6 maanden geleden

De rode fiets

“Jongen, je hebt wat boeken laten vallen!”

Ik stopte onmiddellijk. Ik zette de fiets neer en haastte me om de boeken te verzamelen die als een reeks verspreide parels in het zand van de akker waren gevallen. Mijn hart bonkte! Had die mevrouw door wat voor boeken ik kwijt was?

Ik had me moeten realiseren waarom die plastic tas steeds lichter werd terwijl ik hem op mijn fiets droeg. Ik was net halverwege het lege veld op weg naar Ploiesti1 op een warme zomerdag, toen ik me realiseerde dat mijn missie wel eens in gevaar zou kunnen komen. Bovendien kon de rode Pegas-fiets op duizenden kilometers afstand worden herkend.

Ik begon de stoffige bijbels één voor één op te rapen en bond de tas dicht, die was afgebroken door het achterwiel van de fiets. Eindelijk haalde ik opgelucht adem, want ik had weer vijftig bijbels, met een vaste bestemming: een appartement in Ploiesti.

Mijn mentor en vriend Filip Dinca had me eerder die dag gevraagd hem een plezier te doen: “Ik heb wat bijbels die naar zuster Boboc moeten. De geheime politie (Securitate) volgt me al. Jij, als jongere, zou dit zonder problemen kunnen doen.”

Ik nam dit gewaagde voorstel meteen aan omdat ik God graag wilde dienen. Ik was niet bang, hoewel ik wist, dat er grote problemen in mijn familie zouden komen als ik betrapt zou worden. Na een uur fietsen vanaf het huis van broeder Filip in Ploiestiori, kwam ik met de Bijbels aan bij het huis van zuster Boboc. Toen ze me zag, nam ze me in haar armen en kuste me.

Tijdens het communistische tijdperk waren veel mensen geïnteresseerd in het lezen van het Woord van God, een boek dat door de autoriteiten werd gehaat en verboden. Ik was zestien toen ik een keer betrokken raakte bij het smokkelen van Bijbels die over de rivier de Donau naar Roemenië werden gebracht. Een jaar eerder, in 1979, had mijn moeder een christelijke vrouw ontmoet toen ze in het ziekenhuis lag. Ze hoorde het evangelie en later gingen we allebei naar een christelijke kerk. Ik merkte, dat de Bijbel de basis was van de prediking en de praktijk in die gemeenschap, in tegenstelling tot de orthodoxe kerk waar ik altijd met mijn oma naartoe ging.

Eerst begon ik christelijke boeken te lezen en daarna het Nieuwe Testament. Ik verheugde me erover dat God me elke dag verbazingwekkende waarheden uit de Bijbel openbaarde. Eén daarvan was, dat ik een nieuw leven en een nieuw hart nodig had. Mijn gelovige buren lieten me vanuit de Schrift zien, wat het betekent om een kind van God te zijn.

Nadat ik op een avond de kerk had verlaten, waar ik een preek van broeder Filip Dinca had gehoord, ervoer ik een innerlijke vreugde die moeilijk in woorden is uit te drukken. Ik bad tot Jezus Christus en besefte, dat mijn zonden volledig vergeven waren en dat ik helemaal bij Hem hoorde. Ik begreep, dat de oude Razvan niet langer meer bestond. Daarom deed ik niet langer mee aan de grappen en grollen van mijn schoolvrienden. In plaats daarvan bezocht ik de familie Boboc om met hen over de Bijbel te praten.

Een klasgenote vroeg me op een dag: “Welke pillen heeft je moeder je gegeven om je zo te veranderen?”

Mijn contact met de gelovigen was beperkt, omdat ik van mijn vader alleen op zondag naar de kerk mocht, ’s ochtends of ’s avonds. Ik koesterde de twee uur die ik in de kerk doorbracht en op maandag dacht ik al aan de volgende zondag. Ik wilde in Gods aanwezigheid zijn en naar Zijn Woord luisteren.

Mijn vader was niet tegen mijn geloof, maar hij wilde ook geen details weten over de gemeente waar ik naartoe ging, zodat hij zich niet hoefde te verantwoorden tegenover zijn superieuren als hem dat werd gevraagd. Dit was ook de reden waarom hij erop stond, dat ik met mijn moeder naar Boekarest ging, in plaats van naar Ploiesti, als we gedoopt wilden worden. De lijsten met doopkandidaten werden door de pastors naar het Ministerie van Religieuze Zaken gestuurd, maar wij werden met opzet niet op de lijst van Boekarest gezet. De verklaring was heel simpel: mijn vader had een hoge functie bij de Securitate, de geheime politie in die tijd.

Broeder Filip Dinca accepteerde geen enkel compromis met de Securitate en weigerde informatie vrij te geven over zijn “ondermijnende” activiteiten. Als gevolg daarvan werd hij vervolgd en op een gegeven moment probeerde “iemand” hem omver te rijden met een auto. De Securitate drong er bij hem sterk op aan om het land te verlaten, wat hij ook deed. Drie maanden na zijn emigratie werd de bijbelsmokkel ontdekt en werden veel gelovigen gearresteerd. Op een dag kwam mijn vader thuis en vertelde het ons:

“Een vrachtwagen vol bijbels kwam vanavond aan bij het hoofdkwartier van de Securitate, die vervolgens werden verbrand op de binnenplaats van de afdeling. Degenen die betrokken waren bij het smokkelen van Bijbels over de Donau werden gepakt.” Het communistische regime vocht hard om het geloof in God en de pogingen om christelijke literatuur te verspreiden de kop in te drukken, maar faalde jammerlijk! Vandaag de dag kun je meer dan ooit effectief werk doen voor Christus als je een passie hebt voor Zijn Persoon en koninkrijk. Hiervoor heb je overtuiging en moed nodig, en passie voor Christus die alleen voortkomt uit een persoonlijke relatie met Hem.

Rcizvan Dumitrescu

Interview geleid door Andi Savu

NOOT:
1. Een stad in Roemenië. Dit verhaal speelde zich af ten tijde van het communisme, toen Bijbels verboden waren.

 

© The Christian Explorer 

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW