14 jaar geleden

Jonge mensen in de Bijbel (4)

De tweede Mens – De overwinnaar

VOORDRACHT 2

Mattheüs 3:4; Lukas 2-4

We hebben nu een veel gelukkiger onderwerp voor ons dan de vorige keer. Toen zagen we in Genesis 3 de volslagen nederlaag en vlucht van de mens van wie we allen afstammen. We zagen de eerste mens verslagen, verbrijzeld, overwonnen en compleet gevangen genomen door satan en tenslotte door het rechtvaardige oordeel van God uit het paradijs verdreven. Ja, hij was verslagen, onteerd en in de wereld gedreven waar satan, zonde en dood hebben geregeerd tot op het moment van het komen in de wereld van Hem over Wie we in bovengenoemde bijbelplaatsen lezen. Het is niet goed voor ons het feit te ontkennen dat we allen verwant zijn met deze gevallen mens. We zijn allen nageslacht van deze mens en hij is een geruïneerd mens – een rampzalig mens, een verloren mens, een verdwaald mens – en zo is dus zijn hele familie. Jij bent verloren, jonge vriend, als je geen ontmoeting gehad hebt met Jezus. Ik weet niet of je het pad al gekruisd hebt van deze zegenrijke Man van Wie ik las, maar zo niet dan is mijn ernstig gebed dat je Hem mag ontmoeten voordat het te laat is. Hij wil je zegenen; Hij wil je redden! Hoe ik dat weet, zeg je? Omdat Hij mij gezegend en gered heeft en dit deed hij toen ik ongeveer zo oud was als de meesten van jullie – twintig jaar.

Vierduizend jaar zijn voorbijgegaan sinds de tijd waarvan we de vorige keer spraken. Die vierduizend jaar van de geschiedenis van de mens en van de wereld, van Adam tot op Christus, werden, wat de mensen betreft, gekenmerkt door een voortdurende koers van zonde en ongehoorzaamheid. De mens faalde alom.

Adam’s oudste zoon sloeg zijn broer dood; Noach, gezet op een nieuwe aarde, werd dronken. Ik vraag me af of er een of ander jong mens hier net zo door God werd gezien. Je kunt niet met de vinger naar Noach wijzen. Noach was een zondaar; jullie zijn het ook. Noach zondigde; jullie ook. Laten we de loop der tijden volgen. In de dagen van Abraham werd de mens een afgodendienaar (Jozua 24:2). Laat ik de geschiedenis van Israël nemen. De Heere gaf Aäron een buitengewoon voorrecht – het priesterschap … doch de zonen van Aäron offerden vreemd vuur aan God. De machtigste en meest wijze koning die de wereld ooit zag, over zijn wijsheid is geen twijfel en zijn heerlijkheid kan op geen enkele wijze vergeleken worden – want niets heeft nog de roem van de regering van Salomo overtroffen – ging helemaal af. Hij “had veel vreemde vrouwen lief” en “het geschiedde dat zijn vrouwen zijn hart achter andere goden neigden” (1 Koningen 11:1,4). Het feit blijft, de eerste mens is een volkomen mislukkeling. Zijn hart is ver van God en van hij is een zondaar in de bron van zijn natuur. Hij is onder de macht van satan; en, reken er maar op, als de duivel iemand in zijn macht heeft, zal hij deze mens zolang het in zijn macht ligt niet zo snel weer loslaten.

Maar jij zegt: Ik geloof niet in de duivel. Dat is mogelijk; maar wanneer jij het bestaan van satan ontkent bezegel jij je eigen veroordeling. Onthoudt dat goed! Wanneer je de realiteit van de macht van satan en zijn bestaan loochent, zul je ook de Christus van God op moeten geven Die op het toneel verschenen is nadat de weg van de eerste mens – onderdrukt en beheerst door satan – vierduizend jaar lang er een geweest is van zonde, verdriet, ellende en verwijderd zijn van God. Tenslotte daagde de “Opgang uit de hoogte” in deze wereld (Lukas 1:78). Ik verwonder me niet dat de hemel in verrukking uitbrak toen de gezegende Jezus werd geboren. Ik ben er niet verbaasd over toen de engelen van de Heere de herders van Bethlehem de glorieuze boodschap aankondigden “want u is heden een Heiland geboren, die Christus, [de] Heere is” (Lukas 2:11), dat de hemel in extase geraakte. Ik wilde dat je hart er een beetje van af wist. Waarom geraakte de hemel in beweging? Ik zal je vertellen waarom. Het erkende dat met de zending van een Heiland door God de oplossing van het probleem, hoe de mens uit zijn verloren toestand gered kon worden, was gevonden. “God geopenbaard in het vlees”. De eeuwige Zoon van God moest als “de Mens Christus Jezus” vanuit de hemel op aarde komen om Redder van mensen te worden.

Zijn karakter en Zijn dienst werden bekend gemaakt met de woorden: “Want u is heden een Heiland geboren, die Christus, [de] Heere, is, in de stad van David”. Voor Zijn geboorte werd Zijn naam al verklaard: “En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren en gij zult hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden”. Zo hoorde Maria het (Lukas 1:31,32).

Ook Jozef, Zijn vermeende vader – hoewel we weten dat hij Zijn vader niet was, maar zodra er twee waren verloofd werden ze, in overeenstemming met de joodse wet, beschouwd als man en vrouw, vandaar dat Jozef werd beschouwd als Zijn vader – werd voor het kind was geboren was, aangesproken door de engel van de Heere als volgt: “Jozef, zoon van David, vrees niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest. Zij zal een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven”. Liefelijke naam! Er is geen naam gelijk deze. “Gij zult Hem de naam Jezus geven”. Waarom? “Want Hij zal zijn volk verlossen van hun zonden” (Mattheüs 1:20,21). Behoor jij al tot Zijn volk? Kun jij ook, zoals velen onder jullie, eerlijk zeggen: “Ik behoor tot Zijn volk” “Hij zal Zijn volk redden van hun zonden” – dat is waar het om gaat. Mijn vriend, mag ik je vragen, heeft de Naam van de Heere Jezus enige bekoring voor je? Het is een kostbare naam en wanneer de naam van alle mensen, die op aarde eens geroemd en geëerd werden, voor altijd vergeten zullen worden, blijft de Naam van Jezus het lied en de eeuwige vreugde voor Zijn volk! Zeker, er staat geschreven: “Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?” (Psalm 41:6). Zijn naam vergaan? O, dank God, nooit en te nimmer! Weet je niet wat God zegt? “Ik zal Uw Naam doen gedenken van geslacht tot geslacht; daarom zullen U de volken loven eeuwig en altoos” (Psalm 45:18). God zij dank behoor ik tot hen die Hem prijzen aan aanbidden; ik hoop dat jij ook daartoe zult behoren, mijn vriend. Denk er aan! Zijn naam vergaan? Nooit! Dank God daarvoor dat Hij stierf want Hij stierf voor ons! Hij kon voor ons sterven, juist omdat Hij zelf niet aan de dood onderworpen was. Zichzelf overgegeven in de dood en weer opgestaan heeft Hij nu een naam boven alle naam – de Naam Jezus. Voor deze gezegende Jezus wil ik jullie hart winnen wanneer je tot nu toe Hem nog niet toebehoort.

We krijgen het verslag van de geboorte van onze Heere in het tweede hoofdstuk van Lukas en het vertelt ons ook over Zijn jeugd. De woorden van de Schrift vertellen ons daar dat Hij Zijn ouders onderdanig was en Hij “nam toe in wijsheid en gunst bij God en de mensen” (Lukas 2:52). Op zijn twaalfde jaar is Hij onder de schriftgeleerden gezien – niet met de brutaliteit van tegenwoordig, wanneer menig twaalfjarig kind meent dat hij alle dingen beter weet dan zijn vader. Wat een prachtig moreel beeld! “En … dat zij Hem vonden in de tempel, waar Hij zat temidden van de leraren terwijl Hij naar hen luisterde en hun vragen stelde” (Lukas 2:46). Over de volgende achttien jaar valt een sluier en de Schrift zwijgt over wat er gedurende deze achttien jaar gebeurde, behalve dat Hij onderdanig was aan Zijn ouders. “Is Hij niet de timmerman, de zoon van Maria?” (Markus 6:3), waren duidelijk woorden van een achteloos en minachtend ongeloof. Maar ik denk niet dat deze achttien jaar vergeefse tijden voor de gezegende Heere waren. Hij was altijd bezig in het werk van Zijn vader. Deze Gezegende, als werkelijk en ware mens, was de eeuwige Zoon van God en heeft de aarde in genade opgezocht. “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond – vol van genade en waarheid” (Johannes 1:14). God Zelf verbleef in de gestalte van een mens op aarde. Dat is de ene zijde van de waarheid; de andere kant is het echter zeer voor de hand liggend dat de Heere Jezus in deze jaren van afzondering en teruggetrokkenheid met Zijn eigen handen werkte.

Tenslotte kwam het ogenblik dat God deze gezegende, nederige, gehoorzame mens – Zijn Zoon – riep en Hij kwam tevoorschijn. Wat moest Hij doen? Strijden met de vijand die de eerste mens overwon. In die tijd was er grote beroering onder de joden. Johannes de Doper trok door het land. Een man met geweldig gezag, hij heeft de mensen indringend hun zonden indachtig gemaakt. Johannes verheelde geen dingen. Allen zijn zondaars, en allen moeten zich hun zonden voor God verantwoorden. Jij hebt gezondigd. Ik ook. Ieder mens. “Allen hebben gezondigd”. Kan God dit door de vingers zien? Hij zou geen God zijn als Hij dat deed. Jij mag je zonden licht opnemen maar straks zul je het niet meer doen. Johannes predikte berouw en de doop tot vergeving van zonden. De mensen waren diep aangeraakt. Ach, geve God dat ook vandaag! De mensen voelden dat zij onder het oordeel van God stonden. Zij voelden hun zonden. Johannes kon hen alleen vertellen zich te laten dopen tot de vergeving van hun zonden. Hij kon niet, zoals ik het doe, een tegenwoordige vergeving prediken. Maar terwijl hij voortging met zijn werk en aan de oever van de Jordaan predikte tot een berouwvolle menigte, naderde een onbekende man. Zoals er in Johannes 1 staat: “Zie, het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt”.

Jezus werd, zoals Hij wenste, gedoopt – zeer zeker niet onder belijdenis van zonden want Hij had er geen, maar Zijn plaats in genade innemende onder de Godvruchtigen die door hun daden zodanige bleken te zijn – en na gedoopt te zijn werden de hemelen geopend, en – indrukwekkend feit – als Hij in openbare aandacht komt, vind je Hem als een biddend Mens.

In het Lukas-evangelie zul je de Heere Jezus zeven maal voor God in gebed vinden, hier is het eerste voorbeeld. Wij hebben hier de zondeloze Mens in diepe afhankelijkheid van God voor ons en tot Hem zegt de Vader: “Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen”; en ik zal je uit de Schrift het ene getuigenis na de andere laten zien welke de zondeloze volmaaktheid van deze gezegende Mens bewijzen. Hij zei van Zichzelf: “Wie van u overtuigt Mij van zonde?” (Johannes 8:46). De dienaars van de farizeeën, uitgezonden om Hem te pakken, kwamen, overweldigd door de genade en macht van Zijn woorden, terug en verklaarden: “Nooit heeft een mens zó gesproken als deze mens” (Johannes 7:46). Pilatus zei, toen Christus in zijn gerechtszaal was gebracht, tot drie maal toe: “Ik vind geen schuld in Hem” (Johannes 18:38; 19:4,6). De stervende rover zei: “Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan” (Lukas 23:41). Paulus schreef van Hem dat Hij “de zonde niet kende” maar “voor ons tot zonde gemaakt” (2 Korinthe 5:21). Een andere apostel zei van Hem: “Die geen zonde gedaan heeft en geen bedrog werd in Zijn mond gevonden” (1 Petrus 2:22). En een laatste getuigenis voegt er aan toe: “In Hem is geen zonde” (1 Johannes 3:5). Mijn vrienden, Deze is een unieke Mens. Deze Mens is onvergelijkelijk in de heerlijkheid van Zijn Persoon – uniek in het feit dat Hij absoluut zondeloos was. Maar let op! Hij was een waarachtig mens, een werkelijk mens, een echt mens, een mens zoals ik mens ben, uitgezonderd de zonde.

Toen God de eerste mens op aarde invoerde, hebben we gezien dat deze “uit het stof van de aarde was”; maar “de tweede Mens is uit de hemel” (1 Korinthe 15:47). Wat een wonderlijke zaak dat in deze wereld van zonde en dood er een Mens zou komen die de Heere van de hemel was! In Zijn leven bracht Hij God tot de mens en door Zijn dood bracht Hij de mens gerechtvaardigd tot God. We moeten niet met het verkeerde idee doorlopen dat de vleeswording van deze Gezegende de mens tot God heeft getrokken, of doordat Christus Mens werd de mens op een of andere wijze tot God opgeklommen is. Zo’n leer vinden we niet in de Schrift. Zijn eigen woorden waren: “Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij alleen, maar als zij sterft, draagt zij veel vrucht” (Johannes 12:24). Maar boven alles, Hij werd verzocht en beproefd, en, dank God!, Hij komt als Zegevierende tevoorschijn – de Overwinnaar van hem die de eerste mens overwonnen heeft; en toen Zijn overwinning over satan compleet was en Hij toen op zijn schreden met het volste recht naar de hemel kon terugkeren, wat deed Hij toen? Hij draaide Zich om en vernederde Zich en stierf voor jou en mij. Nu zeg ik tegen jullie: “Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt!”. En Wie is deze Jezus? De eeuwige Zoon van God. Jezus kwam als Mens in deze wereld met de opdracht de mens uit de macht van de vijand te verlossen.

Wordt D.V. vervolgd.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW