13 jaar geleden

De profeet Daniël (2)

 

Hoofdstuk II

 

Gebruikte Bijbelvertalingen: voor het Oude Testament: De Statenvertaling; voor het Nieuwe Testament: Herziene Voorhoeve-Vertaling of Telos-vertaling. Indien anders wordt dat zoveel mogelijk vermeld.

Praktische tips:

Neem alle gevraagde Bijbelverzen over – noteer ze – maar óók de plaats waar ze staan. Dit is om zelf te leren en te onthouden, alsmede voor eigen gemak en de duidelijkheid. Leer bij elke les een Bijbeltekst en stuur de les niet eerder op voordat u de tekst kent. Als u het mocht overkomen dat u – net als vele van onze medebroeders- en zusters in China en Noord-Korea – door vervolging niet meer de beschikking hebt over een Bijbel, dan hebt u toch het Woord “paraat”. Wilt u wel de aanmeldingsbon onderaan de deze les invullen. U mag altijd vragen stellen, ook over andere onderwerpen dan in deze lessen. Uw vragen worden discreet behandeld.

 

Beste cursist(e),

Hoewel dit een vrij lang hoofdstuk is, is het goed dit toch eerst helemaal te lezen. Nebukanézar vroeg nogal wat! De wijzen moesten hem zijn droom en de uitlegging vertellen. Dat kan toch geen mens?! Nee, dat kan ook niet. Je kunt immers iemand niet vertellen wat hij gedroomd heeft! Toch is er Eén die dat wel weet! Lees maar eens wat David zegt in Psalm 139 vers 1 tot 4.

Vraag 1. En wat staat er in het tweede zinnetje van Psalm 44 vers 22?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Dat is ernstig, ook voor ons. God weet alles van ons. Voor mensen kunnen wij soms (lange tijd) iets verbergen, maar … de Heer weet het!
Daniël heeft ook geweten dat God de harten kent, want hij vroeg de koning om hem de tijd te geven om hem dan de uitlegging bekend te kunnen maken (vers 16). Dus Daniël wist dat God hem zou helpen! Hij vertrouwde volkomen op de Heer! En niet omdat hij zo geweldig was. Nee, het was genade! Dat blijkt uit vers 18. Daar vraagt Daniël zijn vrienden om barmhartigheid van God te vragen.

Vraag 2. Wat lezen wij in Psalm 25 vers 14?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Daar lezen we een paar belangrijke woorden, die voor Daniël golden: “die Hem vrezen”. Dat betekent niet: bang zijn voor God. Maar: eerbied en ontzag voor Hem hebben. Dat had Daniël. Hebben wij dat ook? Laten we niet met God omgaan, zoals we met onze vrienden omgaan.
Laten we Hem niet zien als een goede, vriendelijke, behulpzame buurman. Nee, die grote God van hemel en aarde is het waard, dat wij “respect” voor Hem hebben!
Toch wil Hij onze Vader zijn! Het is voor ons onbegrijpelijk, dat wij kinderen van die grote God mogen zijn. Dat heeft Hij Zelf gezegd in Zijn Woord! “Ziet, welk een liefde de Vader ons gegeven heeft, dat wij kinderen van God genoemd zouden worden …” (1 Johannes 3:1a). Toch kan niet iedereen “zomaar” zeggen: Ik ben een kind van God.

Vraag 3. Wie is een kind van God? (zie Johannes 1:12)

………………………………………………………………………………………………………………………..

Kunt je ook zeggen: “Ik ben een kind van God”. Je hoeft dat hier niet op te schrijven (mag wel natuurlijk en als je wilt is het misschien ook wel fijn om iets te vertellen “hoe” en “wanneer” dat tot stand gekomen is), maar wij hopen dat je van harte God je Vader kunt noemen. Zo niet, doe dan wat je gelezen hebt in Johannes 1 vers 12. Doe het nu, vóór het te laat is. Nu heb je nog de kans. Ga met je zondenlast tot de Heer Jezus. Vertel Hem alles en vraag Hem om vergeving. Dank Hem, dat Hij de straf voor jouw zonden heeft willen dragen op het kruis. Hebt je dat al gedaan? Zo nee, doe het nú! Zo wel: Hoe is het nu dan met uw dank?

Er is een lied, dat zegt:

Kom tot de Heiland,
toef langer niet.
Kom nu tot Hem.
Die redding u biedt.

Wat meer is: De Heer Jezus Zelf zegt: “Komt tot Mij …” (zie Mattheüs 11:28).

Dan nu terug naar Daniël.

Vraag 4. Wat deed hij toen God hem de droom uitgelegd had?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

O, was dit ook maar meer bij ons zo! Dat, als de Heer ons geholpen heeft, wij Hem daarvoor danken. Hoe vaak gebeurt het niet dat wij zoiets weer heel gauw vergeten en weer overgaan tot de orde van de dag?

Daniël wist dat God alles bestuurt. Hij heeft alles in Zijn hand, ook vandaag in uw en mijn leven en in deze wereld. Lees maar in vers 21.
Toen Daniël weer bij Nebukadnézar kwam om hem de uitleg te geven, wilde hij niet de aandacht op zichzelf vestigen, maar op de Heer.
Daniël vertelde hem wat er in de toekomst zou gaan gebeuren.

Het gouden hoofd van het beeld stelde het eerste rijk, het rijk van Nebukadnézar voor. Ook nu weer vestigde hij de aandacht van de koning op God: “… want de God van de hemel heeft u een koninkrijk, macht, en sterkte, en eer gegeven” (vers 37).
Na Nebukadnézar (het Babylonische Rijk) komt er een ander koninkrijk. Minder machtig en rijk; dat wereldrijk wordt voorgesteld door de borst en armen van zilver. Dat was het rijk van de Meden en Perzen (dat lezen we in Daniël 5:28 en 6:1).
Het derde koninkrijk, de buik en dijen van koper, is het Griekse Rijk (zie ook Daniël 8:21).
Het vierde rijk van ijzer duidt op het Romeinse Rijk.

Maar dan …, dan komt er een steen. In vers 35 lezen we: “Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren van de zomer, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor hen gevonden; maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot een grote berg alzo dat hij de gehele aarde vervulde … een steen zonder handen afgehouwen …, die het ijzer, koper, leem, vloer en goud vermaalde” (vers 45).

Vraag 5. Hoe lang zou dat Koninkrijk bestaan?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Die steen is een beeld van Christus. Het beeld wordt niet langzaam aan verdrongen, nee, het wordt in één keer vernietigd. Dan wordt de steen een berg die de hele aarde zal vullen, dat zal dus een rijk worden dat heerst over de hele aarde. Dat betekent, dat alle koninkrijken van de aarde, alle macht van mensen, eens vernietigd zullen worden – en dat Christus dan Zijn rijk zal oprichten. Dat is dus nog toekomst. Toch kennen we die Steen nu ook.

Vraag 6. Wilt u die Psalm 18:3 eens opschrijven?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Jezus is de Rots der eeuwen,
Die geen wank’len vreest of val;
Die, wat hier bezwijkt,
Gods kind’ren tot een Toevlucht wezen zal.

Wat een troost en bemoediging voor iedereen, die Hem kent. Op Hem mogen wij bouwen, steunen en vertrouwen! We mogen met alle problemen tot Hem gaan. Ook Daniël deed dat en vertrouwde al op uitkomst, voordat hij en zijn vrienden gingen bidden. Op die manier mogen wij ook bidden. Dat wil niet zeggen dat wij maar van alles aan God kunnen vragen, waar wij zin in hebben. Beslist niet! Lees maar eens Johannes 14 vers 13 en 14, en ook de laatste zin van Johannes 15 vers 16.

Vraag 7. Wanneer zullen wij ontvangen, waar we om vragen?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Dat is een hele belangrijke les voor ons. Onze verlangens moeten dus zo zijn, dat de Heer Jezus dat Zelf voor ons aan de Vader zou willen vragen. Dan vraag je niet om een nieuwe auto, omdat de buurman ook het nieuwste model heeft gekocht. Nee, dan vraag je om dingen die veel meer waarde hebben.

Vraag 8. Wat lezen we daarover in de laatste zin van Johannes 14:13?

………………………………………………………………………………………………………………………..

Het gaat dus om de eer van de Vader. Als wij om iets bidden dan ontvangen we dat, als het tot eer van Hem is en wij Hem daarvoor kunnen danken. Daar mogen we wel heel goed over nadenken. Vaak denken we in de eerste plaats alleen aan onszelf en niet aan de Heer. Laten we zo bidden, in vertrouwen op Hem, dat Hij geeft wat goed voor ons is en tot eer van Hem.

De volgende spreuk bevat een grote waarheid:
“BIDDEN IS DE MACHT VAN DE MACHTELOZE”.

Zo is het ook. Er gaat veel kracht uit van het gebed. Men kan voor persoonlijke dingen bidden en dan getroost en bemoedigd worden. Maar bidden voor anderen mag ook, ja, we worden er zelfs toe aangespoord! Zij worden dan als eerste bemoedigd en gesterkt. Ook Paulus schrijft daarover in Kolosse 4 vers 2 en 3.

Vraag 9. Wat zei hij?

………………………………………………………………………………………………………………………..

………………………………………………………………………………………………………………………..

Vraag 10. Dus niet alleen bidden, maar ook ………………………….

dat zagen we ook bij Daniël.

Ziezo, dit was dan les 2. Ga door en ervaar hoe leerzaam het Woord van God is.

Heel hartelijke groet in Hem die onze ziel bemint.

* * *

Wil je ook mee doen? Vul de bon – die je onderaan les 1 vindt – in en mail dan de antwoorden van de lessen (maximaal 1 les per 2 weken) naar het volgende email-adres: www.frissewateren@ctmax.nl

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW