14 jaar geleden

De voorraadschuren van de hemel

Het is een moeilijke opgave om voor anderen te schrijven wat de juiste manier is van het lezen en bestuderen van de Bijbel. De oneindige diepten van het Woord van God, de onuitputtelijke hulpbronnen in God en de morele heerlijkheden van de persoon van Christus zullen alleen aan het geloof worden ontvouwd, en dit alleen ook dan, wanneer een oprechte behoefte aanwezig is. Dit maakt de zaak dan ook heel eenvoudig. Wij hebben geen wijsheid of intellectuele scholing nodig, maar pure eenvoud zoals bij een klein kind. God Die ons de Heilige Schrift gaf, moet ook ons verstand openen om ons Zijn waardevolle onderwijs te kunnen schenken. En Hij zal dat doen wanneer wij slechts ernstig en met een voornemen van ons hart op Hem wachten.

Allereerst mogen we nooit het belangrijke feit uit het oog verliezen dat onze kennis alleen dan vermeerderen kan, wanneer we naar datgene wat we reeds geleerd hebben, handelen. Het is onmogelijk om de Bijbel te verslinden als een “roman”. We kunnen ons “verstand volstoppen” met Bijbelkennis, we kunnen een “fijngevoeligheid” voor de leer en de letter van de Schrift ontwikkelen, zonder ook maar iets van geestelijke kracht te bezitten. We moeten ons naar de Schrift richten zoals een dorstige naar de bron of zoals een hongerige naar voedsel of zoals een stuurman die de zeekaart bestudeert. We moeten ons tot het Woord van God wenden, omdat we niet anders kunnen. We lezen niet in de eerste plaats om te studeren, maar om gevoed te worden.

De Goddelijke natuur in ons leidt ons vanzelf naar het Woord van God, waardoor wij opnieuw geboren zijn (1 Petrus 1:23). Zo verlangt een pasgeboren baby naar de melk waardoor hij groeien zal. Door het voeden met het Woord van God groeit de nieuwe mens. Hieruit zien we hoe natuurlijk en praktisch de vraag naar de juiste manier van bijbelstudie is. Ze is nauw verbonden met heel onze morele en geestelijke toestand, met onze dagelijkse wandel en onze praktische gewoonten en gedragingen. God heeft ons Zijn Woord gegeven om ons karakter te vormen, om onze manier van doen een vaste grondslag te geven en onze wandel daarop af te stemmen. Daarom is het een grote dwaasheid een hoeveelheid Schriftkennis in het verstand op te willen slaan, zolang het Woord geen vormende invloed op ons en geen zeggingskracht over ons heeft. Kennis zal ons dan alleen opblazen en misleiden. Het is uiterst gevaarlijk waarheden te bestuderen zonder die te verwerken. Het heeft tot gevolg harteloze onverschilligheid, lichtzinnigheid van geest en een ongeoefend geweten en tot resultaat beklagenswaardige mensen. Niets kan ons zo volledig in de hand van de vijand brengen als een opeenhoping van kennis van de waarheid in het hoofd zonder een teer geweten, een waarachtig hart en een oprechte geest. Het louter kennen van de waarheid zonder dat het een uitwerking heeft op het geweten of in het leven tot uitdrukking komt, is een bijzonder gevaar in de dagen waarin wij leven. Het is veel beter slechts weinig te weten, maar dan als een werkelijkheid en kracht, dan veel waarheid te kennen die echter nutteloos ligt opgeslagen in het verstand, maar geen invloed uitoefent op het geweten en in het leven niet zichtbaar wordt. Is het niet beter ons op een oprechte wijze in Romeinen 7 te bevinden, dan ons in te beelden in Romeinen 8 te zijn? In het eerste geval kan ik er zeker van zijn dat ik goed zal terechtkomen, en in het laatste geval kan niemand zeggen waar het eindigt.

Wat de vraag betreft van het gebruik van menselijke geschriften bij het bestuderen van de Bijbel, is grote voorzichtigheid noodzakelijk. Ongetwijfeld kan en zal de Heer van de geschriften van Zijn dienstknechten gebruik maken, net zoals Hij hun mondelinge dienst tot onze opbouw en onderwijzing gebruikt. In de tegenwoordige verdeelde en verscheurde toestand van de Christenen is het inderdaad wonderbaar de rijke genade en de tedere zorg van de Heer te mogen opmerken in het zorgen voor Zijn geliefd volk door middel van de geschriften van Zijn dienstknechten.

Maar we herhalen dat grote voorzichtigheid en een ernstig wachten op de Heer nodig is, opdat wij zulke kostbare gaven niet zullen misbruiken en zij ons niet daartoe brengen, handel te drijven met geleend kapitaal. Als we werkelijk afhankelijk van God zijn, zal Hij ons de nodige voeding geven die voor ons geschikt is. Zo ontvangen we alles van Hemzelf en houden het vast in gemeenschap met Hem. Dan is het voedsel fris, levend, sterkend en vormend. Het Woord spreekt dan tot het hart en verlicht het leven. Zó groeien we op in de kennis en genade van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Kostbare groei! Moge er meer van dit soort groei zijn (Kolosse 1:5,6)!

Bovendien moeten we bedenken dat de Heilige Schrift de Stem van God is. En het geschreven Woord stemt volledig overeen met het levende Woord. Alleen door het onderwijs van de Heilige Geest kunnen we de Schrift werkelijk verstaan; Hij openbaart de levende diepten aan het geloof en wel daar, waar behoeften zijn. Hebben wij die behoeften? Is het zo bij ons zoals de psalmist het uitdrukt in Psalm 119:10: “Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen”? Dan zullen wij Zijn stem horen. Hij zal dan tot ons spreken door Zijn Woord. Zijn Geest zal ons in de hele waarheid leiden en zal ons de toekomstige dingen verkondigen en bovenal de Heer Jezus verheerlijken (zie Johannes 16:13-15). Dan zal ons geloof stijgen tot de ongekende hoogten en vreugden van de hemel waar Hij is Die ons zo liefhad. We worden dan opgetrokken tot Hem Die het middelpunt van de hemel en van het hart van de Vader is. De voorraadschuren van de hemel waar we vrij naar binnen mogen gaan, gaan voor ons open. Dan zien we Hem Die God zo uitermate verheerlijkte op aarde en het werk voleindigde op het kruis van Golgotha (Johannes 17:3-4). Zo krijgen we voedsel, onderwijs alsmede opvoeding tot aanbidding. Verlangen wij daar ook naar?

“Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte; doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen” (Psalm 81:11). Of behoren wij tot hen die Zijn stem niet gehoord hebben (zie vers 12a)?

Laten we de gaven die God ons gegeven heeft, ook op de juiste wijze benutten en onze monden openen om van Hem te ontvangen! Laten we dat niet vergeten!

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM