door God gerechtvaardigde Christenen (Romeinen 3:24 v.v.) heilig zouden kunnen leven.

Wie de wet voor een rechtvaardige als ‘levensregel’ toepast, misbruikt het tot een doel, waarvoor God het niet gegeven heeft.

d) De Christen is aan de wet gestorven

Sinds 2002 stond Slobodan Milosevic, de vroegere president van Servië, voor het Internationaal Oorlogstribunaal in Den Haag. Hem werden talrijke moorden en andere oorlogsmisdaden In de Joegoslavië-oorlog ten laste gelegd. Op 11-03-2006 werd hij in zijn cel dood aangetroffen. Ook wanneer het voor ieder mens “beschikt is éénmaal te sterven en daarna het oordeel” (Hebreeën 9:27 – bedoeld wordt Gods oordeel), is Milosevic, door zijn dood aan de aardse wetsvoltrekking onttrokken.

De Christen is voor de wet van Sinaï dood, hij is vrij van de wet:

  • “Dus bent ook u, mijn broeders, voor de wet gedood door het lichaam van Christus, opdat u aan een ander toebehoort, aan Hem die uit [de] doden is opgestaan, opdat wij voor God vrucht dragen” (Romeinen 7:4). Christus is gestorven. Wij zijn door het geloof met Hem één. Zijn dood wordt ons toegerekend en is daarmee ook onze dood.
  • “Want ik ben door [de] aan [de] wet gestorven om voor God te leven” (Galaten 2:19). Ik ben aan de wet gestorven, dat betekent: ik ben voor de wet dood. Ik ben door de wet gestorven, omdat Christus de dood en de verdoemenis, dat alleen de wet mij brengen kon, plaatsvervangend voor mij op Zich genomen heeft (Galaten 3:13). De wet heeft nu geen aanspraak meer op mij – als ik in geloof de dood van de Heer Jezus voor mij in aanspraak neem.

Niet de wet heeft aanspraken op de Christen, maar Christus. De Christen behoort Christus toe, om voor God vruchten voort te brengen. Met de wet is het net als met de zonde (vergelijk Romeinen 6:1 en vervolgens): De Christen is voor beiden dood – hij leeft alleen voor God (vergelijk Filippi 1:21). De nieuwe mens zoekt niet het oude.

Leeft de weer getrouwde weduwe nog voor haar eerste man?

Paulus gebruikt in Romeinen 7 een duidelijk beeld voor de verhouding van de Christen tot de wet: Een vrouw is door de wet aan haar echtgenoot gebonden, zolang hij leeft. Is hij gestorven, dan is zij van hem vrij en kan zij opnieuw trouwen. Dan leeft zij geheel voor haar tweede man. Zo iets dergelijks (maar omgekeerd) is het ook met de Christen: Zelfs wanneer zij vroeger (voor zover zij Joden waren) aan de wet gebonden waren, zo zijn zij nu daarvan vrij: Zij zijn met Christus gestorven en hebben zich met een Ander verbonden – namelijk met de opgestane Christus. Wat zou men van een weduwe denken, die weer getrouwd is, maar zich naar de wensen van haar vroegere man richt? Wat moet men van een Christen denken, die zich richt op de oude geboden, in plaats van zich volledig aan zijn nieuwe Heer over te geven?


Men kan niet zeggen: “Ik ben aan de wet gestorven, maar ik neem het als mijn levensregel”. Dat is nonsens!

J.N. Darby


 

Wordt D.V. vervolgd.

Thorsten Attendorn, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW